Op de fiets

Fiets

Sinds een paar weken had ik het plan opgevat om met de kinderen op de fiets heen en weer naar school te gaan. Waar dit in Nederland dagelijkse kost was, zijn we hier het niveau van de gemiddelde suburb mom nog niet ontstegen. In de SUV ’s morgens met het hele zooitje en rijden maar. Met als resultaat dat ik niet alleen wegens gebrek aan lichaamsbeweging ettelijke kilo’s ben aangekomen (oké, oké, ik kan ook gewoon niet van de chocola afblijven) maar ook dat Daan nog steeds niet zonder zijwieltjes kan fietsen. En dat kan natuurlijk niet, voor een Hollandse jongen van 6.

Op de een of andere manier voel ik sinds we in de VS wonen de neiging om onze nationale gewoonten op een voetstuk te zetten. Boerenkool hoort niet rauw door de sla maar gewoon in een stamppot, bij de thee hoort een biscuitje en geen donut en wie dapper genoeg is om bij ons te komen eten, wordt bloot gesteld aan een prakje witlof of hutspot. Terwijl we dat in Nederland hooguit eens in de zes maanden aten. Het is deels vasthouden aan wat vertrouwd is en deels het evangelie van de geneugten der Nederlandsche cultuur verspreiden. Want wie lust er nou geen stroopwafels, hagelslag of paasstol? En wat is er nou Hollandser dan door weer en wind op de fiets naar school? Pas in het buitenland kom je er blijkbaar achter dat waar je vandaan komt een groot deel uitmaakt van wie je bent.

Tot nu toe is dat fietsen er echter, deels door gemakzucht, deels door een helse winter en deels door (niet onbelangrijk) gebrek aan fietsen, nog niet van gekomen en gaan ook wij, net als iedereen, met de auto naar school. Een grappig fenomeen bij het afleveren van de kinderen op school is overigens de ‘drop off zone’. Dit is een stuk stoep bij de ingang van de school, waar de moeders hun kroost uit de auto kunnen gooien, zonder zelf uit te hoeven stappen. Dit lijkt een heel snelle en efficiënte methode om van het gespuis af te komen en door te kunnen naar het werk dan wel het huishouden, maar het mooie is, dat veel moeders het op het laatste moment niet over hun hart lijken te kunnen verkrijgen en dan tóch uitstappen voor een knuffel, om te helpen met die op de stoep omgekiepte rugzak of om een laatste snottebel weg te vegen. Met als gevolg: een stoet foeterende medemoeders die niets liever willen dan aan de rest van hun dag beginnen.

Gelukkig kun je ook gewoon je auto parkeren, met je kinderen naar de deur lopen (een stukje van niet meer dan 15 meter), ze gedag zeggen en weer terug naar je auto lopen. In die tijd zijn de auto’s vaak drie plaatsen opgeschoven en kun jij met lege auto en gerust gemoed de file omzeilen.

Afijn, terug naar de fiets. Het toeval wil namelijk dat Bas deze zomer een fiets heeft gewonnen met een loterij. Het is weliswaar geen stevige Gazelle met 24 versnellingen, spatborden en kettingkast, maar je komt erop vooruit, zij het dat hij eerst een paar keer doortrapt voordat je in de gewenste versnelling zit. Dus met het begin van het nieuwe schooljaar in het vooruitzicht, besloot ik om de fietsroute naar school eens nader te bestuderen. Toen bleek eens te meer dat wandelen en fietsen weliswaar niet expliciet verboden zijn in Amerika, maar dan toch op z’n minst ontmoedigd worden. Er zijn geen fietspaden, waardoor er twee opties overblijven: fietsen op de weg of fietsen op de voetpaden (waar aanwezig).

Fietsen op de weg lijkt voorbehouden aan wielrenwaaghalzen, die voorzien van helm, sportfiets en lichtgevende kleding hun leven riskeren in naam van de sport. De minder begaafde fietsers onder ons moeten het doen met de wandelpaden, maar dat blijkt niet minder gevaarlijk. Gapende kuilen, door het asfalt heen groeiende boomwortels, over het pad hangende doornstruiken, afgewaaide takken en forse stijgingspercentages maakten deze rit op mijn huis-tuin-en-keuken fiets tot een avontuur waar je een Indiana Jones film mee zou kunnen vullen. En hier zou die arme jongen al slingerend zijn ochtend mee moeten beginnen? Ach gos… Ik zeg altijd maar zo: ’s lands wijs, ’s lands eer!

Kamperen

Kamperen

Poehee, het is weer achter de rug, de kampeervakantie. Tijd om bij te komen! Want waar ik het vroeger nog reuze avontuurlijk vond om in een tentje te slapen, vind ik het nu eigenlijk meer gedoe dan wat anders.

Ten eerste is kamperen eigenlijk alleen leuk als het mooi weer is. Als het regent, ben je zwaar de sjaak, zeker met die twee minitentjes van ons. Die zijn namelijk vooral om in te slapen en niet om in te zitten of te staan, om van een gezellig bordspelletje rond de tafel nog maar te zwijgen. Nou kan je natuurlijk altijd iets gaan doen, als het regent. Boodschappen ofzo. En dat je dan uit armoe nog maar wat langer op de parkeerplaats van de supermarkt blijft staan, omdat je droog zit in de auto en er WiFi is. ‘Ja jongens, het regent nou eenmaal, pak nog maar een boekje uit je tas…’ En dat als je dan uiteindelijk na een natte en koude dag besluit om een warme douche te nemen, je alsnog tussen de koude en klamme dekens moet. Wat de zin voor verdere avonturen tussen de lakens natuurlijk ook geen goed doet. Ik weet nog dat er niets spannender was dan vrijen in de tent terwijl de buren je konden horen en je dus heel stil moest zijn. Nu de buren onze eigen kinderen zijn, geeft dat toch weer een heel andere dimensie aan het geheel, die het libido danig naar beneden brengt.

Dan heb je nog de waterkwestie. De meeste kampeerplekken hebben wel een kraantje met koud water op elke plaats, maar wij hadden deze zomer precies een camping gevonden die dat niet had. En dus liepen we voor elke wissewas (letterlijk) naar het wasgebouw. Afwassen kon dan weer niet bij het wasgebouw, dat was verboden in de gootstenen daar. Ik snap dat het niet zo fris is om in dezelfde gootsteen als waar iemand z’n tanden poetst en contactlenzen schoonmaakt ook je pastapan te gaan staan afwassen, maar hoe moeilijk is het om daar een aparte gootsteen voor aan te wijzen? Nee, lekker nog een keer heen en weer naar je tent, met een teiltje getapt warm water, alwaar iedereen dan het afwaswater stilletjes in de bosjes kiept. Dat is pas fijn voor het milieu.

Deze camping was zelfs zo milieubewust, dat je met muntjes moest douchen. Een dollar voor vijf minuten warm water. Ken je dat? Dat je eerst een minuut staat te mengen voor je eronder kan, dan in een noodtempo eerst je haar gaat wassen, want er is niets ergers dan je haar met koud water te moeten uitspoelen. Dan snel de rest en dat je dan met de zeepbellen nog tussen je tenen het al lauw voelt worden? Laat staan dat er tijd is om benen, oksels of andere behaarde gebieden onder handen te nemen. Aan het einde van de vakantie kon ik vlechtjes maken in m’n beenhaar.

Ongemakken van een heel andere orde zijn de natuur, de dieren en het ongedierte. Vorige zomer gingen we een weekje kamperen op Cape Cod. Op een avond hadden we in een luie bui de afwas buiten laten staan. Het regende (alweer) en we hadden geen zin om door de regen naar het wasgebouw te lopen. Word ik ’s nachts wakker van gerommel in onze afwasteil.

‘Bas!! Er is iets buiten in onze afwasteil!’
‘Huh? Nou ja, lekker laten gaan, hebben ze ook nog wat te eten.’
‘Ja, lekker ben jij, straks is het een beer!’
Hoongelach
‘Nee joh, er zitten geen beren op Cape Cod.’
‘Hoe weet jij dat nou?’
‘Er is hier alleen maar strand!’
‘Oh ja. Nou, wat zou het dan zijn?’
‘Weet ik veel. Moet je even kijken.’

Nou, tot zover mijn held die dat wel even voor mij ging uitzoeken. Met kloppend hart ritste ik het tentdoek open en scheen met de zaklamp naar buiten. Shit, de tent van de kinderen stond ervoor, ik zag helemaal niks. Nou, maar weer liggen dan. Even later hoorde ik geslof (echt, geslof!) langs onze tent richting de vuilniszak. Stelletje sukkels, die hadden we ook buiten laten staan! Inmiddels trilden mijn vingers zo erg dat ik haast de rits aan de andere kant niet meer open kreeg, maar toen het toch lukte, zag ik…. Een stinkdier! Het beest keek lijzig achterom naar wie er zoveel herrie maakte en liep toen op z’n dooie akkertje de bosjes in. Gek is dat, dat dieren altijd veel groter klinken als je ze niet kan zien…

Afijn, om een lang verhaal kort te maken, ik ben aan het einde van een kampeervakantie vaak moeier dan ervoor. De gebroken nachten door eindeloze regen op het tentdoek en windhozen, voorbij sloffende dieren of juist niet in slaap kunnen vallen door het verkeer op de snelweg, die vlak langs de camping loopt en die je bij het boeken op het overzichtskaartje per ongeluk over het hoofd had gezien. En moet je zelf niet midden in de nacht eruit om te plassen, dan staat er geheid in het pikkedonker wel ineens een kind in je tent. ‘Mam, ik moet plassen, wil je even mee?’ Ach ja. En dan loop je daar samen, onder de sterren, met een klein handje, warm en zacht in die van jou, waar een slaapdronken ventje bij hoort, die zegt: ‘Gezellig hè, mamma?’. En dan is het eigenlijk ook allemaal wel weer goed.

Angst

AA019259

Toen ik twintiger was en kinderloos, was ik een superheld. Onoverwinnelijk en onverwoestbaar. Mijn tienerjaren waren al kabbelend gekomen en gegaan, zonder heftige puberteit, drankgelagen, drugs of noemenswaardige seks. Die jaren tussen de twintig en dertig vond ik veel leuker. Ik verdiende m’n eigen geld, had een leuk vriendje, ging voor het eerst op mezelf wonen, de wereld lag aan mijn voeten. Vooral tijdens onze vakanties waren we als God in Frankrijk. We dronken wijn uit de fles, gingen met ons tweeverdienerssalaris overal heen en hadden seks in de buitenlucht.

Bovendien was ik nergens bang voor. In Thailand gingen we de beruchtste straten van Bangkok in en vochten we ons een plekje op de speedboat terug na de full moon party. In Nieuw-Zeeland gingen we abseilen een donkere grot in, waarna je met een duikpak aan door het ijskoude water in het donker je weg naar buiten moest vinden. We gingen parapenten, met storm op zee naar walvissen kijken en in ieniemienie bootjes met 80 km per uur door de bochten. Als het maar gevaarlijk was en lekker veel adrenaline opleverde.

Toen kwamen de zwangerschappen en daarmee gepaard de hormonen. Echt waar, als iemand me had verteld dat ik zo’n schijtlaars zou worden, was ik er misschien nooit aan begonnen, dat hele kinderverhaal. Toegeven, op wonderlijke wijze hebben de zwangerschapshormonen mij wel genezen van de hooikoorts, maar dat is dan, qua hormoonspiegel, ook het enige dat ik ermee ben opgeschoten. Want er is geen lol meer aan met mij.

Vorige zomer gingen we naar de Niagara watervallen en als je daar bent, ontkom je niet aan The Maid of the Mist. Dat is een bootje dat per keer ongeveer 70 in felblauwe regenponcho’s gehulde toeristen naar de voet van de Niagara watervallen brengt. Eerst valt het allemaal nog mee, de boot vaart langzaam langs het Amerikaanse gedeelte, op een prettige afstand. Maar dan komen de Horseshoe falls in zicht, de veel grotere waterval aan de Canadese kant. Steeds dichter en dichter kwamen we bij het enorme geweld en de herrie. We werden drijfnat, ondanks die stinkende, plakkende, vervloekte poncho’s en toen we daar maar lang genoeg bleven ronddrijven, dacht ik ineens: ‘Shit, volgens mij kan hij niet meer weg. Straks is de motor kapot en drijven we zo die waterval in.’ ‘ Bas, zie jij waar de reddingsvesten liggen?!’, schreeuwde ik boven het geraas van de waterval uit. ‘Hè? Ja, ik geloof hier ergens!’ Aan mijn geestesoog zag ik Anne en Daan voorbijdrijven tussen stukken wrakhout en net toen ik instructies wilde gaan uitdelen (jij blijft bij Daan, dan pak ik Anne), zette de boot weer in volle vaart koers naar het vertrekpunt. Ik was kwaad op mezelf. Stomme muts, waar is nou die stoere chick van 10 jaar terug?

Maar angst bleek die dag op meerdere manieren een ongrijpbaar fenomeen. Een andere attractie bij Niagara is de Cave of the winds. Een soort houten trappen met plateaus op verschillende hoogten, waar je heel dichtbij de waterval kan komen en dus ook héél nat kan worden. Daan is als de dood voor water. Zwemles moet ik hem aan z’n haren naartoe slepen en onder de douche wil hij diezelfde haren liever helemaal niet gewassen hebben, maar als het dan toch moet, bij voorkeur met een duikbril op. Op die plateaus was de kracht van de machtige waterval voelbaar. De slagregens geselden nietsvermoedende toeristen die geschrokken maakten dat ze wegkwamen. En wat deed Daan? Hij had de tijd van z’n leven terwijl hij daar in zijn allang gescheurde (dit keer in modieus geel meegeleverde) poncho door- en doornat werd. Schiet mij maar lek. Terwijl ik ondertussen alleen maar kon denken: ‘Zou dat nou niet glad worden, zo’n houten vlonder?’ Chicken shit.

 

Viagra

Pillenhart

Een van de irritantste dingen van wonen in Amerika is televisie kijken. En niet alleen omdat er ongeveer elke week een nieuwe serie gelanceerd wordt, een tempo dat volgens mij zelfs de meest ‘die hard’ werkloze couch potato onmogelijk bij kan houden, en ook niet vanwege het schier oneindige aanbod aan kanalen, zoals daar zijn JewelryTV, Smile of a child Channel (religieuze kindertv), The Military Channel en The Liquidation Channel (what the…??), of vanwege de hopeloze brij aan sport en nieuws die voorbijkomt.

Nee, het is de reclame. Nou zijn de reclames zelf niet heel veel beter of slechter dan in Nederland. Het is allemaal een beetje van het niveau ‘fastfood is heus wel lekker en gezond’ en ‘in ons warenhuis verkopen we niet alleen fijne pyjama’s, maar ook kerstbomen!’ Trouwens wel opvallend veel reclames waarin vrouwen overladen worden met diamanten. Vandaar dat JewelryTV natuurlijk.

Het irritante zit hem in de hoeveelheid onderbrekingen. Elke 5 minuten is er wel een break. En terwijl je in Nederland tijdens de pauze met gemak een douche kan pakken en dan ook je tanden nog wel kan poetsen, is er in de VS niet eens tijd om een borrel in te schenken. Gelukkig blijven de meeste reclames ons bespaard door de fantastische uitvinding van digitale tv en daarmee de mogelijkheid om je programma te pauzeren en daarna de reclame door te spoelen. Een godsgeschenk. Maar zo af en toe, net na het programma, of vlak voordat het weer begint, pik je er wel eens eentje mee.

En nou zit er bij tijd en wijle een reclame tussen, die mij steeds weer een combinatie van uiterste verwondering en de slappe lach bezorgt. Die gaat zo.

Een man en een vrouw zitten op de bank sport te kijken. Zij net zo enthousiast als hij, ze springen samen op als er gescoord wordt. Voice over: ‘She loves a lot of the same things you do. It’s what you love about her. But your erectile dysfunction, that could be a question of blood flow.’

Zo. Die had ik niet zien aankomen. Het beeld verspringt naar een ander stel, dat samen verhuisdozen staat uit te pakken en liefdevol naar een oud fotoboek kijkt. De kordate reclamestem vervolgt: ‘Cialis tadalafil for daily use helps you to be ready any time the moment’s right. You can be more confident in your ability to be ready.’ Oké, tot nu toe gaat het nog goed. Afgezien van het feit dat ik zelf nog nooit zin heb gekregen tijdens het kijken van een wedstrijd en al helemáál niet tijdens het uitpakken van verhuisdozen, wil ik zover nog wel met ze mee. Maar nou komt het: ‘And the same Cialis is the only daily ED tablet approved to treat ED and symptoms of BPH.’ Huh? Ben ik nou blond? Of zou de gemiddelde Amerikaan zonder erectieproblemen hier ook geen chocola van kunnen maken?

En terwijl ik me zou kunnen voorstellen dat mannen met problemen ‘in the sack’, om het zo maar even te zeggen, tot op dit punt nog zouden kunnen overwegen om het aangeprezen medicijn te kopen, wordt deze bereidwilligheid in de daaropvolgende minuut genadeloos teniet gedaan. Want: ‘Do not take Cialis if you take nitrates for chest pain, as this may cause an unsafe drop in blood pressure (en dus instant slappe piemel?). Do not drink alcohol in excess with Cialis. Side effects may include headache, upset stomach, delayed backache or muscle ache. To avoid long term injury, seek immediate medical help for an erection lasting more than 4 hours. (Grinnik. En ook: au…) If you have any sudden decrease in hearing or vision, or if you have any allergic reactions, such as rash, hives, swelling of the lips, tongue or throat, or difficulty breathing or swallowing, stop taking Cialis and get medical help right away. Ask your doctor about Cialis for daily use and a 30 tablet free trial.’

Terwijl ondertussen de eerdere stellen gemoedelijk door het park wandelen en samen een tuinbank aan het schilderen zijn. Nog meer van die opwindende bezigheden. Maar effe serieus. Problemen met het gehoor en zicht? Van Viagra? Ik zou er persoonlijk direct van genezen zijn. Figuurlijk dan hè?

Slaapplek

slaapplek

Nog voordat we goed en wel naar Amerika vertrokken waren, hadden diverse mensen al aangekondigd dat ze ons zouden komen opzoeken, als we er eenmaal woonden. ‘Leuheuk! Hebben we er een vakantieadresje bij!!’ hoorde je ineens de meest vage sportvrienden en verre neven en nichten roepen. Gelukkig deed ook de meest naaste familie die belofte en zo waren we een aantal weken geleden bezig met het inrichten van de gastenkamer voor mijn zus, zwager en neefje.

Om dit achterlijk grote huis wat minder leeg te maken, hadden we een paar maanden geleden al een slaapbank op de kop getikt, die we een plekje hadden gegeven in de speelkamer. Ja, ja, de SPEELkamer. We hebben zoveel kamers dat we van gekkigheid ook maar zo’n typisch Amerikaanse speelkamer hebben ingericht. Dat is een, meestal in de kelder gelegen, schimmelig donker hol waar al het speelgoed is weggestopt, in de hoop dat de kinderen daar gaan spelen als de grote mensen willen praten. Omdat die arme Amerikaanse kindertjes niet beter weten, doen ze dat meestal ook, maar die van ons zijn er niet heen te sláán. Wij dachten in al onze onschuld nog dat het aan gebrek aan meubilair lag, maar ook nu met gezellige slaapbank, slepen ze steeds het speelgoed waar ze mee willen spelen gewoon mee naar boven, naar het daglicht. Neem het ze maar eens kwalijk.

Afijn, op de kop getikt is niet helemaal waar, wat die bank betreft, want we hadden hem op de lokale Marktplaats (Craigslist) zien staan voor $25, maar toen we hem kwamen bezichtigen en mee bleken te willen nemen, kreeg de eigenaresse last van wroeging en gaf hem gratis aan ons mee. Achteraf bleek waarom.

Goed gastvrouw als ik placht te zijn, dacht ik: ik wil die bank eerst wel eens testen, voordat ik mijn zus met toch al gebroken nachten (want kind van anderhalf) en zwager met zwakke rug voor drie weken daarop laat slapen. De mevrouw van Craigslist had al gezegd: het matrasje is wel dun hoor, ik legde er altijd nog een campingmatje bovenop. Oké, oké, een gratis bank niet in de bek kijken en wij hebben superdeluxe slaapmatjes, dus dat moet goed komen. Toen het geheel eenmaal stond (bank uitgeklapt, matjes erop die samen veel breder waren dan het matrasje, lakens, kussens en dekens erop) zag het er zo comfy uit dat de kinderen direct aanboden om als eerste proef te draaien, wel samen natuurlijk. De volgende ochtend waren de complimenten niet van de lucht: ‘Nou, het lag echt véél lekkerder dan m’n eigen bed!’

Het was dus met grenzeloos vertrouwen dat ik ’s avonds tegen Bas zei:
‘Wij gaan op het logeerbed slapen vanavond.’
Ongelovige stilte
‘Hoezo?’
‘Omdat ik even wil kijken hoe het slaapt.’
‘Ben je wel lekker, ik moet morgen gewoon werken hoor!’
‘Joh, de kinderen zeggen dat het prima slaapt, het is maar 1 nachtje, ik wil gewoon weten hoe het ligt.’

Nou, dat heb ik geweten. Wat een helnacht! Het lag alleen goed in het midden, want aan de rand kiepte je eraf en het bed liep af richting het voeteneind, waardoor we tegen de ochtend in foetushouding kermend in een hoopje lakens wakker werden.

Die slaapbank ging hem niet worden dus, maar wat dan? Na alle opties de revue gepasseerd te laten hebben, besloot ik dat de matrassen van ons bed naar de gastenkamer moesten en dat wij de campingmatjes op onze lattenbodem zouden leggen. Zo hadden de gasten een goed matras en hoefden wij niet met de matjes op de vloer. En ondanks dat Bas vond dat ik nu helemaal was doorgedraaid, sliepen wij drie weken op onze campingmatjes. Zoals dat in goede huwelijken gaat.

Afgelopen vrijdag zijn ze vertrokken. En konden we onze eigen matrassen weer naar boven sjouwen en héérlijk slapen. De volgende avond lagen we in bed nog wat te praten, toen ik ineens heel hard KNAK hoorde.

‘Wat was dat?’
‘M’n knie.’
‘Jeetje, dat was hard.’
KNAK!
‘Wat was dát?’
‘M’n rug.’
‘Allemachtig joh, wat is er met jou aan de hand?’
‘Ja, hallo, eerst laat je me drie weken op een matje slapen in m’n eigen bed en dan vind je het gek als er af en toe iets knakt?’
‘Ja gezellig, laten we het daar nog eens over hebben…’
‘Ik begon niet, het was m’n knie!’