Spits

ROTTERDAM-BOTLEKTUNNEL-WATEROVERLAST

Nog één mailtje. Dat was alles wat ik nog hoefde te doen. Eén kort mailtje. En toen hing Outlook. En moest ik opnieuw opstarten. En ging ik een kwartier later dan anders weg van kantoor. Het verschil tussen half vijf en kwart voor vijf. Iedere forens in de Randstad, of eigenlijk, iedere inwoner van Nederland, weet wat dat betekent…

Ik pakte snel m’n spullen bij elkaar, nam de lift naar beneden, gooide alles in mijn auto en startte. Meteen werd ik verwelkomd door een doordringende piep en een brandend benzinelampje. Hee, dat was vanmorgen toch nog niet? Lekker dan. Even denken, zit er hier bij dat Alexandrium nou ook een benzinestation? Misschien waar al die autodealers zitten. Maar daar kan je de snelweg weer niet op. En het is al zo laat… Nog twee streepjes op de teller, nou ja, ik gok het er wel op tot Barendrecht.

Nog geen drie minuten op de A20 begon het al 70 en daarna 50 te knipperen. Volgens het filenieuws op de radio was het een normale avondspits, alleen in de regio Rotterdam was het bijzonder druk. Bij Ridderkerk lag een ladder op de weg (ik verzin het niet) en op de A29 waren 3 (!) ongelukken gebeurd. Heb ik dat…

Vlak voor de Brienenoordbrug verdween mijn laatste zwarte streepje op de benzineteller en begon mijn auto zenuwachtig ‘LOFUEL’ naar me te knipperen. Kut. Ik vervloekte mijn auto en bedacht dat je in Bas z’n auto een optie hebt, dat je precies kan zien hoeveel kilometer je nog kan rijden met de benzine die nog in je tank zit. Maar ja, Bas z’n auto heeft ook stoelverwarming, stuurverwarming, blue tooth, cruise control, verwarmde buitenspiegels, ingebouwde navigatie, volumeknoppen op z’n stuur, climat control, een elektrisch bedienbare achterklep en niet te vergeten centrale deurvergrendeling. Terwijl ik voor mijn auto het goedkoopste pakket heb gekozen, waar, zo kwam ik na aankoop van de auto achter, niet eens centrale deurvergrendeling op zit. En ik dus altijd de auto moet rondlopen om met de hand alle deuren dicht te doen, dan wel de kinderen moet instrueren om dit te doen. Anne zei: ‘Ik weet niet hoor, maar hadden jullie niet allebei een beetje een tussenmodel kunnen nemen? Want nu heeft pappa een heel luxe auto en op die van jou zit niks!’ Tsja kind, als je moeder ook een auto van de zaak had gehad óf een beetje beter had opgelet bij het uitzoeken, was dat een reuze goed idee geweest. Bas z’n auto zegt zelfs, als je teveel slingert: ‘Bestuurder vermoeid, neem een pauze.’ Het moet niet gekker worden.

Ondertussen durfde ik het er niet op de gokken en ging er bij Ridderkerk al af, mezelf een seconde later vervloekend, want blijkbaar moet je dan eerst nog een heel stuk provinciale weg rijden voordat je ook maar een beetje bewoonde wereld tegenkomt. Ik reed Bolnes binnen (altijd gedacht dat dat in Groningen lag…) en kon, inmiddels lichtelijk in paniek, geen benzinepomp vinden. Ik pakte m’n telefoon en vroeg aan Siri: ‘Find a gas station near me’. Ja, ik heb een in de VS gekochte iPhone, dus Siri praat Engels met mij en ik met haar. Dat kan je vast ook omzetten naar het Nederlands, maar dan ga ik haar missen, mijn Engelse Siri. Ik hou er zo’n lekker internationaal expatgevoel aan over dat ik in ieder geval aan mijn telefoon nog kan bewijzen dat ik zo leuk Engels kan, dus… Don’t judge me.

Nadat Siri mij naar de (vanzelfsprekend om de hoek gelegen) BP had geleid en ik weer met een gerust gevoel en volle tank de weg naar huis kon vervolgen, wilde ik niet nog later komen en stelde met Google Maps de navigatie op mijn telefoon in naar huis, om zo de snelweg weer terug te vinden. Ik probeerde mijn telefoon in de (door mijzelf bij de dealer bedongen) telefoonhouder te krijgen. Het is er zo eentje die met een zuignap aan je raam vastzit, maar eigenlijk past het niet. Ten eerste heb ik nogal een groot hoesje, dus de telefoon moet daar eerst uit, en ten tweede heb ik zo’n kleine auto, dat die telefoon eigenlijk niet tussen het raam en het dashboard past. Met veel gevloek en getier en nadat mijn telefoon drie keer als een katapult uit de houder was gelanceerd en op de grond was gevallen, legde ik hem maar op de stoel naast me neer en kon ik eindelijk richting huis.

Mijn telefoon zag er de humor wel van in, want die begon spontaan de navigatie ook in het Engels te doen, waardoor ik na een minuut of vijf de A29 op moest ‘mergen, toward Burgen ap Zoem’. Ik pieste haast in m’n broek. En de volgende dag, toen ik mijn auto weer startte, kreeg ik een wel hele rare kilometerstand te zien. Wat blijkt: er zit wél een optie op om te zien hoeveel kilometer je nog kan rijden met je tank. Dat had ik in mijn Calimero moment even over het hoofd gezien. Zie je wel! Het komt wel goed, tussen mijn auto en mij.

Advertenties

Nat

b1ddd9a83b5d0c7c896f0a3a68fc60d1

‘Volgende week is het Groene-Voetstappenweek op school!’, klonk het, terwijl jassen en tassen op de mat werden gesmeten. Wat blijkt? Om te stimuleren dat meer ouders de auto laten staan bij het naar school brengen van het kroost, is er besloten om een week lang de kinderen een sticker te geven, voor elke dag dat ze niet met de auto zijn gekomen.

In de klas van Daan was dit nogal rechttoe rechtaan. Niet met de auto? Mooi: sticker. Of je dan te voet, met de fiets of op je handen lopend gekomen was, maakte niet zoveel uit. Bij Anne in de klas was het echter een ander verhaal. Daar was een ingewikkeld schema bedacht, waarbij je alle vervoersmiddelen een keer moest uitproberen (indien in je bezit natuurlijk). Dus niet alleen lopend of met de fiets, maar ook skateboardend, steppend of skeelerend, want dat leverde dan meer stickers op. Uit dit schema bleek dat we maar anderhalve keer met de fiets mochten die week (??).

Nu gaan wij eigenlijk altijd al met de fiets naar school. Ten eerste hebben we maar één auto en die heb ik lang niet altijd tot mijn beschikking. Als Bas thuis werkt, zou ik in principe wel met de auto kunnen, maar dat heb ik na twee roemloze pogingen meteen weer afgezworen. Wat een kleine #@&%(*&! parkeervakjes toch hier in Nederland! In de VS zwierde ik met mijn SUV probleemloos de parkeerplaats van de school op die het formaat had van een voetbalveld, waar ik de auto kon parkeren in een vak zo groot als de ruimte die hier voor het lossen van vrachtwagens wordt gereserveerd. Hier moet de school de beschikbare parkeervakken delen met de omwonenden, is de naastgelegen sportschool overgegaan tot een no-tolerance beleid (alleen de moeders met sportschoenen + legging lukt het soms om het voordeel van de twijfel te krijgen) en doordat er zo weinig ruimte is, zijn de parkeervakken zo afgetekend, dat je er alleen een Aygo, Twingo of Alto in krijgt. Die paar keer dat ik onze oerdegelijke Passat met zes keer steken en ingeklapte spiegels in zo’n vakje geperst kreeg, kregen we de deuren aan beide kanten niet open zonder ernstige schade aan de buurauto’s toe te brengen en ben ik maar weer de wijk uitgereden om van daar te gaan lopen.

Ons kregen ze er dus niet onder, met die Groene-Voetstappenweek! Zo jammer dan ook, dat de weergoden besloten om die week eens alle soorten regen uit te proberen die ze in het repertoire hebben zitten. Echt waar, we hebben alles voorbij zien komen: ochtendnevel, motregen, miezer, lichte regen, matige regen, zware regen, wolkbreuk. Het schijnt ook typisch voor West-Europa te zijn, van die ellenlange grijze, nietszeggende buien, die maar doorgaan en doorgaan.

Maar goed, we hadden het ermee te doen. Na veel vijven en zessen met Anne onderhandeld dat we toch twee keer met de fiets konden en de rest hebben we lopend gedaan (met paraplu…), met de step (ik ernaast, met paraplu…) en een keer wilde Anne op haar skeelers (want die en die was ook met de skeelers, dus…) Nou hebben we die skeelers al heel lang en ze doet er nooit wat mee, maar wat in d’r kop zit, zit nou eenmaal niet in d’r kont, dus daar ging ze. En het was toevallig tussen de middag mooi weer, dus ik dacht: nou ja, waarom niet?

Laat nou net ‘s middags met ophalen de wolkbreuk aan de beurt zijn… Ik was ze lopend (met paraplu) gaan halen en dacht: tsja meid, nu moet je nemen wat erbij staat, met die skeelers. Maar toen ik haar zag stuntelen, haar bril vol met regendruppels ook nog begon te beslaan en ze al drie keer gevallen was over haar regenponcho, kon ik het niet meer aanzien en gaf ik haar mijn arm. En terwijl Daan met zijn fiets aan de hand achter ons aan liep en vrolijke verhalen vertelde over zijn schooldag, sleurde ik Anne aan een arm achter me aan, terwijl ik met de andere arm de paraplu nog hoog probeerde te houden, de skeelers regelmatig tegen mijn enkels botsten en het water niet alleen van boven, maar ook van opzij en zelfs van onder leek te komen.

Op dat moment fietste de buurvrouw voorbij. Met haar dochtertje achterop. Met een paraplu voor de buurvrouw en een paraplu voor haar dochter. Met haar haren nog in de krul en haar mascara op de juiste plaats. ‘Gaat het wel, Karin?’ vroeg ze in het voorbijgaan. Ja hoor. Het gaat prima met mij. Geef me even de tijd om de warme, zonovergoten, rood met geel en strakblauw gekleurde indian summers van New Jersey van mijn harde schijf te wissen en ik kan weer een heel seizoen mee!

Goedgelovig

Goedgelovig

Ik ben zo iemand die je altijd in de maling kan nemen. Als kind was ik supergevoelig en ik kon er slecht tegen als iemand een grap met me uithaalde. Ik kan me dat gevoel nog zo goed herinneren, als ik maar dácht dat ik werd uitgelachen. Eerst die trillip, terwijl je nog probeerde je in te houden. Dan kon ik nog net met een piepstem uitbrengen ‘Daar moeten jullie niet om lachen!’, om vervolgens toch in hartverscheurend huilen uit te barsten, waar ik dan alleen nog maar bozer van werd. Als de kinderen daar nu wel eens last van hebben, spat ik haast uit elkaar van herkenning. Ik snap het jongens, ik snap het! Het lot heeft alleen bepaald dat ik de jongste ben van drie meiden, dus ik ontkwam natuurlijk niet aan de nodige plagerijen en grappen. En hoe jammer ook, ik ben er nooit mijn goedgelovigheid door kwijtgeraakt, want ook nu als volwassene heb ik het nooit door. Ik trap overal in.

Het is natuurlijk reuze schattig, zo iemand die alles gelooft. Maar ik wil niet schattig zijn. Ik wil een vrouw van de wereld zijn met een killer instinct voor leugens en andere onwaarheden. Kijk, de mensen die ik goed ken, daarvan weet ik inmiddels wel wat voor vlees ik in de kuip heb. Toen ik nog in Nederland werkte, had ik een collega, en die zei eigenlijk nooit iets serieus, ook al kwam het er heel serieus uit. Zolang ik maar voorbereid ben, is er niks aan de hand. Dan kan ik soms zelf ook nog best gevat uit de hoek komen. Maar in de supermarkt bijvoorbeeld, als je 6 pakken wc papier koopt en de man achter de kassa zegt: ‘Per 12 zijn ze in de aanbieding hoor!’ en ik dan zeg: ‘Oh ja? Bedankt! Dan ga ik nog wat pakken halen!’ en dat de hele rij achter je dan in de lach schiet en de man achter je opmerkt: ‘Virusje onder de leden?’ Dat dus. Daarom heb ik besloten om maar eens wat minder goedgelovig te worden. Toughen up!

Zo kon het gebeuren dat ik afgelopen zaterdag naar de autodealer ging voor een servicebeurt. De parkeerplaats stond hartstikke vol en daarom moest ik helemaal achteraan parkeren, best een stuk van de service ingang vandaan. En natuurlijk was ik weer vergeten om thuis mijn auto leeg te ruimen, dus al mopperend begon ik aan de tour de force om alle KitKat wikkels, afgebroken stukken cracker, lege waterflesjes, haarelastiekjes, takjes, gedroogde bladeren, losse M&M’s, Goldfish (kaascrackertjes ter grootte van een stukje popcorn, in de vorm van een visje) en chipszakjes uit de deuren en onder de stoelen vandaan te halen. Bij gebrek aan een vuilnisbak op het parkeerterrein propte ik alles maar in mijn tas.

Eenmaal binnen, zat daar een wat oudere man, die vroeg waar ik mijn auto geparkeerd had. Hij was duidelijk het hulpje van de garage, de laagste in de pikorde. Triestigheid hier in de VS, hoe lang mensen moeten doorwerken om nog een beetje rond te kunnen komen. Maar goed, ik zei dat ik helemaal achter stond en hij bood heel vriendelijk aan om de auto wel even te gaan halen. Terwijl ik de papieren stond in te vullen, kwam hij na een tijdje weer binnen en zei: ‘We hebben een probleem. Ik kwam achteruit de parkeerplaats uit en er was een auto achter mij komen staan die ik niet had gezien en daar ben ik tegenaan gereden.’ En ik dacht: huh huh, natuurlijk, dus ik zei: ‘Pffffwhahaha, you’re kidding, right?!’ De goede man kromp terplekke vijf centimeter in elkaar en zei zacht: ‘Eh nee, dat is echt gebeurd. Ik vind het heel erg. Misschien kunt u even mee naar buiten lopen om te komen kijken?’ Nou, lekker dan, bitch die ik er was. Nu had ik precies gedaan wat ik probeer te voorkomen door zelf geen mensen voor de gek te houden: iemand gekwetst.

Toen ik thuiskwam, was ik wel toe aan een borrel, maar het zou niet zo’n soort dag zijn als de wijn niet op was. Ook nog maar even naar de wijnhandel dan. Bij de kassa stalde ik mijn flessen uit, trok mijn portemonnee uit mijn tas en tegelijkertijd vlogen er twee Goldfish en een zwart-wit gestreept Halloween armbandje met daaraan een zwarte kat over de toonbank. Met heksenhoed op. Ik schoot in de lach en keek de jongen achter de kassa verontschuldigend aan. ‘Hey, I don’t judge what comes out of other people’s wallets’, zei hij. ‘Although I have to say, I think that was a first.’

Ik weet nu nog niet of hij een grapje maakte.