Verstoppen voor je leven

usagun

Vandaag was het visitation day op school. Dat heeft gelukkig niets met visitatie te maken, maar wel met visite. Je mag namelijk een half uurtje in de klas van je kind kijken, een vlieg aan de wand zijn, zogezegd. En vandaag werd ik wéér geconfronteerd met de onwerkelijke staat van paraatheid waarin de school continue verkeert.

Om te beginnen kun je niet zomaar de school binnen lopen. Je moet buiten aanbellen en je gezicht naar de camera draaien, vervolgens je naam zeggen en waar je voor komt. Daarna moet je naar de ‘main office’ om in te loggen, krijg je een bezoekerspas die je zichtbaar moet dragen en vertel je de dames van de administratie nog een keer waar je heen gaat. Zomaar even binnenlopen of een praatje met de juf maken is er dus niet bij. De kinderen gaan ’s morgens ook alleen naar binnen, een van de juffen staat hen bij de deur op te wachten, je mag niet mee de school in.

Ik snap het wel hoor. In 2014 waren er op Amerikaanse scholen 23 schietincidenten, met 7 dodelijke slachtoffers als gevolg. In 2013 waren dat er 19, maar toen waren er 17 (!) doden te betreuren. Dus ik begrijp heel goed dat er maatregelen worden genomen, het is alleen zo’n enorm contrast met de Hollandse kneuterigheid waar we uitkomen.

Terwijl ik aan het kijken was hoe de juf van Daan de klas iets probeerde te vertellen over schildpadden, wilde een andere moeder ook het lokaal binnen. Die moesten we van binnenuit toelaten, want de deuren van de klaslokalen kunnen alleen van binnenuit worden opengemaakt. Wat me deed denken aan een paar weken terug, toen ik ging helpen in de schoolbibliotheek, en er een oefen ‘lock down’ was. Ik was nog buiten toen ik de stem van het schoolhoofd over het schoolplein hoorde schallen: ‘Your attention please, this is a lock down’. Gelukkig was er vlak daarvoor iemand naar buiten gekomen die me had verteld dat het om een oefening ging, dus ik wachtte rustig voor de deur tot het voorbij was. Er kwam nog een moeder bij staan en die zei: ‘Ik vind het zo eng klinken voor die kinderen, een lock down… Kunnen ze daar niet iets vrolijkers van maken, een safety closing ofzo?’.

Toen we weer naar binnen mochten, liepen we het schoolhoofd tegen het lijf en mijn assertieve medemoeder legde het idee meteen aan haar voor. Maar het schoolhoofd was hier heel duidelijk in. De kinderen móeten juist bang zijn. Dat is de enige manier om hen te beschermen als er echt iets aan de hand is. Tijdens een lock down gaan de kinderen met hun juf zo dicht mogelijk bij elkaar op de grond zitten, in de hoek van de klas waar ze door het glas in de deur niet gezien kunnen worden. De handarbeidjuf heeft ervoor gezorgd dat alle ruitjes van de deuren binnen 10 seconden verduisterd kunnen worden. En kinderen die op de wc zitten tijdens een lock down, wordt geleerd dat ze op de bril moeten gaan staan… Ik kreeg er een behoorlijke knoop van in mijn maag.

’s Avonds aan tafel zei ik tegen de kinderen:
‘Ik hoorde dat er een lock down was op school vandaag, wat vonden jullie daarvan?’
‘Nou, het ging hartstikke goed, de juffen hadden ons nog nooit zo snel verstopt!’
‘En weten jullie dan eigenlijk wel waarom je dat moet oefenen?’
Daan: ‘Ja, voor als er bijvoorbeeld een hert of een beer per ongeluk de school binnengelopen is, dan is het hartstikke gevaarlijk om de gang op te gaan!’
Anne: ‘Nee joh, dat is voor als er een man met een geweer in de school rondloopt!’

Dus…

Thank you for the music

ce4f940e6e06a37a53e77ff4b06cbd7f_i-love-music

Anne heeft voor haar verjaardag van onze familie in Nederland een iPod Nano gekregen. Zo eentje waar je geen sms’jes mee kan sturen of op internet kan, maar alleen muziek mee kan luisteren. We hadden gemerkt dat ze steeds meer interesse ging krijgen voor de muziek op de radio en de muziek die we thuis draaien. Is er net een lekker nummer op de radio, krijg je ineens: ‘Pff, deze effe niet hoor’ en voor je kan protesteren staat er een andere zender op. Ik kan soms zo verlangen naar de tijd dat ze nog met een autostoeltje achterin moesten zitten…

Maar goed, tijd voor autonome beslissingen op muziekgebied dus. Het grappige is dat haar smaak stiekem helemaal niet zoveel verschilt van die van ons. Nu scheelt het ook dat de grote Amerikaanse zenders gemiddeld maar een liedje of tien in het dagelijks repertoire hebben zitten, dus mocht je Taylor Swift of Mr. Probz op de een hebben gemist, dan zijn ze op een andere zender nooit ver weg. Thuis draai ik graag singer-songwriter muziek of jazz zoals Norah Jones en ‘Swing when you’re winning’ van Robbie Williams. En juist die jazz wilde ze ook op de playlist voor haar iPod. Verder hadden we haar achter onze muziekcollectie in iTunes gezet en gezegd dat ze zelf de nummers die ze wilde op haar iPod mocht zetten. Wat een kloeke collectie van 59 nummers opleverde.

Ik voel me werkelijk stokoud als ik terugdenk aan hoe ik zelf vroeger aan mijn muziek kwam. Ik had een cassetterecorder waar je ook radio op kon ontvangen en als er eentje op de radio kwam die je wilde hebben, dan nam je dat op. Met de recordknop. En de kunst was dan om precies op tijd weer op ‘Stop’ te drukken, voordat je de stem van de DJ achteraan je liedje had staan. Toen ik ouder was, kocht of kreeg ik ook wel eens een cassettebandje. Zo heb ik het eerste album van Neneh Cherry en ‘But, seriously’ van Phil Collins helemaal grijs gedraaid. En ik leerde alle songteksten uit m’n hoofd. Want een taalfreak ben ik altijd al geweest en ik luister altijd naar waar een liedje over gaat. Toen mijn Engels op de middelbare school steeds beter werd, schreef ik zelfs hele teksten uit.

Een tijdje geleden had Anne al tegen me gezegd: ‘Weet je wat ik zo leuk vindt van dat we nu in Amerika wonen? Dat ik alle Engelse liedjes kan verstaan.’ En ik dacht: ‘Jaaaa, ik snap dat!’ Nu ze die iPod heeft is de romantiek er alleen wel een beetje vanaf. De technologie staat voor niets, want als je op de titel van een nummer klikt, verschijnt de songtekst van het liedje op het schermpje. En ik moet zeggen, daar word je als ouder nou niet altijd even vrolijk van.

‘You’re like a drug that’s killing me
I cut you out entirely
But I get so high when I’m inside you.’
(Animals, Maroon 5)

of

‘Oh I lie here in the wet patch
in the middle of the bed
I’m feeling pretty damn hard done by
I spent ages giving head’
(Not fair, Lily Allen)

Allemachtig… Zou ze dat allemaal al snappen? Volgens verantwoord ouderschap hebben we haar natuurlijk wel al van alles verteld over de bloemetjes en de bijtjes, maar dit is wel erg plastisch. Wat me eraan doet denken dat ik pas met een andere moeder stond te praten, die zei dat haar dochter (die een half jaar jonger is dan Anne) al het begin van borsten kreeg. Zij had voor haar dochter een boek gekocht van American Girl (de fabrikant van die poppen die dezelfde kleren voor zowel het meisje als haar pop maakt), wat voorlichting geeft aan meisjes die nog geen tiener zijn over de aanstaande veranderingen in hun lichaam. Ik was daar eerst nogal sceptisch over, maar binnen een week hoorde ik er nog iemand over en zij had het zelfs in huis. Best een aardig boek over puistjes, ongesteld worden, hormonen, lichaamsverzorging en zelfvertrouwen.

Pfff, het gaat beginnen. Ik weet niet of ik daar al wel klaar voor ben hoor. Maar aan de andere kant: we hebben wel meer uitdagingen meegemaakt in de opvoeding van de kinderen, dus ik vertrouw er maar op dat dit, met het nodige vallen en opstaan, ook goed zal komen. En ik ben ook zo benieuwd hoe ze over tien of twintig jaar zijn. Hoe zullen ze eruit zien, hoe is hun karakter ontwikkeld, hoe staan ze in het leven?

Pas geleden was er op school een lasershow, waarbij de lasers bewogen op hits als ‘Happy’ en ‘Firework’. Al die kids uit volle borst meezingen. Ik zag haar zitten, tussen haar vriendinnen en uit 300 kinderkelen, waaronder die van haar, klonk:

‘You just gotta ignite the light and let it shine
Just own the night like the 4th of July
‘Cause, baby, you’re a firework
Come on, let your colors burst
Make them go, “Aah, aah, aah”
You’re gonna leave them all in awe, awe, awe’

Mijn keel kneep dicht en mijn ogen vulden zich met tranen terwijl ik dacht: ‘Ja, dat is precies wat ze gaat doen.’

Beter een goede buur…

Artistic Neighbour House

Toen wij net naar Amerika waren verhuisd (en dus ook net in ons nieuwe huis kwamen wonen), waren wij blij verrast door de gastvrijheid van de buren. De ene na de andere kwam met zelfgebakken cake (vaak nog warm), koekjes en ander lekkers aan, een mandje met een fles wijn en zelfs kadootjes voor de kinderen. Goh, dachten wij, wat attent. Dat zie je in Nederland niet veel!

De enige buren die we na een maandje of twee nog niet hadden ontmoet, waren onze naaste buren aan de linkerkant. Van een andere buurvrouw had ik al gehoord dat het een wat oudere mevrouw was, die haar man een tijdje geleden had verloren en dat ze niet meer zoveel buiten kwam. Dus toen ik haar een keer aan zag komen rijden toen ik zelf ook net de deur uit ging, maakte ik even een praatje. Ze was met haar dochter, die vertelde dat ze een paar straten verderop woonde en dat ze vaak bij haar moeder langs ging. Mochten hier dus al Florence-Nightingaleachtige neigingen bij mij opgeborreld zijn, dan werden deze ter plekke de kop ingedrukt. Voor deze mevrouw werd goed gezorgd.

Deze indruk werd nog eens bevestigd toen het die winter ongenadig ging sneeuwen. Elke keer als er weer zo’n dik pak gevallen was, kwam haar zoon, die blijkbaar ook in de buurt woonde, haar paadje sneeuwvrij maken met een snowblower. Het enige jammere was, dat hij dit steevast deed als het voor onze kinderen bedtijd was. En een herrie dat zo’n ding maakt! Alsof ze met een kettingzaag bezig zijn. Dus na de derde keer bleke gezichtjes in pyjama in de woonkamer (mam, ik kan zo écht niet slapen hoor), besloot ik eens door de gordijnen te gluren of het al een beetje vorderde. Zag ik dat die blower daar gewoon onbemand stationair stond de draaien! En 10 minuten later nog! Tsja en als dan ook de nachtrust van mijn bloedjes er nog onder te lijden heeft…

Kortom, ik trok mijn sneeuwlaarzen en jas aan, capuchon op (want het sneeuwde nog steeds heel hard) en ploegde door de kniehoge sneeuw naar de plek des onheils. Wat bleek? De buurman was nog steeds niet terug en die &$^%@#>? blower stond nog steeds aan. Even kreeg ik de neiging om naar de uitknop te gaan zoeken, maar daar verscheen de buurman weer ten tonele. Toen hij mij in de smiezen kreeg, deinsde hij achteruit. Arme man. Met m’n zwarte jas en capuchon op zag ik er waarschijnlijk meer uit als Magere Hein dan een vriendelijke buurvrouw. Maar hij herpakte zich en schreeuwde boven de blower uit: Hi, can I help you? Ik loeide terug: Hi, I live next door, I was wondering if everything is okay here, since I saw your blower just standing here running but nobody operating it! (Met onderliggende hint: zet dat klereding even uit als je naar binnen gaat). Maar ja, een man hè, dus mijn subtiele hint ging totaal aan hem voorbij toen hij terug brulde: Oh, that’s very kind of you, but we’re fine here, I just went in to go to the bathroom!!’ Ik had best mijn hele verdere leven zonder die informatie gekund, eigenlijk.

Afijn, het bleef maar sneeuwen en wij zagen de auto van de buurvrouw steeds verder ondergesneeuwd raken, naarmate de winter vorderde, op een gegeven moment zelfs helemaal tot aan het dak. We zeiden nog tegen elkaar: Ach ja, ze zal niet graag autorijden in de winter. En op een dag zag het zwart van de auto’s in de straat en was het een drukte van belang bij de buurvrouw thuis. Hee, die is vast jarig, dacht ik. Wat leuk zeg, zoveel kleinkinderen en familie op bezoek.

In het voorjaar ging Anne bij het overbuurmeisje spelen en toen haar moeder haar thuisbracht, vroeg ik naar het verkoopbord bij hen in de tuin, ik wist niet dat ze verhuisplannen hadden. ‘Ja’, zei ze, ‘en het huis naast jullie zal ook binnenkort wel in de verkoop gaan hè?’. En ik in al mijn onnozelheid: ‘Hoezo, gaat de buurvrouw naar een verzorgingshuis ofzo?’. ‘Nee’, zei zij, ‘die is twee maanden geleden overleden!’

Bleek haar verjaardag haar uitvaart te zijn geweest. Bam! Die had ik niet zien aankomen. Achteraf klopt het ook wel, want die snowblower had ik al een tijdje niet meer gehoord, terwijl het toch echt nog wel fors gesneeuwd had. En die volledig ondergesneeuwde auto was ook meteen verklaard. Nu kan ik helemaal los gaan over de individualisering van de samenleving, maar tegelijkertijd weet ik dat de dingen soms nu eenmaal zo gaan. Ik dacht alleen echt dat mij dat nooit zou overkomen, je buurvrouw al twee maanden dood zonder dat je daar vanaf weet. Maar ik ben bang dat ik me dit keer niet kan verschuilen achter ‘dat gebeurt alleen in Amerika’. Dat gebeurt gewoon waar je zelf bij bent.

De keuzes die je maakt

treinspoor

‘Soms kies je de langste weg en je vindt ’t naast de deur, soms heb je te ver gezocht, maar het antwoord schijnt in al z’n kleur.’ Is uit een liedje van Van Dik Hout. Prachtig, altijd al gevonden. Deze week werd ik ineens onverwacht ook geconfronteerd met keuzes die ik heb gemaakt. We moesten naar het Nederlandse consulaat in New York omdat Daan z’n paspoort bijna verloopt. En hoewel we ervan overtuigd zijn dat hij inmiddels met gemak voor een Amerikaan door kan gaan (… and then I was like, no Cole, you have to kick the ball that way and then Cole was like, no way man, and then I went like, really??…) willen we hem toch wel graag weer mee terug nemen naar Nederland volgende zomer, dus, op naar de vaderlandse vertegenwoordiging in den vreemde.

Honderd jaar geleden heb ik ook voor het ministerie van Buitenlandse Zaken gewerkt en ik was aangenomen als overplaatsbaar ambtenaar. Dat was niet wat ik altijd al had willen worden natuurlijk. Ik wilde eigenlijk ballerina worden. Bleek ik na een paar jaar helemaal geen talent te hebben. Of het juiste postuur. En holy shit wat deden die spitzen zeer! Ik ben er nu nog van overtuigd dat de balletjuf heeft gedacht: laten we dat kind in godsnaam maar op spitzen doen, kijken of het kwartje dan eindelijk valt. Nou, ik kan je vertellen, hij kwam binnen als de jackpot…

Nadat ik de jaren daarna nogal ambitieloos in het leven had gestaan (mijn leraar Economie verleiden was eigenlijk het enige dat telde in die jaren, arme man…), kwam aan het einde van de middelbare school uit de beroepskeuzetest dat ik iets met talen, dienstverlening of gastronomie moest gaan doen. Een mooie combinatie van die drie was de hotelmanagementschool. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, meldde ik me aan in Maastricht en Den Haag. Het selectiegesprek ging ongeveer zo.

– ‘Waarom wil jij in het hotelwezen werken?’
– ‘Nou eh, dat lijkt me wel leuk.’
– ‘Hoe denk je over ’s avonds en ’s nachts werken?’
– ‘Geen probleem!’
– ‘En later, als je bijvoorbeeld kinderen hebt?’
– ‘Ja, dan wordt het natuurlijk een ander verhaal!’

Om een lang verhaal kort te maken, ze hadden een karrevracht aan kandidaten die er wel klaar voor waren.

Na nog een paar omzwervingen en twee jaar Schoevers kwam ik uiteindelijk bij het ministerie van Buitenlandse Zaken terecht, als afdelingssecretaresse. En overplaatsbaar dus. Dat wil zeggen dat je elke twee jaar naar een ander land kan worden uitgezonden. Wat een avontuur leek me dat! Heel de wereld zien! Mensen van verschillende culturen leren kennen! Ik zag me al op een compound in Nairobi op een feest bij de ambassadeur op het balkon staan, uitkijkend over grazende olifanten. De eerste twee jaar moest ik jammer genoeg in Den Haag werken, maar daarna lag de wereld aan mijn voeten!

En toen kwam Bas voorbij. Juist. Die was ook net aan zijn carrière begonnen en had een studie van 8 jaar in het vooruitzicht. Niet handig om dan naar het buitenland te verhuizen. We hebben nog overwogen of ik overplaatsing naar Brussel, Parijs of Londen zou aanvragen, dat kon toch ook best werken? Wat, of eigenlijk, wie uiteindelijk de doorslag heeft gegeven voor mij om niet te gaan, was de secretaresse van de staatssecretaris. Een ontzettend lieve vrouw van tegen de zestig, die haar hele leven op ambassades over de hele wereld had gewerkt. Zoveel mooie ervaringen, zoveel geleerd en gezien en toch… Nu woonde ze alleen in een flat in Den Haag met alleen haar poezen als gezelschap. Ik heb gekozen voor de liefde.

Tsja en daar stonden we dan van de week, de kinderen en ik, bij het Nederlandse consulaat in New York. Grappig, hoe je je daar altijd een romantische voorstelling van maakt. Kroonluchters, antiek houten meubels, fluwelen bekleding, gouden ornamenten, dames in mantelpak en mannen met sigaren. Maar het was gewoon een kantoor. Op de 18e verdieping van een doorsnee kantoorpand. Met een heuse kantoortuin. Waar een Nederlandse dame in spijkerbroek met zwaar Amerikaans accent mij heel vriendelijk te woord stond, terwijl Willem-Alexander en Maxima vanaf de plastic scheidingswand lachend toekeken. Ik zei nog tegen haar: ‘Wat leuk, om hier te zijn, ik ben ook ooit overplaatsbaar ambtenaar geweest, maar het is uiteindelijk nooit zover gekomen.’ ‘Echt waar?’, zei ze, ‘wat toevallig. En nu woon je dan toch in het buitenland!’

Ja, verrek, het is wel zover gekomen. En zo is deze deur die ik had gesloten, via een omweg toch weer opengegaan. Van Dik Hout, eat your heart out!

Ingeburgerd?

pop

Ik denk dat ik er ben.  Ingeburgerd, gewend, geacclimatiseerd, hoe je het ook noemen wil. We wonen nu 1 jaar en 7 maanden in Amerika en ik verbaas me eigenlijk niet meer zo. Vreemd eigenlijk, hoe je zonder blikken of blozen langs rijtjes van boter gemaakte kalkoenen kan lopen in de supermarkt. Of een drie meter hoge kartonnen ‘headless horseman’, volgestouwd met kilo’s en kilo’s Halloween snoep niet meer dan een blik waardig gunt.

Poppenwinkels die behalve poppen en poppenkleertjes ook kinderkleding verkopen. Dezelfde kleding als de poppenkleertjes wel te verstaan, maar dan in kindermaten, zodat je dochter dezelfde outfit aan kan trekken als haar pop. En dat daar op een doorsnee zaterdagmiddag om drie uur 30 man in de rij staan voor de kassa. Heel gewoon allemaal, inmiddels.

Dat er pizza met ijs wordt geserveerd tijdens de lunch op school en dat er moeders zijn die hun kind dan óók nog een zakje chips meegeven. Of dat er een vriendinnetje van Anne komt spelen en die zegt: ‘Ik heb dorst, wat heb je te drinken?’. Ik kijk er niet meer van op.

Best jammer, dat die fase van verbazing en verwondering nu voorbij is. Daarom is het maar goed dat we over 9 maanden weer naar Nederland terug verhuizen. Hoewel ik me wel zo zoetjes aan begin af te vragen of ik daar dan wel weer kan wennen. Wat is er allemaal in Nederland veranderd en wat is hetzelfde gebleven? Ik kan er soms zo naar verlangen maar ik vind het ook spannend. Zullen de kinderen weer opgenomen worden in hun klas? Straks worden ze uitgelachen of stom gevonden omdat ze een beetje raar praten. Want toen oma de afgelopen weken bij ons te logeren was, deden ze echt hun best hoor, om Nederlands met haar te praten. Maar het klonk toch ongeveer zo: ‘En toen kreeg ik een turn van de teacher omdat ik m’n hand had geraised en ik wist de goede answer!’ Pakken we ons oude leven weer op of maken we een nieuwe start? Iedereen is ruim twee jaar verder, passen we nog in het leven van de mensen waar we graag bij willen horen? En zijn de pieten nog wel zwart?

Ik hoop stiekem dat ik me in Nederland ook een beetje kan verbazen over onze vaderlandse gewoonten. Want zoals ik dubbel heb gelegen om hoe de Amerikanen soms dingen aanpakken, zo is het nog grappiger om te lezen hoe buitenlanders die in Nederland wonen óns zien. Een van mijn favoriete quotes op het blog van een Canadese moeder in Amsterdam over het fietsen in Nederland: ‘Dutch people love their gearless, rusted, chain-just-barely-hanging-on variety. Why, you ask, with the amount of biking they do? Well, we all know that practicality runs through every Dutchie’s blood. Why spend your hard-earned cash on fancy features when your unusually large thighs and lungs can do the hard work instead?!? Heck, the Dutch would even rather power their bike lights with only their leg-pumping-energy (…’cause we all know how the cost of batteries can sure add up!! ;)’

En over stamppot schrijft ze: ‘Dutch people love to mash; mash, mash, mash. Case in point, the beloved Stamppot. For those of you unaware of the stamppot, it actually combines 2 of the Dutch cooking specialties a) mashing and b) boiling. First you boil the shit out of various veggies (potatoes, carrots, etc.). Then you mash the hell out of all of them, throw a little sausage on the side, and voila, a perfect Dutch meal!’ *

Ik hoop dat we het beste van twee culturen kunnen combineren. Dat ik nog heel lang iedereen een knuffel blijf geven in plaats van die rare drie luchtzoenen. Dat ik spontaan vergeet om de hele kamer rond te gaan op een verjaardag om iedereen te feliciteren. En dat mijn kinderen het niet verleren om vreemden te groeten. Want wie wil er nu eigenlijk ingeburgerd zijn?

* Bron: Stuff Dutch People Like