De beste stuurlui

12065700561929757365johnny_automatic_Accommodations_3.svg.med

Onze eerste kampeertrip van het seizoen is een feit. Voor de tweede en laatste keer naar Hersheypark. En met gepaste trots kan ik melden dat ieders knieën heel zijn gebleven, we de kaartjes meteen de eerste keer bij ons hadden en ik zelfs toetenpoetsers bij me had!

Een van de leukste dingen van kamperen is toch wel dat het zo makkelijk is om mensen te kijken. Bij de wasbakken stond ik bijvoorbeeld naast een meisje van begin twintig. Ze praatte met haar vriendin die in een douchehokje stond. ‘What are you wearing to the park today?’ De vriendin mompelde iets onverstaanbaars, waarop zij antwoordde: ‘I’m going to, like, wear, like, leggings and, like, a sweatshirt, cause that, like, always works.’ Ooohh, ik ben echt zo vreselijk blij dat we weer naar Nederland terug verhuizen. Stel je toch voor dat Anne over een paar jaar ook alleen maar zo zou praten, ik gruwel ervan.

Ik weet het, het is een heel slechte eigenschap, om zo kritisch op andere mensen te zijn. Kijken hoe andere ouders het doen is ook zo fout, maar wel héél leuk. Een paar plaatsen verderop op de camping had een kleuter een driftbui van epische proporties. Vijf minuten daarvoor had ik die moeder haar dochter al terug naar de tent zien duwen, terwijl het kind luid protesteerde ‘I don’t wanna go!!’ Ik denk gevalletje ‘we gaan eten en je moet uit de speeltuin’. Zo, maar die meid kon er wat van zeg! Je kan natuurlijk moeilijk de hele tijd gaan staan kijken, maar toen het geluidsniveau dusdanig werd, dat ik ging twijfelen of het nog wel een kind was die aan het krijsen was, of dat ze toevallig ook een hondsdolle wolf hadden meegenomen, zag ik dat ze haar aan tafel hadden gekregen, maar ze zo heftig met haar stoel begon te schudden, dat ze met stoel en al achterover kiepte, zó met haar hoofd in de kiezels.

Met een mengeling van medeleven (arm kind en arme ouders) en opluchting (die fase hebben wij gehad) zag ik dat de moeder het kind ging troosten en gelukkig was het daarna snel over. En wat een rotmens ben ik dan ook eigenlijk dat ik er ook nog achteraan dacht: Ja, lekker bijdehand, om dat kind aan tafel te zetten als ze nog zo overstuur is. Vinden we als ouders eigenlijk niet allemaal dat we het zelf het beste doen? En als iemand in onze omgeving dreigt te falen, versterkt dat ons idee van superioriteit alleen maar. Ik ben ervan overtuigd dat ik geen bovennatuurlijke opvoedkrachten bezit, maar toch denk ik bij het zien van dat soort voorvallen: Bij mijn kinderen was het nooit zover gekomen!

De dag erna kreeg ik van het universum een lesje in nederigheid. Ik stond in het douchegebouw en er kwam een moeder binnen die haar twee dochters onder de douche ging doen. Tegelijk. In mijn hoofd klonk het: Zo, jij liever dan ik, succes ermee! En ja hoor, haar kinderen bleken ongeveer uit hetzelfde hout gesneden als die van mij als het op douchen op de camping aankomt, want het gesprek vanuit het douchehokje ging ongeveer zo.

Kind 1: It’s hot!
Moeder: It’s not hot.
Kind 1: It’s hot!
Moeder: Well, I can’t get it any colder than this.
Kind 1: It’s too hot!
Kind 2: I’m cold!
Moeder: Just a second, you can go after your sister.
Kind 1: It’s hot!
Moeder: There is some black stuff in your neck, here, let me get it off.
Kind 1: It’s okay mom, let me go.
Moeder: It’s not okay.
Kind 1: Mom, it’s okay.
Moeder: No, it looks gross, let me get it.
Kind 2: I’m cold!
Kind 1: Mom, IT’S OKAY!
Moeder: Can you please hold still?
Kind 2 begint ondertussen hard te zingen: I CAME IN LIKE A WRECKING BALL! I NEVER HIT SO HARD IN LOVE!
Kind 1: It’s okay!
Moeder: Alright, it’s gone, now you come here.
Kind 2: ALL I WANTED WAS TO BREAK YOUR WALLS, ALL YOU EVER DID WAS WRECK ME!
Kind 1: I’m cold!

Maar rustig dat die moeder bleef! Terwijl ik allang met zeven kleuren eczeem in m’n nek als een krijsende heks een van de twee uit het hokje had verjaagd, was deze moeder als een vlakke oceaan. Respect, mamma van deze meisjes. De volgende keer dat ik in gedachten mijn oordeel klaar heb over een andere moeder, zal ik aan jou terugdenken en mezelf een denkbeeldige schop onder m’n kont geven.

 

Dagje uit

EHBO doos

Waarom kan een dagje uit bij ons nou nooit eens gewoon gaan? Gewoon, zoals mijn moeder altijd alles onder controle leek te hebben als we naar Drievliet of Duinrell gingen vroeger. En die had dríe kinderen. Die stopte ons met z’n drieën op de achterbank van haar Renaultje en dan liep de dag verder op rolletjes.

Of m’n schoonzus, zij is mijn lichtend voorbeeld als het aankomt op gezinsorganisatie. Toen haar jongens nog klein waren, had ze altijd extra setjes kleren bij zich. En pakjes zakdoeken. En toetenpoetsers. En een EHBO doosje. Gewoon, van die handige dingen, die ik altijd pas bedenk als we een ijsje aan het eten zijn en Daan zo ongeveer z’n hele gezicht in zijn hoorntje stopt. ‘Hadden we nou maar toetenpoetsers meegenomen’, denk ik dan. Waarna ik met zo’n uit de ijszaak meegegrist verfrommeld eenlaags servetje en een beetje spuug probeer de schade beperkt te houden. Bij nader inzien, mijn moeder had vroeger ook nooit toetenpoetsers bij zich. Getverdemme, wat vond ik dat altijd vies, als ze met spuug iets weg probeerde te halen op mijn gezicht. Gezworen om dat bij mijn kinderen nooit te doen en nu doe ik het tóch. Omdat ik best prima kan organiseren, zolang het maar niet in m’n vrije tijd hoeft.

De intentie is er altijd wel hoor. Een paar maanden geleden hadden we bedacht dat we tijdens het lange Memorial Day weekend naar Pennsylvania wilden gaan. Die kant waren we nog niet op geweest en de kinderen hadden op school gehoord over Hershey Park, een groot attractiepark dat in het teken staat van de Amerikaanse, overigens heel vieze, chocolade van het merk Hershey. Oorspronkelijk begonnen als een rondleiding door de chocoladefabriek, is er nu een pretpark, een zwemparadijs, een dierentuin en een botanische tuin bijgebouwd. De moeders die ik er op het schoolplein naar vroeg, zeiden stuk voor stuk dat de kinderen het hun ‘most happy place’ noemen. Zo ongeveer als De Efteling bij ons dus.

Afijn, wij aan het boeken geslagen en het toeval wil dat op de ‘Waldwick moms’ Facebook pagina net iemand aankondigde om Hershey Park kaartjes met groepskorting te gaan bestellen, of er iemand van wilde meeprofiteren. Tsja, waarom ook niet, dus cheque afgeleverd bij deze collegamoeder (ja echt, een cheque, internetbankieren kennen ze niet in de VS…) en een paar weken later kwam ze de kaartjes bij me langs brengen. Die pagina is echt een fantastisch fenomeen, als we weer terug naar Nederland verhuizen ga ik ook zoiets beginnen. Maar ik dwaal af. Punt wat ik wou maken, was dat ik al een maand voor vertrek de kaartje mét korting in de pocket had. Ik was best tevreden met mezelf.

Waar het helaas vaak fout mee gaat, zijn de details. We hadden voor 4 nachten geboekt op de Hershey campground, met shuttle service naar het park. Toen we op vrijdagmorgen met twee rugzakken vol zonnebrand, flessen water, snacks, fototoestel en pakjes zakdoeken (dat dan weer wel) bij de bushalte stonden, verliepen de volgende anderhalf uur ongeveer zo.

09:30 uur – Mijn telefoon en Bas’ portemonnee vergeten. Bas rent terug naar de tent.

09:40 uur – In de bus komen we erachter dat de kaartjes voor het park nog in het dashboardkastje van de auto liggen. Na overleg met de buschauffeur stappen we bij de parkingang over in de shuttle terug naar de camping. De kinderen gaan, verbolgen over zoveel ouderlijke onkunde, demonstratief zo ver mogelijk van ons vandaan zitten.

10:00 uur – De buschauffeur deelt ons mee dat ze de afslag naar de camping voorbij is gereden. Dat is haar in al die jaren nou nog nooit overkomen.

10:15 uur – We rijden de camping weer op en Bas sprint voor de tweede keer terug naar de tent. Ik besluit de kinderen even hun benen te laten strekken. In die luttele twee minuten rennen ze van een heuvel af, valt Daan op zijn knieën en maakt een sliding over het asfalt waar Christiano Ronaldo jaloers op zou zijn. Gevolg: twee open knieën en een ontroostbaar kind. De EHBO doos in de bus laat gelukkig ook te wensen over. Ben ik tenminste niet de enige zonder pleisters.

10:35 uur – Eenmaal weer bij het park aangekomen is het een ongans eind lopen naar de EHBO post, waar we door een grijzende zuster vermanend worden toegesproken. ‘Were you running?’, vraagt ze aan Daan, maar tegelijkertijd kijkt ze ons aan alsof ze wil zeggen: let dan ook gewoon op je kind!

Ja, mevrouw. Volgende keer zal ik het allemaal voor elkaar hebben. Pleisters, sinaspril, hooikoortspilletjes, toetenpoetsers, kleren zonder bloed, ik beloof het. Maar wees nu alsjeblieft gewoon een lieve zuster. Dat hebben we deze ochtend wel verdiend.