Slaapplek

slaapplek

Nog voordat we goed en wel naar Amerika vertrokken waren, hadden diverse mensen al aangekondigd dat ze ons zouden komen opzoeken, als we er eenmaal woonden. ‘Leuheuk! Hebben we er een vakantieadresje bij!!’ hoorde je ineens de meest vage sportvrienden en verre neven en nichten roepen. Gelukkig deed ook de meest naaste familie die belofte en zo waren we een aantal weken geleden bezig met het inrichten van de gastenkamer voor mijn zus, zwager en neefje.

Om dit achterlijk grote huis wat minder leeg te maken, hadden we een paar maanden geleden al een slaapbank op de kop getikt, die we een plekje hadden gegeven in de speelkamer. Ja, ja, de SPEELkamer. We hebben zoveel kamers dat we van gekkigheid ook maar zo’n typisch Amerikaanse speelkamer hebben ingericht. Dat is een, meestal in de kelder gelegen, schimmelig donker hol waar al het speelgoed is weggestopt, in de hoop dat de kinderen daar gaan spelen als de grote mensen willen praten. Omdat die arme Amerikaanse kindertjes niet beter weten, doen ze dat meestal ook, maar die van ons zijn er niet heen te sláán. Wij dachten in al onze onschuld nog dat het aan gebrek aan meubilair lag, maar ook nu met gezellige slaapbank, slepen ze steeds het speelgoed waar ze mee willen spelen gewoon mee naar boven, naar het daglicht. Neem het ze maar eens kwalijk.

Afijn, op de kop getikt is niet helemaal waar, wat die bank betreft, want we hadden hem op de lokale Marktplaats (Craigslist) zien staan voor $25, maar toen we hem kwamen bezichtigen en mee bleken te willen nemen, kreeg de eigenaresse last van wroeging en gaf hem gratis aan ons mee. Achteraf bleek waarom.

Goed gastvrouw als ik placht te zijn, dacht ik: ik wil die bank eerst wel eens testen, voordat ik mijn zus met toch al gebroken nachten (want kind van anderhalf) en zwager met zwakke rug voor drie weken daarop laat slapen. De mevrouw van Craigslist had al gezegd: het matrasje is wel dun hoor, ik legde er altijd nog een campingmatje bovenop. Oké, oké, een gratis bank niet in de bek kijken en wij hebben superdeluxe slaapmatjes, dus dat moet goed komen. Toen het geheel eenmaal stond (bank uitgeklapt, matjes erop die samen veel breder waren dan het matrasje, lakens, kussens en dekens erop) zag het er zo comfy uit dat de kinderen direct aanboden om als eerste proef te draaien, wel samen natuurlijk. De volgende ochtend waren de complimenten niet van de lucht: ‘Nou, het lag echt véél lekkerder dan m’n eigen bed!’

Het was dus met grenzeloos vertrouwen dat ik ’s avonds tegen Bas zei:
‘Wij gaan op het logeerbed slapen vanavond.’
Ongelovige stilte
‘Hoezo?’
‘Omdat ik even wil kijken hoe het slaapt.’
‘Ben je wel lekker, ik moet morgen gewoon werken hoor!’
‘Joh, de kinderen zeggen dat het prima slaapt, het is maar 1 nachtje, ik wil gewoon weten hoe het ligt.’

Nou, dat heb ik geweten. Wat een helnacht! Het lag alleen goed in het midden, want aan de rand kiepte je eraf en het bed liep af richting het voeteneind, waardoor we tegen de ochtend in foetushouding kermend in een hoopje lakens wakker werden.

Die slaapbank ging hem niet worden dus, maar wat dan? Na alle opties de revue gepasseerd te laten hebben, besloot ik dat de matrassen van ons bed naar de gastenkamer moesten en dat wij de campingmatjes op onze lattenbodem zouden leggen. Zo hadden de gasten een goed matras en hoefden wij niet met de matjes op de vloer. En ondanks dat Bas vond dat ik nu helemaal was doorgedraaid, sliepen wij drie weken op onze campingmatjes. Zoals dat in goede huwelijken gaat.

Afgelopen vrijdag zijn ze vertrokken. En konden we onze eigen matrassen weer naar boven sjouwen en héérlijk slapen. De volgende avond lagen we in bed nog wat te praten, toen ik ineens heel hard KNAK hoorde.

‘Wat was dat?’
‘M’n knie.’
‘Jeetje, dat was hard.’
KNAK!
‘Wat was dát?’
‘M’n rug.’
‘Allemachtig joh, wat is er met jou aan de hand?’
‘Ja, hallo, eerst laat je me drie weken op een matje slapen in m’n eigen bed en dan vind je het gek als er af en toe iets knakt?’
‘Ja gezellig, laten we het daar nog eens over hebben…’
‘Ik begon niet, het was m’n knie!’

Pappa en mamma hébben geen ruzie!

quarrel

De Tomtom is de allerbelangrijkste uitvinding van onze tijd. Ik zeg: geef de man die dat bedacht heeft de Nobelprijs voor de vrede. Want zeg nou zelf, hoe zouden de scheidingspercentages eruit hebben gezien als er geen navigatiesystemen waren? Twee op de drie huwelijken kapot? Het zou me niets verbazen.

Maar zelfs met die handige Tomtom app is enig routegehakketak bij ons schijnbaar niet te vermijden. Als ik in mijn eentje rij, bereik ik altijd feilloos, zonder omwegen en keurig op tijd de plaats van bestemming. En mocht het toch een keer mis gaan, dan dirigeert mijn Tomtommevrouw mij vriendelijk en efficiënt naar de eerstvolgende afslag. Helaas gaat het met mijn gewaardeerde echtgenoot op de bijrijder stoel soms toch nog mis.  ‘HIER moet je al naar rechts! Ja, nu, NU!!’ En als je dan met gierende banden en schreeuwende claxons om ons heen, nog net de bocht kan maken zonder de vangrail mee te nemen, klinkt het ‘Oh, het was toch de volgende’ toch een stuk minder efficiënt. Waarna het fijntjes vanaf de achterbank toegevoegde ‘Geen ruzie maken!’ kan rekenen op een nét iets te hard ‘Pappa en mamma hébben geen ruzie!’

Maar goed, de ellende die onze ouders hebben meegemaakt, blijft ons gelukkig bespaard. Ik kan me die ruzies in Zuid-Duitsland nog maar al te goed herinneren, met mijn moeder die de voorruit blokkeerde met de Michelinkaart en mijn vader met stoom uit zijn oren over de zoveelste met rechts verwisselde links. Het huwelijk van mijn ouders heeft het tragisch genoeg niet overleefd.

Dus toen wij een paar weken geleden voor een lang kampeerweekend naar Washington DC vertrokken, waren wij eens te meer in onze nopjes met het fantastische fenomeen van het navigatiesysteem. Zo jammer dat niemand nog iets bedacht heeft op dat andere verschijnsel dat de eerste vakantiedag zo finaal in het honderd kan laten lopen: file. We hadden het eigenlijk wel kunnen weten. Memorial Day, een van de grote feestdagen in de VS. Natuurlijk zijn er dan meer mensen die een paar dagen weg gaan. En ook al waren we best vroeg vertrokken, er was geen redden aan: een rit die normaal gesproken 3,5 uur zou moeten duren, kostte ons nu 7 uur. Gelukkig hadden we genoeg doeboeken, zoekboeken, leesboeken, kleurtjes, loco en spelletjes op onze telefoon voor een weeshuis op de achterbank, zodat de kinderen het allemaal wel best vonden. Maar wij zagen de tijd verder tikken richting de avond en… richting de tent opzetten in het donker.

Een tent opzetten an sich is voor de meeste relaties al een uitdaging, maar in het donker een (let op) nieuwe tent opzetten, dat is toch wel de goden verzoeken. Gelukkig zijn we allebei bijzonder beschaafde mensen, die zelden of nooit schelden. De frustratie en irritatie komen er bij ons dan ook altijd zeer beheerst uit. ‘Ja, lieverd, maar als je die haring er zo insteekt, dan blijft hij natuurlijk nooit vastzitten.’ ‘Nou, LIEVERD, als jij die haringen dan gewoon even lekker zelf doet, dan ga ik de luchtbedden pakken.’ Verder heeft Bas de gewoonte om, als het donker is, hij zijn handen vrij moet hebben en óók nog iets moet kunnen zien, de zaklamp in zijn mond vast te houden. Waardoor de goedbedoelde aanwijzingen ongeveer zo klonken: ‘Hie sok hoet eh ach gag’ (die stok moet in dat gat) en ‘Ge ogening hig ang hie kang’ (de opening zit aan die kant). Het is dat het droog is gebleven die avond, anders had ik het zo net nog niet geweten…

Toen ik later onze bezoekingen aan mijn chiropractor uit de doeken deed, zei zij: ‘Nou, dan weet je meteen een goed Vaderdag cadeau: een hoofdlamp!’ Hadden we jáááren eerder moeten doen!