Thank you for the music

ce4f940e6e06a37a53e77ff4b06cbd7f_i-love-music

Anne heeft voor haar verjaardag van onze familie in Nederland een iPod Nano gekregen. Zo eentje waar je geen sms’jes mee kan sturen of op internet kan, maar alleen muziek mee kan luisteren. We hadden gemerkt dat ze steeds meer interesse ging krijgen voor de muziek op de radio en de muziek die we thuis draaien. Is er net een lekker nummer op de radio, krijg je ineens: ‘Pff, deze effe niet hoor’ en voor je kan protesteren staat er een andere zender op. Ik kan soms zo verlangen naar de tijd dat ze nog met een autostoeltje achterin moesten zitten…

Maar goed, tijd voor autonome beslissingen op muziekgebied dus. Het grappige is dat haar smaak stiekem helemaal niet zoveel verschilt van die van ons. Nu scheelt het ook dat de grote Amerikaanse zenders gemiddeld maar een liedje of tien in het dagelijks repertoire hebben zitten, dus mocht je Taylor Swift of Mr. Probz op de een hebben gemist, dan zijn ze op een andere zender nooit ver weg. Thuis draai ik graag singer-songwriter muziek of jazz zoals Norah Jones en ‘Swing when you’re winning’ van Robbie Williams. En juist die jazz wilde ze ook op de playlist voor haar iPod. Verder hadden we haar achter onze muziekcollectie in iTunes gezet en gezegd dat ze zelf de nummers die ze wilde op haar iPod mocht zetten. Wat een kloeke collectie van 59 nummers opleverde.

Ik voel me werkelijk stokoud als ik terugdenk aan hoe ik zelf vroeger aan mijn muziek kwam. Ik had een cassetterecorder waar je ook radio op kon ontvangen en als er eentje op de radio kwam die je wilde hebben, dan nam je dat op. Met de recordknop. En de kunst was dan om precies op tijd weer op ‘Stop’ te drukken, voordat je de stem van de DJ achteraan je liedje had staan. Toen ik ouder was, kocht of kreeg ik ook wel eens een cassettebandje. Zo heb ik het eerste album van Neneh Cherry en ‘But, seriously’ van Phil Collins helemaal grijs gedraaid. En ik leerde alle songteksten uit m’n hoofd. Want een taalfreak ben ik altijd al geweest en ik luister altijd naar waar een liedje over gaat. Toen mijn Engels op de middelbare school steeds beter werd, schreef ik zelfs hele teksten uit.

Een tijdje geleden had Anne al tegen me gezegd: ‘Weet je wat ik zo leuk vindt van dat we nu in Amerika wonen? Dat ik alle Engelse liedjes kan verstaan.’ En ik dacht: ‘Jaaaa, ik snap dat!’ Nu ze die iPod heeft is de romantiek er alleen wel een beetje vanaf. De technologie staat voor niets, want als je op de titel van een nummer klikt, verschijnt de songtekst van het liedje op het schermpje. En ik moet zeggen, daar word je als ouder nou niet altijd even vrolijk van.

‘You’re like a drug that’s killing me
I cut you out entirely
But I get so high when I’m inside you.’
(Animals, Maroon 5)

of

‘Oh I lie here in the wet patch
in the middle of the bed
I’m feeling pretty damn hard done by
I spent ages giving head’
(Not fair, Lily Allen)

Allemachtig… Zou ze dat allemaal al snappen? Volgens verantwoord ouderschap hebben we haar natuurlijk wel al van alles verteld over de bloemetjes en de bijtjes, maar dit is wel erg plastisch. Wat me eraan doet denken dat ik pas met een andere moeder stond te praten, die zei dat haar dochter (die een half jaar jonger is dan Anne) al het begin van borsten kreeg. Zij had voor haar dochter een boek gekocht van American Girl (de fabrikant van die poppen die dezelfde kleren voor zowel het meisje als haar pop maakt), wat voorlichting geeft aan meisjes die nog geen tiener zijn over de aanstaande veranderingen in hun lichaam. Ik was daar eerst nogal sceptisch over, maar binnen een week hoorde ik er nog iemand over en zij had het zelfs in huis. Best een aardig boek over puistjes, ongesteld worden, hormonen, lichaamsverzorging en zelfvertrouwen.

Pfff, het gaat beginnen. Ik weet niet of ik daar al wel klaar voor ben hoor. Maar aan de andere kant: we hebben wel meer uitdagingen meegemaakt in de opvoeding van de kinderen, dus ik vertrouw er maar op dat dit, met het nodige vallen en opstaan, ook goed zal komen. En ik ben ook zo benieuwd hoe ze over tien of twintig jaar zijn. Hoe zullen ze eruit zien, hoe is hun karakter ontwikkeld, hoe staan ze in het leven?

Pas geleden was er op school een lasershow, waarbij de lasers bewogen op hits als ‘Happy’ en ‘Firework’. Al die kids uit volle borst meezingen. Ik zag haar zitten, tussen haar vriendinnen en uit 300 kinderkelen, waaronder die van haar, klonk:

‘You just gotta ignite the light and let it shine
Just own the night like the 4th of July
‘Cause, baby, you’re a firework
Come on, let your colors burst
Make them go, “Aah, aah, aah”
You’re gonna leave them all in awe, awe, awe’

Mijn keel kneep dicht en mijn ogen vulden zich met tranen terwijl ik dacht: ‘Ja, dat is precies wat ze gaat doen.’

Zombies

Zombie

Ons huis ligt onder vuur. Van twee kanten zelfs. De ene vijand heet King’s Bounty en de andere Plants vs Zombies. Nietsontziend slurpen zij de hersencellen van mijn kinderen op tot er niets meer van over is. Help!

Het begon allemaal op de dag dat de vader des huizes besloot dat het een goed idee was om op zondagmiddag een computerspelletje te spelen. Zo’n spelletje dat hij voorheen niet of alleen heel zelden ’s avonds speelde, omdat je daar in de tropenjaren met twee kinderen onder de 6 gewoon geen tijd voor hebt. Het was zo’n onbewaakt ogenblik, dat je de ontbijtboel staat op te ruimen en ineens denkt: Gut, wat is het stil… Tot die noodlottige dag kon dat twee dingen betekenen. Óf ze speelden doktertje, óf er werd op het behang gekleurd. Maar nu bleek na een korte zoektocht dat er twee kinderen ademloos naar het scherm van de computer zaten te staren, waar een ridder op een paard door een soort doolhof op zoek leek naar een nog nader aan te wijzen bestemming. ‘Ehm, Bas, wat is dat voor spelletje?’ ‘King’s Bounty!’ ‘Is dat niet voor 16 jaar en ouder?’ ‘Ja, maar dat is alleen omdat het moeilijk is, niet omdat het eng is.’ ‘Ja mam, het is helemaal niet eng, en pappa probeert nu de inquisitors te resurrecten met de rune mage!’ … Huh? Hoe lang had ik eigenlijk over die vaatwasser gedaan?

Sindsdien zijn ze als junks op zoek naar een shot. De dagelijkse vragen ‘Wanneer komt pappa thuis?’ en ‘Hoe laat gaan we eten?’ hebben niets meer te maken met het verlangen naar een knuffel of honger, maar met kille berekening. Als hij om 6 uur thuis is en we eten om kwart over 6, dan hebben we nog een kwartier voor King’s Bounty! Natuurlijk gaat dat ook wel eens mis (uitgelopen bespreking, file, eten eerder klaar dan gepland) en dan is het huis te klein. ‘Ja maar mam, JIJ zei, enz.’ Aangezien ik dit een bijzonder ongezonde ontwikkeling vind, heb ik per decreet opgelegd dat King’s Bounty alleen nog in het weekend gespeeld mag worden.

En als ze dan op zondag er alweer langer dan een uur achter zitten, ik het wel welletjes vind en ze (alle drie) aan hun haren erachter vandaan moet sleuren, zijn ze echt even tijdelijk hersendood. ‘Ja maar, wat moeten we nu dan gaan doen??’ Waarop Bas altijd zegt ‘Gewoon, jezelf vermaken!’ en dan verwacht dat dat nog lukt ook.

Of deze verslaving nog niet genoeg was, stond er een paar weken geleden ook ineens een nieuw spel op de iPad. Echt waar, het heeft veel voordelen om getrouwd te zijn met een computer ‘geek’, maar een uitgebalanceerde opvoeding voor je kinderen op digitaal gebied kun je natuurlijk wel op je buik schrijven. Tot op heden is mij nog steeds niet duidelijk wat de bedoeling van Plants vs Zombies is, maar vooral Daan was op slag verkocht. En ook als het over dit spel gaat, komen er de meest onbegrijpelijke zinnen uit zijn mond, zoals: ‘In de last stance moet je de gorguana met een powie verslaan, because otherwise, the sasquash eats your brain!’ Of iets dergelijks. Vroeger ging het onder het eten nog wel eens over hoe het op school was, maar nu voel ik me de paria van de familie, in al mijn onwetendheid over emerald green dragons, cyclopsen en pea shooters.

Waar is de tijd gebleven dat ze een kwartiertje Dora keken voor het ontbijt en dan al zingend (dididididi Dora) aan tafel kwamen. Na één keer roepen. Nu duurt het eerst drie keer roepen voor het überhaupt tot ze doordringt waar ze zijn en dan worden ze nog boos ook. ‘Ja, maar dit is een hartstikke moeilijk level en we zijn bijna klaar!’

Gelukkig is de vakantie naar Nederland aanstaande. Zonder computer met King’s Bounty en weliswaar met iPad en Plants vs Zombies, maar ook met een keur aan familie, vriendjes en vriendinnetjes, zodat er wat mij betreft écht geen tijd is om alsmaar achter een schermpje te zitten. Heerlijk, vier weken zo veel mogelijk genieten van iedereen die we straks weer een jaar moeten missen. Bas vliegt na twee weken weer terug en de kinderen en ik plakken er dan nog twee weken aan vast. Wat vorige week aan tafel het volgende gesprek opleverde:

– Hee pap, als jij dan twee weken alleen thuis bent, dan mag jij geen King’s Bounty spelen hoor.
– Waarom niet?
– Ja, daar willen wij natuurlijk wel bij zijn, anders ben je al heel veel levels verder!
– En wat moet ik dan al die tijd in mijn eentje doen?
– Nou, gewoon, jezelf vermaken!

Kijk, dat gesprek kon ik dan wel weer héél goed volgen…

Robot

Image

Het is zondagochtend. Daan staat voor me, in zijn pyjama, met een serieuze donderwolk boven zijn hoofd. En hij heeft zijn schoenen aan. ‘Waarom heb jij je schoenen aan?’, vraag ik. ‘Ik ga naar Nederland, mijn witte robot die kan lopen halen!’ O. Als ik even een stilte laat vallen, vervolgt hij boos: ‘Waarom heb je die eigenlijk niet meegenomen?’

‘Nou… die paste niet meer in de koffer. Die robot heb je gekregen toen de container al weg was, en die robot was te groot voor in de koffer.’
‘Dan had je mijn vliegtuig thuis moeten laten en op dat plekje de robot!’

Tsja… Dat zo’n moeder dat nou niet snapt hè?

Ik denk dat Daan zich een beetje hetzelfde voelt als ik me al de hele week voel. Ter illustratie even een dag uit deze week op een rijtje.

7.00 uur: wakker. Het heeft heel hard gesneeuwd en er is mail van de school over ‘delayed opening’: Anne hoeft pas om 10.10 uur op school te zijn.
8.00 uur: iedereen in de auto
8.30 uur: Bas afzetten op kantoor
9.00 uur: Daan afdroppen op school
9.05 uur: thuis met Anne
9.10 uur: huisbaas belt over de reparatie van de droger, er komt een klusjesman, of ik die wil bellen om een tijd af te spreken
9.20 uur: buuv belt om te zeggen dat ze hun sneeuwschep tegen hun garage aan hebben gezet, dat we die mogen lenen (alle sneeuwscheppen waren nl. uitverkocht…)
9.25 uur: mamma belt, zeg dat ik haar later terugbel
9.30 uur: Anne helpen met haar Engelse website die ze voor school moet doen
9.50 uur: Anne naar school brengen
10.05 uur: sneeuwschep oppikken bij de buren en oprit schoonscheppen (in de regen)
10.30 uur: plof oververhit en met doorgezakte rug op de bank, bel mamma terug. Die heeft onderzoeken gehad in het ziekenhuis en heeft zich heel rot gevoeld. Wou dat ik daar was.
11.15 uur: weg om Daan op te halen
11.35 uur: weer thuis, gauw washok opruimen, want klusjesman komt
11.45 uur: klusjesman staat voor de deur
12.00 uur: boterham eten met Daan
12.45 uur: klusjesman is klaar en vertelt en passant zijn levensverhaal
13.15 uur: met Daan naar het postkantoor
13.25 uur: kom er halverwege de rij bij het postkantoor achter dat ik mijn portemonnee vergeten ben…
13.40 uur: opnieuw in de rij bij het postkantoor
14.00 uur: weer thuis, afwassen ($#%@! vaatwasser doet het nog steeds niet)
14.30 uur: was aanzetten om daarna te kunnen kijken of droger het ook echt doet
15.00 uur: weg om Anne op te halen
16.30 uur: Anne moet een kwartier lezen en tien minuten rekenen elke dag, dus ik zet haar daar aan en ga met Daan Loco doen.
16.45 uur: tijd om te koken
17.15 uur: met z’n allen in de auto om Bas op te halen
17.45 uur: Bas oppikken
18.15 uur: thuis, eten.

Onder het eten zit Anne alsmaar op haar hoofd te krabben en ineens denk ik: ze zal toch geen luizen hebben? Boven een wit kussensloop roskam ik met een borstel door haar haar. Er valt een zwart stipje op en… dat loopt weg… WTF??!! Snel pak ik het tussen m’n vingers, knijp het fijn, stop het in een tissue en zeg: ‘Kom mee, wij gaan naar de apotheek!’ Daar komt een vriendelijke dame op ons af die vraagt of ze ons kan helpen. Als ik vraag of iemand ons kan helpen na te gaan of mijn dochter luizen heeft, deinst ze achteruit en zegt: ‘I’ll get the pharmacist’. Ik hoop met heel mijn hart dat Anne het niet gezien heeft. Als ik de tissue openmaak, is het zwarte stipje een bruine veeg geworden, waar de apotheker niet zoveel van kan maken. ‘That could be anything.’ Maar als ik vertel dat het bezig was aan de 100m sprint van het kussensloop af, krijgen we luizenshampoo en een kam mee.

En dus word ik de afgelopen dagen geleefd door stofzuigen (elke dag), bedden verschonen (elke dag), haren wassen en twee koppies handmatig op luizen en neten checken. Want die kam is leuk, maar echt effectief is anders. En dat terwijl ik nauwelijks voorover kan buigen.

Nee, het was leuk bedacht, dat hele Amerika avontuur, maar laat mij anders die witte robot die kan lopen maar even gaan halen!