Echt heel raar

Double_Otropo.141607
Ik word oud. Of eigenlijk: mijn kinderen worden oud en ik steek daar een soort van nóg ouder bij af. Vanmiddag ging ik met Anne winkelen en meteen ook een kaartje kopen voor de buurvrouw. Bij de kaartenwinkel zien we een heel leuk kaartje, waarvan ik denk: dat is leuk voor Anne om naar d’r vriendin te sturen. Dus ik zeg: ‘Kijk eens wat een grappige kaart! Die is leuk, moet je naar Floor sturen!’ Anne kijkt, lacht en knikt. Ik ga verder met een kaart voor de buurvrouw uitzoeken en als ik er eentje heb gevonden, zie ik dat Anne de kaart die ik zo leuk vond, niet heeft gepakt. ‘Wil je die niet naar Floor sturen?’ ‘Jawel, maar ik heb m’n telefoon niet bij me.’

Het duurt net even te lang voor ik begrijp dat ze er een foto van wil maken en die wil appen. ‘Néé, ik bedoel gewoon kópen en opsturen, je weet wel, met een postzegel.’ Verdwaasd kijkt ze me aan, maar ze herstelt zich: ‘Ja, dat kan natuurlijk ook.’ Ze zoekt er een leuke sleutelhanger bij uit om mee te sturen en we rekenen af.

’s Avonds gaan we, in het kader van de kerstvakantie, naar de bios en uit eten. En omdat we de TGIF (Thank God It’s Friday)-achtige diners uit Amerika een beetje missen, hebben we bedacht dat het wel leuk is om naar het Breakaway Café te gaan. Want: vlakbij de bioscoop, lekkere burgers en voor pa en ma nostalgie. Toen we net verkering hadden, gingen we daar weleens poolen en heb ik Bas verleid met mijn decolleté. Maar dat hoeven de kinderen natuurlijk niet te weten.

Destijds kwam je altijd aan de Weena kant naar binnen, waar de bar zit. Door diezelfde ingang komen we nu ook naar binnen en dat voelt toch wat ongepast, met twee kinderen van tien en twaalf… Je ziet al die vroeg-twintigers enigszins verstoord opkijken van hun happy hour mojito: wat doen die ouwelui hier met hun kinderen? Een vriendelijke serveerster helpt ons door de meute heen naar de achterkant van het etablissement, waar de eettafeltjes staan, terwijl ik Daan achter me aan trek, die zich luidkeels afvraagt waarom we tussen de dronken mensen gaan eten. Bij ons tafeltje aangekomen, blijkt er daar ook een ingang te zijn, aan de kant van het overdekte winkelplaza. Note to self: als we hier nog eens komen, beter deze dus…

Als we zitten, vertel ik aan Bas over de kaart en dat Anne er een foto van wilde opsturen. Anne kijkt me geïrriteerd aan (ik zou natuurlijk ook beter moeten weten dan zo’n awkward moment ook nog eens aan haar vader door te vertellen) en zegt: ‘Ja, dat is écht heel ongebruikelijk hoor, om een kaart te kopen en met de post op te sturen. Dat doet niemand.’ ‘Nou, vroeger wel hoor en ik doe dat nog steeds.’ ‘Ja, dat jij nou onder een steen vandaan komt.’ Oef. Ze zegt het net iets zachter dan de zin ervoor en kijkt me aan in afwachting van een betoog over de toon die je tegen je moeder hoort aan te slaan. Ik besluit het te laten gaan, als goedmaker voor het überhaupt erover beginnen.

Dan de menukaart. Anne is sinds twee jaar vegetariër en voor haar staat er niet veel op de kaart, behalve een vegaburger. Die zijn niet overal even lekker, dus meestal zoekt ze een alternatief. Laten we tussendoor even een korte poll houden. Als het volgende op de menukaart staat: Ceasar on a Bun – grilled, Ceasar styled bun, with fried egg, fresh lettuce, bacon, Parmesan cheese and the classis Ceasar dressing, wie denkt er dan dat er een kipfilet op dat broodje zit? Wij in ieder geval niet, dus Anne bestelt bij de serveerster dit broodje, ‘maar graag zonder bacon, want ik ben vegetariër.’

Komt er even later een andere serveerster met onze maaltijden, die zegt: ‘Voor wie was de kipburger?’ ‘Eh, voor niemand.’ ‘Ik heb hier op jullie bon een Ceasar on a Bun staan.’ ‘Ja, maar daar zit toch geen kip op?’ ‘Jawel.’ ‘Nou, die is dan voor haar, maar mag de kip er dan vanaf? Zij is vegetariër.’ ‘Ja hoor, dat is goed.’ Ze loopt weg, mikt in de keuken de kipfilet in de vuilnisbak (althans, dat vermoed ik) en komt met hetzelfde broodje weer terug. Intussen heb ik de menukaart erbij gepakt en zeg: ‘Kijk, hier staat niet bij dat er kip op zit hoor.’ ‘Ja, er staat Ceasar styled bun. Op onze Ceasar salade zit ook kip, dus ik denk dat iedereen dan snapt dat er op de burger ook kip zit.’ Ze schampert: ‘Er is echt niemand die denkt dat er dan alleen bacon op zit.’ Dus ik kaats terug: ‘En gebakken ei. Ik vind dat echt niet zo gek hoor.’ En zij: ‘Nou, ik vind dat echt heel erg raar, maar goed, het is zo opgelost.’

Verbouwereerd blijven we achter. En Anne zegt: ‘Dat mag je als serveerster toch helemaal zo niet zeggen, tegen je klanten, dat je ze raar vindt?’ Damn straight dat dat niet mag. Ben ik gelukkig toch niet zo oud, dat ik dat als enige vind.

 

 

Advertenties

Thank you for the music

ce4f940e6e06a37a53e77ff4b06cbd7f_i-love-music

Anne heeft voor haar verjaardag van onze familie in Nederland een iPod Nano gekregen. Zo eentje waar je geen sms’jes mee kan sturen of op internet kan, maar alleen muziek mee kan luisteren. We hadden gemerkt dat ze steeds meer interesse ging krijgen voor de muziek op de radio en de muziek die we thuis draaien. Is er net een lekker nummer op de radio, krijg je ineens: ‘Pff, deze effe niet hoor’ en voor je kan protesteren staat er een andere zender op. Ik kan soms zo verlangen naar de tijd dat ze nog met een autostoeltje achterin moesten zitten…

Maar goed, tijd voor autonome beslissingen op muziekgebied dus. Het grappige is dat haar smaak stiekem helemaal niet zoveel verschilt van die van ons. Nu scheelt het ook dat de grote Amerikaanse zenders gemiddeld maar een liedje of tien in het dagelijks repertoire hebben zitten, dus mocht je Taylor Swift of Mr. Probz op de een hebben gemist, dan zijn ze op een andere zender nooit ver weg. Thuis draai ik graag singer-songwriter muziek of jazz zoals Norah Jones en ‘Swing when you’re winning’ van Robbie Williams. En juist die jazz wilde ze ook op de playlist voor haar iPod. Verder hadden we haar achter onze muziekcollectie in iTunes gezet en gezegd dat ze zelf de nummers die ze wilde op haar iPod mocht zetten. Wat een kloeke collectie van 59 nummers opleverde.

Ik voel me werkelijk stokoud als ik terugdenk aan hoe ik zelf vroeger aan mijn muziek kwam. Ik had een cassetterecorder waar je ook radio op kon ontvangen en als er eentje op de radio kwam die je wilde hebben, dan nam je dat op. Met de recordknop. En de kunst was dan om precies op tijd weer op ‘Stop’ te drukken, voordat je de stem van de DJ achteraan je liedje had staan. Toen ik ouder was, kocht of kreeg ik ook wel eens een cassettebandje. Zo heb ik het eerste album van Neneh Cherry en ‘But, seriously’ van Phil Collins helemaal grijs gedraaid. En ik leerde alle songteksten uit m’n hoofd. Want een taalfreak ben ik altijd al geweest en ik luister altijd naar waar een liedje over gaat. Toen mijn Engels op de middelbare school steeds beter werd, schreef ik zelfs hele teksten uit.

Een tijdje geleden had Anne al tegen me gezegd: ‘Weet je wat ik zo leuk vindt van dat we nu in Amerika wonen? Dat ik alle Engelse liedjes kan verstaan.’ En ik dacht: ‘Jaaaa, ik snap dat!’ Nu ze die iPod heeft is de romantiek er alleen wel een beetje vanaf. De technologie staat voor niets, want als je op de titel van een nummer klikt, verschijnt de songtekst van het liedje op het schermpje. En ik moet zeggen, daar word je als ouder nou niet altijd even vrolijk van.

‘You’re like a drug that’s killing me
I cut you out entirely
But I get so high when I’m inside you.’
(Animals, Maroon 5)

of

‘Oh I lie here in the wet patch
in the middle of the bed
I’m feeling pretty damn hard done by
I spent ages giving head’
(Not fair, Lily Allen)

Allemachtig… Zou ze dat allemaal al snappen? Volgens verantwoord ouderschap hebben we haar natuurlijk wel al van alles verteld over de bloemetjes en de bijtjes, maar dit is wel erg plastisch. Wat me eraan doet denken dat ik pas met een andere moeder stond te praten, die zei dat haar dochter (die een half jaar jonger is dan Anne) al het begin van borsten kreeg. Zij had voor haar dochter een boek gekocht van American Girl (de fabrikant van die poppen die dezelfde kleren voor zowel het meisje als haar pop maakt), wat voorlichting geeft aan meisjes die nog geen tiener zijn over de aanstaande veranderingen in hun lichaam. Ik was daar eerst nogal sceptisch over, maar binnen een week hoorde ik er nog iemand over en zij had het zelfs in huis. Best een aardig boek over puistjes, ongesteld worden, hormonen, lichaamsverzorging en zelfvertrouwen.

Pfff, het gaat beginnen. Ik weet niet of ik daar al wel klaar voor ben hoor. Maar aan de andere kant: we hebben wel meer uitdagingen meegemaakt in de opvoeding van de kinderen, dus ik vertrouw er maar op dat dit, met het nodige vallen en opstaan, ook goed zal komen. En ik ben ook zo benieuwd hoe ze over tien of twintig jaar zijn. Hoe zullen ze eruit zien, hoe is hun karakter ontwikkeld, hoe staan ze in het leven?

Pas geleden was er op school een lasershow, waarbij de lasers bewogen op hits als ‘Happy’ en ‘Firework’. Al die kids uit volle borst meezingen. Ik zag haar zitten, tussen haar vriendinnen en uit 300 kinderkelen, waaronder die van haar, klonk:

‘You just gotta ignite the light and let it shine
Just own the night like the 4th of July
‘Cause, baby, you’re a firework
Come on, let your colors burst
Make them go, “Aah, aah, aah”
You’re gonna leave them all in awe, awe, awe’

Mijn keel kneep dicht en mijn ogen vulden zich met tranen terwijl ik dacht: ‘Ja, dat is precies wat ze gaat doen.’