Als het maar droog is

the-rain-and-the-sun“Mam! We hebben lekkage! Er loopt water uit de lamp in de bijkeuken!” Het is op een donderdag in de zomervakantie, tien uur ’s ochtends en ik zit op m’n werk. Anne belt op m’n mobiel en klinkt behoorlijk in paniek. En hoewel water uit de lamp inderdaad aanleiding mag zijn tot een lichte vorm van paniek, begrijp ik het niet zo goed, want Bas is thuis met de kinderen. “Oh jeetje zeg, dat klinkt niet best. Maarreh, pappa is toch thuis?” “Ja, natuurlijk, maar het lekt écht heel hard hoor, het loopt over de drempel zó de hal in! Wacht, ik stuur even een filmpje!” Hangt op. Natuurlijk, puber in wording, dan wil je als ouder paniek in de stem nog wel eens verwarren met pure sensatiezucht.

Naast dat het donderdag is, is het ook twee dagen voordat we op vakantie gaan. Al-tijd fijn, zo’n akkefietje, als je ook bezig bent met inpakken, laatste boodschappen, schoonmaken, alternatief onderdak voor de huisdieren regelen en orchideeën naar gezellig kletsende buurvrouwen brengen. Waardoor we op de dag voor vertrek nog de loodgieter over de vloer krijgen (of liever gezegd: over het dak) en de schade-expert van de verzekering. Gelukkig had Bas de dag ervoor alles, zo goed als en zo kwaad als het ging, droog gekregen, alles van waarde op een hoger niveau gezet en alles met de elektriciteit geregeld (gedoe met aardlekschakelaars en onbruikbare groepen… huuh…), dus daar heb ik geen werk meer aan. De buurvrouw belooft om bij harde regen te gaan kijken of het nog steeds lekt, ik geef haar het nummer van de loodgieter, just in case, en dan gaan we toch maar op vakantie. Naar Engeland, dit jaar.

Ook in Engeland blijft het de twee weken dat we daar zijn, niet alle dragen droog. Dat weet je van tevoren natuurlijk, als je naar Engeland gaat, maar we gingen naar het ‘tropische deel’ van Engeland, Cornwall en South Devon. Van verschillende kanten was mij al verzekerd dat het daar ‘echt veel minder’ regent dan in de rest van Engeland. Nou weet ik niet wat voor noodweer ze dan in de rest van Engeland hebben gehad, maar ook op onze in de tropen gelegen camping krijgen we de nodige watergordijnen en windhozen over ons heen.

De eerste dagen gaat het nog goed en op de dag dat het mooiste weer voorspeld wordt, gaan we naar een zwembadencomplex aan de kust, met allemaal verschillende glijbanen. De zon schijnt, het is warm, een fantastische dag. In de middag ziet de lucht er af en toe dreigend uit, maar steeds wijken de wolken af en we houden het droog. Geen moment komt het in me op dat het 30 kilometer verderop misschien wel heel hard zou kunnen regenen, totdat we ’s avonds thuiskomen en blijkt dat we twee zijflappen van de tent open hebben laten staan… Een hele tas met kleren is doorweekt, de elektrische kachel durven we voorlopig even niet aan te zetten door de hoeveelheid water die eruit komt lopen en wéér kunnen we dweilen…

Na een paar dagen regen vraagt de Britse buurman van een paar tenten verderop (leuke bos blonde krullen, precies goed stoppelbaardje, vrolijke ogen… lijkt eigenlijk helemaal niet Brits, meer Zuid-Europees… maar ik dwaal af): “So are you enjoying our real British summer? I’m telling you, we’ve had the best summer in years, right up until the day we arrived here!’ Hebben wij dat. Gelukkig zitten er ook nog prima droge dagen tussen, waarbij het weliswaar jasje-aan-jasje-uit blijft, maar we kunnen heel mooi de omgeving verkennen en van het prachtige landschap genieten.

Wel valt het ons op dat die ene Britse buurman de enige campinggenoot is, die een beetje gezellig doet. Er zijn geen andere Nederlanders op de camping (of überhaupt andere Europeanen), alleen maar Britten. En man, wat zijn die afstandelijk zeg! Er kan nog geen gedagje vanaf als ze voorbij lopen, de kinderen spelen alleen maar met elkaar, niemand maakt een praatje bij het afwasgebouw… Ik hoef heus niet elke avond bij iemand anders te zitten, maar zo af en toe even ervaringen uitwisselingen of gewoon ‘waar kom je vandaan’, dat is toch een gedeelte van de charme van kamperen. Ook het personeel in pubs en winkels vinden we niet bijzonder (klant)vriendelijk. Nu zijn wij natuurlijk die over the top joviale Amerikanen gewend, maar ik had eigenlijk van die Britten wel een soort John Cleese-achtige zelfspothumor verwacht. Het blijkt dat hij niet voor niets de draak steekt met de inborst van zijn landgenoten.

Toch komen we uiteindelijk nog een Brit met humor tegen. In een souvernirwinkeltje werkt een jongen van begin twintig, die geïnteresseerd vraagt waar we vandaan komen en hoe we het hier vinden. Om hem niet voor het hoofd te stoten, klets ik er een beetje omheen en zeg dat de camping mooi is en de omgeving prachtig. Maar omdat Anne een hoodie wil laten bedrukken en het uitzoeken van de letters een eeuwigheid duurt, blijft hij maar doorvragen over of we het naar ons zin hebben. Ja eh, als je het dan écht wil weten, dus ik zeg: “Well, I do have to say, we’ve been to a lot of countries in and outside of Europe, but the people here are… how do I say this… they kind of keep to themselves, don’t they?” De jongen knikt vrolijk en vol herkenning en zegt: “I know! I’ve just been on holiday with my girlfriend to Mallorca and people are so different on the mainland. They are much more open and welcoming!” Hè gelukkig, ik heb hem niet beledigd. Dus ik voeg er nog aan toe: “It’s funny with the guests at the campground, it’s like they really don’t want to talk to you.”

Hij lacht en zegt: “Yes, we tend to get a bit moody. I think it’s the weather.”

Als we na nog twee dagen regen bij de eerste zonnestralen weer uit onze tenten tevoorschijn komen, zegt de vriendelijke camping-Brit: “Right, that’s it, we’re going home. Too much rain for us!” En ik denk: meen je dat nou? Houden we het gewoon langer uit in de regen dan de locals? Ik denk toch dat hij tweede generatie Griek was.

Advertenties

Nat

b1ddd9a83b5d0c7c896f0a3a68fc60d1

‘Volgende week is het Groene-Voetstappenweek op school!’, klonk het, terwijl jassen en tassen op de mat werden gesmeten. Wat blijkt? Om te stimuleren dat meer ouders de auto laten staan bij het naar school brengen van het kroost, is er besloten om een week lang de kinderen een sticker te geven, voor elke dag dat ze niet met de auto zijn gekomen.

In de klas van Daan was dit nogal rechttoe rechtaan. Niet met de auto? Mooi: sticker. Of je dan te voet, met de fiets of op je handen lopend gekomen was, maakte niet zoveel uit. Bij Anne in de klas was het echter een ander verhaal. Daar was een ingewikkeld schema bedacht, waarbij je alle vervoersmiddelen een keer moest uitproberen (indien in je bezit natuurlijk). Dus niet alleen lopend of met de fiets, maar ook skateboardend, steppend of skeelerend, want dat leverde dan meer stickers op. Uit dit schema bleek dat we maar anderhalve keer met de fiets mochten die week (??).

Nu gaan wij eigenlijk altijd al met de fiets naar school. Ten eerste hebben we maar één auto en die heb ik lang niet altijd tot mijn beschikking. Als Bas thuis werkt, zou ik in principe wel met de auto kunnen, maar dat heb ik na twee roemloze pogingen meteen weer afgezworen. Wat een kleine #@&%(*&! parkeervakjes toch hier in Nederland! In de VS zwierde ik met mijn SUV probleemloos de parkeerplaats van de school op die het formaat had van een voetbalveld, waar ik de auto kon parkeren in een vak zo groot als de ruimte die hier voor het lossen van vrachtwagens wordt gereserveerd. Hier moet de school de beschikbare parkeervakken delen met de omwonenden, is de naastgelegen sportschool overgegaan tot een no-tolerance beleid (alleen de moeders met sportschoenen + legging lukt het soms om het voordeel van de twijfel te krijgen) en doordat er zo weinig ruimte is, zijn de parkeervakken zo afgetekend, dat je er alleen een Aygo, Twingo of Alto in krijgt. Die paar keer dat ik onze oerdegelijke Passat met zes keer steken en ingeklapte spiegels in zo’n vakje geperst kreeg, kregen we de deuren aan beide kanten niet open zonder ernstige schade aan de buurauto’s toe te brengen en ben ik maar weer de wijk uitgereden om van daar te gaan lopen.

Ons kregen ze er dus niet onder, met die Groene-Voetstappenweek! Zo jammer dan ook, dat de weergoden besloten om die week eens alle soorten regen uit te proberen die ze in het repertoire hebben zitten. Echt waar, we hebben alles voorbij zien komen: ochtendnevel, motregen, miezer, lichte regen, matige regen, zware regen, wolkbreuk. Het schijnt ook typisch voor West-Europa te zijn, van die ellenlange grijze, nietszeggende buien, die maar doorgaan en doorgaan.

Maar goed, we hadden het ermee te doen. Na veel vijven en zessen met Anne onderhandeld dat we toch twee keer met de fiets konden en de rest hebben we lopend gedaan (met paraplu…), met de step (ik ernaast, met paraplu…) en een keer wilde Anne op haar skeelers (want die en die was ook met de skeelers, dus…) Nou hebben we die skeelers al heel lang en ze doet er nooit wat mee, maar wat in d’r kop zit, zit nou eenmaal niet in d’r kont, dus daar ging ze. En het was toevallig tussen de middag mooi weer, dus ik dacht: nou ja, waarom niet?

Laat nou net ‘s middags met ophalen de wolkbreuk aan de beurt zijn… Ik was ze lopend (met paraplu) gaan halen en dacht: tsja meid, nu moet je nemen wat erbij staat, met die skeelers. Maar toen ik haar zag stuntelen, haar bril vol met regendruppels ook nog begon te beslaan en ze al drie keer gevallen was over haar regenponcho, kon ik het niet meer aanzien en gaf ik haar mijn arm. En terwijl Daan met zijn fiets aan de hand achter ons aan liep en vrolijke verhalen vertelde over zijn schooldag, sleurde ik Anne aan een arm achter me aan, terwijl ik met de andere arm de paraplu nog hoog probeerde te houden, de skeelers regelmatig tegen mijn enkels botsten en het water niet alleen van boven, maar ook van opzij en zelfs van onder leek te komen.

Op dat moment fietste de buurvrouw voorbij. Met haar dochtertje achterop. Met een paraplu voor de buurvrouw en een paraplu voor haar dochter. Met haar haren nog in de krul en haar mascara op de juiste plaats. ‘Gaat het wel, Karin?’ vroeg ze in het voorbijgaan. Ja hoor. Het gaat prima met mij. Geef me even de tijd om de warme, zonovergoten, rood met geel en strakblauw gekleurde indian summers van New Jersey van mijn harde schijf te wissen en ik kan weer een heel seizoen mee!