Overtreding

Angry

‘Zo mam, ze vloeken hier veel joh!’ Dat was de eerste observatie van de kinderen na hun eerste schooldag weer in Nederland. En ik moet zeggen, mij viel na een aantal dagen ook op hoeveel grover en fysieker de kinderen hier met elkaar omgaan. Nu ben je, na een jaar op een Amerikaanse school te hebben gewerkt, al gauw gechoqueerd door enig lichamelijk contact, want daar staat zo ongeveer de doodstraf (of dan toch in ieder geval een bezoekje aan ‘the principal’s office’) op een duw of een tackle tijdens een potje voetbal. Ook al was ‘ie op de bal.

Dus toen ik hier, weer in Nederland, tijdens de pauze een keertje wat langs kwam brengen op school, kon ik mijn ogen niet geloven toen kinderen elkaar met rugzakken stonden te meppen, al fietsend een schop probeerden te verkopen of iemand naar de grond werkten om de bal af te pakken. Terwijl de overblijfmoeders gemoedelijk op een bankje zittend deze nijverheid gadesloegen, blijkbaar niet in het minst gealarmeerd door wat ze zagen. Ging dat nou ook al zo vóórdat we weggingen en wist ik het gewoon niet meer? Ik beet hard op mijn tong, maar kon het toch niet laten om de jongen die de bal had afgepakt toe te bitsen: ‘Vind je dat normaal?’ Occupational hazard, zullen we maar zeggen, als dat tot voor kort was, waarvoor je betaald werd.

Maar het terecht wijzen van andermans kroost blijkt dieper geworteld dan ik zou willen toegeven. Een paar weken geleden zaten de kinderen en ik bij de lokale snackbar buiten in het zonnetje een ijsje te eten, toen een meisje van ‘onze’ school uit groep 8 langsliep met haar vriendin. Een stukje verderop kwam er een groepje van vier andere meiden aan, dat het tweetal tegemoet liep. Toen ze elkaar in de smiezen kregen, stopten de meiden allemaal en ontstond er een soort ‘stand down’ waar Clint Eastwood nog een puntje aan zou kunnen zuigen. De lucht vulde zich met onrust en terwijl Daan aan mijn linkerkant zich concentreerde op het zoveel mogelijk redden van zijn in de zon smeltende ijsje, zag ik dat Anne, net als ik, met spanning het tafereel aan onze rechterkant gadesloeg.

Het bleef even onduidelijk of er een confrontatie zou komen, maar uiteindelijk stapten ze toch op elkaar  af. Hoewel ik niet kon horen wat ze zeiden, kon je uit de lichaamstaal duidelijk opmaken dat het geen vriendelijke woorden waren, die werden uitgewisseld. Het meisje uit groep 8 en de oudste dame uit het andere groepje hadden blijkbaar de leiding en net toen ik dacht: ‘Zouden ze elkaar echt in de haren vliegen, zo midden op straat?’ sloeg het meisje uit groep 8 het andere meisje met de vlakke hand vol in haar gezicht. Cat fight!! Het leek wel een film! Het andere meisje liet zich niet op de kop zitten en begon aan de haren van haar rivale te trekken, die op haar beurt met haar tasje begon te meppen. Toen vond ik het wel welletjes geweest, ik stond op en riep: ‘HEY!!’ De meiden schrokken, wisten zich waarschijnlijk niet bekeken, en het meisje uit groep 8 liep snel weg, met haar vriendin.

Een vrachtwagenchauffeur, die net de naastgelegen pizzeria aan het bevoorraden was, stak zijn duim naar me op. Volkomen tevreden met mezelf ging ik weer zitten en keek naar Anne. Oh… Die zat erbij alsof ze wilde dat de grond open zou gaan, ze erin zou kunnen springen en het gat dan weer dicht zou gaan. Dus ik, voorzichtig:

–          Zag je dat?
–          Ja.
–          Die ene zit bij jou op school, toch?
–          Ja.
–          Vind je het stom, dat ik er wat van zei?
–          Nou ja, ik bedoel, ze zitten in groep 8! Ik vind dat ze het zelf uit moeten zoeken.
–          Lieve schat, al hadden er twee volwassen mannen gaan staan vechten, dan had ik er ook wat van gezegd. Als je zo boos wordt, dan weet je soms gewoon even niet meer wat je doet.

Nou ja, dat hoop ik dan hè, dat ik dan ook de ballen zou hebben gehad. Maar ‘deep down’ wist ik wel dat het gewoon mijn pleinwachtinstinct was, dat opstond en er wat van zei.

De kinderen zeggen dat ze het nog steeds leuk vinden, als ik kom helpen op school met klassenuitjes of knutselen in de klas. Maar ik weet niet of ze dat alleen maar zeggen om me niet te kwetsen of dat ze het echt nog willen, want ik ben voor m’n gevoel toch een beetje die zeikmoeder die overal moeilijk over doet. Ze mogen van mij niet zonder handen fietsen, ze moeten van elkaar afblijven, netjes in de rij lopen, niet voordringen, geen stenen of stokken oppakken op weg naar de gym, niet duwen of met tassen gooien…. Anne en Daan lopen bij dit soort gelegenheden toch bij voorkeur zo ver mogelijk bij mij vandaan.

Dit weekend ging ik met Daan voor het eerst naar een voetbalwedstijd. Het eerste elftal van ons dorp speelde de laatste wedstrijd van het seizoen, tegen de nummer 1. Als ze zouden winnen, werden we kampioen. Met gelijkspel of een nederlaag, werd de tegenstander kampioen. Een loeispannende wedstrijd dus, waar veel op het spel stond. De tegenstander was een ploeg uit Rotterdam, waarover de wildste verhalen de ronde deden. Ze zouden puntaftrek hebben gehad wegens wangedrag, vier spelers zouden zijn geschorst voor deze wedstijd vanwege vechtpartijen vorige week… Ik verwachtte dus een grimmige, onsportieve sfeer. Gelukkig viel het alles mee en was de meest agressieve speler er juist één van ons. ’s Avonds aan tafel zaten Daan en ik tegen Bas en Anne te vertellen over de wedstrijd.

–          Het was best een sportieve wedstrijd, helemaal geen gedoe en maar weinig overtredingen hoor, vond ik.
–          Nou, ik heb echt wel overtredingen gezien hoor!
–          Ja, maar het viel echt wel mee, zoveel waren het er niet.
–          Nou, weet je dat jij twee keer even weg was? De eerste keer waren er wel twee overtredingen en de tweede keer volgens mij drie!

Waarop Bas zei: ‘Ja, ze doen het ook altijd als mamma niet kijkt, hè?’. En Anne er nog aan toevoegde: ‘Ja, want anders zegt ze er weer wat van. Wel lief spelen hè, jongens?’.

En hoewel die dan weer in de categorie ‘wel of geen ballen’ valt, zou ik dat inderdaad soms best eens willen doen.

Advertenties

Met de billen bloot

hiphop%2520(2)

‘Mam, ik vind de dansles hier leuker dan bij de YMCA’. ‘Oh ja, waarom dan?’ ‘Nou, omdat we hier een paar verschillende dansen doen. Dus als er een niet zo goed gaat, dan doe je die tenminste niet de hele tijd. En het is op veel leukere muziek, niet alleen maar nummers uit de oudheid!’

Zo. En daar hebben we het dan. Tijd voor de billen bloot. Want hier vat Anne eigenlijk even heel mooi samen waarom we het leven voor de kinderen in Nederland fijner vinden dan in Amerika. Na mijn afgelopen twee klaagzangen over het Nederlandse weer respectievelijk de supermarktcultuur, vind ik het ook belangrijk om te vertellen waarom we dan weer terug wilden naar Nederland.

Veel mensen hebben aan ons gevraagd: ‘Maar had je daar dan niet willen blijven?’ Nou, heb je even? Als ik alle factoren ga opnoemen waarvoor we wel daar hadden willen blijven, neem er dan gerust een bak koffie bij. En eigenlijk, goed beschouwd, is er maar een reden geweest om terug te komen: de kinderen.

Het ironische is, voordat wij naar Amerika vertrokken, zei een collega van Bas tegen ons: ‘Jullie gaan het daar fantastisch hebben, want ALLES is op kinderen gericht.’ En op het eerste gezicht is dat ook zo. Restaurants hebben zonder uitzondering een uitgebreid kindermenu en kinderen worden met open armen (en een kleurplaat) ontvangen. Halve porties, extra vorken, niks is te gek om het kinderen (en dus ook hun ouders) naar de zin te maken. Er is een oneindig aanbod aan sport, hobby’s en andere activiteiten. De kinderopvang is een industrie op zich.

Maar misschien wel juist doordát alles op kinderen is gericht, is de druk op die kinderen verschrikkelijk groot. Ik heb maar weinig gezinnen meegemaakt waar de kinderen gewoon ‘goed genoeg’ waren. Waar niet alsmaar werd verteld over de schoolprestaties, sportprestaties, dansprestaties, hoeveel vrijwilligerswerk ze deden, hoeveel tijd ze aan hun huiswerk besteedden en dan tóch nog tijd hadden om drie keer per week met de cheerleaders te oefenen… Op school moest iedereen hetzelfde niveau kunnen halen. En ging dat niet, dan werden kosten noch tutors bespaard om het kind aan de haren omhoog te trekken totdat het wél net zo goed was als de klasgenootjes.

In een notendop: Amerikaanse kinderen hebben een druk leven en al vanaf jonge leeftijd weinig tijd meer om kind te zijn. Waarbij de ouders en eigenlijk de volwassenen in het algemeen er ver in gaan om elkaar de loef af te steken.

Die dansschool bijvoorbeeld. Iedere dansschool werkt toe naar een eindejaarsvoorstelling, de ‘recital’. Alleen al in ons dorp was dat een enorm prestigieus gebeuren, waarbij de verschillende dansscholen met hun recital willen laten zien dat zij het meeste aanzien genieten. Daardoor werd al vanaf december (met de recitals eind mei / begin juni) door iedere groep een eigen dans ingestudeerd, die weer moest passen bij het algemene thema van de voorstelling. Wat in het geval van Anne betekende dat ze zes maanden elke week dezelfde dans oefende, op ‘Big girls don’t cry’ (ja, die uit Dirty Dancing).

Wat een verademing dan ook, dat de meiden hier elke les een stuk of vijf verschillende dansen krijgen en lekker kunnen swingen op voor hén bekende muziek van Jessie J en Ariana Grande. En dat er volgende week een kerstpresentatie wordt gegeven voor ouders, opa’s en oma’s en dat er in de uitnodiging stond: de dansers graag in rood / wit gekleed met een kerstmuts, indien voorhanden. Niks geen 60 dollar voor een verplicht kostuum, a4-tje met make-up handleiding en 2 generale repetities. Gewoon, lekker ongedwongen laten zien waar je mee bezig bent.

En hoewel ik het geweldig vind dat ze een keer zo’n semi-professionele show heeft kunnen meemaken, is dit nog maar een voorbeeld van hoe ik vind dat de Nederlandse samenleving pas écht op kinderen is gericht, zonder zich daarbij al te veel aan te trekken van uiterlijk vertoon.

De kinderen kijken over het algemeen met heel veel plezier terug op onze tijd in de VS en zijn trots op dat kleine beetje Amerikaanse roots dat ze nu bij zich dragen. Daan kwam deze week thuis met het eerste couplet van het Wilhelmus, daar waren ze in de klas mee bezig geweest. Zonder dat Anne erbij was, had ik er met hem naar gekeken en het gezongen. Later, toen ik met Anne alleen was, vroeg ik uit nieuwsgierigheid:
‘Weet jij eigenlijk hoe ons volkslied gaat?’
‘Ja, maar alleen het laatste stukje.’
‘Oh’, zei ik, verbaasd dat ze überhaupt iets van het Wilhelmus wist. ‘En hoe gaat dat dan?’
Met een ondeugende lach zette ze uit volle borst in: ‘Oh, say does that star spangled banner yet wave… Over the land of the free and the home of the brave!’

Nat

b1ddd9a83b5d0c7c896f0a3a68fc60d1

‘Volgende week is het Groene-Voetstappenweek op school!’, klonk het, terwijl jassen en tassen op de mat werden gesmeten. Wat blijkt? Om te stimuleren dat meer ouders de auto laten staan bij het naar school brengen van het kroost, is er besloten om een week lang de kinderen een sticker te geven, voor elke dag dat ze niet met de auto zijn gekomen.

In de klas van Daan was dit nogal rechttoe rechtaan. Niet met de auto? Mooi: sticker. Of je dan te voet, met de fiets of op je handen lopend gekomen was, maakte niet zoveel uit. Bij Anne in de klas was het echter een ander verhaal. Daar was een ingewikkeld schema bedacht, waarbij je alle vervoersmiddelen een keer moest uitproberen (indien in je bezit natuurlijk). Dus niet alleen lopend of met de fiets, maar ook skateboardend, steppend of skeelerend, want dat leverde dan meer stickers op. Uit dit schema bleek dat we maar anderhalve keer met de fiets mochten die week (??).

Nu gaan wij eigenlijk altijd al met de fiets naar school. Ten eerste hebben we maar één auto en die heb ik lang niet altijd tot mijn beschikking. Als Bas thuis werkt, zou ik in principe wel met de auto kunnen, maar dat heb ik na twee roemloze pogingen meteen weer afgezworen. Wat een kleine #@&%(*&! parkeervakjes toch hier in Nederland! In de VS zwierde ik met mijn SUV probleemloos de parkeerplaats van de school op die het formaat had van een voetbalveld, waar ik de auto kon parkeren in een vak zo groot als de ruimte die hier voor het lossen van vrachtwagens wordt gereserveerd. Hier moet de school de beschikbare parkeervakken delen met de omwonenden, is de naastgelegen sportschool overgegaan tot een no-tolerance beleid (alleen de moeders met sportschoenen + legging lukt het soms om het voordeel van de twijfel te krijgen) en doordat er zo weinig ruimte is, zijn de parkeervakken zo afgetekend, dat je er alleen een Aygo, Twingo of Alto in krijgt. Die paar keer dat ik onze oerdegelijke Passat met zes keer steken en ingeklapte spiegels in zo’n vakje geperst kreeg, kregen we de deuren aan beide kanten niet open zonder ernstige schade aan de buurauto’s toe te brengen en ben ik maar weer de wijk uitgereden om van daar te gaan lopen.

Ons kregen ze er dus niet onder, met die Groene-Voetstappenweek! Zo jammer dan ook, dat de weergoden besloten om die week eens alle soorten regen uit te proberen die ze in het repertoire hebben zitten. Echt waar, we hebben alles voorbij zien komen: ochtendnevel, motregen, miezer, lichte regen, matige regen, zware regen, wolkbreuk. Het schijnt ook typisch voor West-Europa te zijn, van die ellenlange grijze, nietszeggende buien, die maar doorgaan en doorgaan.

Maar goed, we hadden het ermee te doen. Na veel vijven en zessen met Anne onderhandeld dat we toch twee keer met de fiets konden en de rest hebben we lopend gedaan (met paraplu…), met de step (ik ernaast, met paraplu…) en een keer wilde Anne op haar skeelers (want die en die was ook met de skeelers, dus…) Nou hebben we die skeelers al heel lang en ze doet er nooit wat mee, maar wat in d’r kop zit, zit nou eenmaal niet in d’r kont, dus daar ging ze. En het was toevallig tussen de middag mooi weer, dus ik dacht: nou ja, waarom niet?

Laat nou net ‘s middags met ophalen de wolkbreuk aan de beurt zijn… Ik was ze lopend (met paraplu) gaan halen en dacht: tsja meid, nu moet je nemen wat erbij staat, met die skeelers. Maar toen ik haar zag stuntelen, haar bril vol met regendruppels ook nog begon te beslaan en ze al drie keer gevallen was over haar regenponcho, kon ik het niet meer aanzien en gaf ik haar mijn arm. En terwijl Daan met zijn fiets aan de hand achter ons aan liep en vrolijke verhalen vertelde over zijn schooldag, sleurde ik Anne aan een arm achter me aan, terwijl ik met de andere arm de paraplu nog hoog probeerde te houden, de skeelers regelmatig tegen mijn enkels botsten en het water niet alleen van boven, maar ook van opzij en zelfs van onder leek te komen.

Op dat moment fietste de buurvrouw voorbij. Met haar dochtertje achterop. Met een paraplu voor de buurvrouw en een paraplu voor haar dochter. Met haar haren nog in de krul en haar mascara op de juiste plaats. ‘Gaat het wel, Karin?’ vroeg ze in het voorbijgaan. Ja hoor. Het gaat prima met mij. Geef me even de tijd om de warme, zonovergoten, rood met geel en strakblauw gekleurde indian summers van New Jersey van mijn harde schijf te wissen en ik kan weer een heel seizoen mee!

De gepamperde generatie

PamperedKids_468x599

Weet je waar ik nou onzeker van kan worden? Van die opvoedsites die het alsmaar hebben over de ‘gepamperde generatie’. Dat gaat dan over de kinderen van tegenwoordig, die, volgens mensen die er verstand van hebben, veel teveel verwend worden door hun ouders.

Vroeger was het allemaal veel beter, als je sommige deskundigen mag geloven. De dochters in huis hielpen hun moeder mee met wassen, schoonmaken en sokken stoppen, terwijl de zonen hun vaders hielpen op het land. Alle kinderen hadden hun taak en er was geen sprake van dat je ging spelen voordat je klaar was. Kinderen leerden hun gezin en familie trouw te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en voor anderen te zorgen. Hun eigen behoeften kwamen op de tweede plaats.

Nee, dan tegenwoordig. Vaders en moeders werken op kantoor, zodat de kinderen niets meer van hen kunnen leren. De ouders voelen zich schuldig omdat ze niet genoeg tijd met hun kroost kunnen doorbrengen en hebben, áls ze dan eenmaal thuis zijn, geen zin in gedoe of ruzie, waardoor kinderen vaak krijgen wat ze willen. De kinderen hoeven nooit iets in huis te doen en er wordt luidkeels geprotesteerd als er een kamer moet worden opgeruimd of het vuilnis buiten gezet. Ouders leren hun kinderen niet meer wat er voor nodig is om zelfstandig te zijn en staan volledig in dienst van hun kinderen. Waardoor de kinderen vanzelf het idee krijgen dat de wereld om hen draait en dat ze recht hebben op van alles zonder er iets voor te hoeven doen. Resultaat: zwakke, egoïstische, verwende kinderen.

Jeetje. Zou het echt zo erg zijn? Ik moet zeggen, ik kan zelf ook wel een paar voorbeelden verzinnen van dit soort gedrag. Deze week was ik aan het werk in de schoolkantine en een jongen gooide zijn kipfilet in het gezicht van een andere jongen. Ik stond er met m’n neus bovenop en dus zei ik tegen de dader: ‘ Zo, pak jij je spullen maar bij elkaar en ga maar aan die tafel daar alleen zitten.’ En daar ging hij. Maar wat er toen gebeurde. Er is ook altijd een echte juf aanwezig in de kantine en die ging gelijk bij de jongen zitten. Toen ze weer opstond, kwam ze naar me toe en zei: ‘Ja, daar moet je wel een beetje mee oppassen hoor, kinderen apart zetten. Ik had dat ook een keer gedaan en toen hadden de ouders gebeld, dat dat wel een heel gemene straf was, om iemand alleen te zetten tijdens de lunch…’ Ik bedoel maar. Toen de juf van de jongen de klas kwam ophalen om terug naar het lokaal te lopen, perste hij er een paar krokodillentranen uit en kwam ook zijn eigen juf nog eens bezorgd naar me toe, dat er toch wel heel wat aan de hand moest zijn geweest, dat ik hem apart had gezet. Dus ja, dat sommige kinderen te weinig ‘nee’ horen of straf krijgen, daar kan ik me wel wat bij voorstellen.

Een ander voorbeeld. Anne en Bas zouden dit weekend gaan helpen om de Girl Scout cookie truck uit te laden. De uren die ze daaraan zou besteden, zouden meetellen als ‘community service hours’ en als je er daar vijf van hebt, krijg je weer een extra speldje voor op je Girl Scout sjerp. Echt waar, ze kan zo naast dat dikke jongetje in ‘Up’ figureren. Bleek dat de vrachtwagen vertraging had opgelopen, of ze later terug wilden komen. Kwamen ze later terug, was hij er nog niet. Voor de derde keer terug en toen waren er zo veel mensen om te helpen, dat iedereen elkaar in de weg liep en ze uiteindelijk onverrichter zake weer naar huis zijn gegaan. Anne was vreselijk teleurgesteld, vanwege de verspilde dag, maar natuurlijk nog meer vanwege de gemiste uren voor haar speldje. Toen ik het hele verhaal tegen haar scouting leidster uit de doeken deed, zei zij: ‘Ach, wat erg, nou, ze hebben er zoveel tijd aan besteed met al dat heen en weer rijden, laat haar toch maar gewoon die twee uur schrijven hoor.’ Néé, dat vind ik dus niet. Natuurlijk is het teleurstellend, maar dat hoort er toch ook bij in het leven? Later zegt haar baas toch ook niet als ze een klant niet heeft binnengehaald: ‘Je hebt het zo leuk geprobeerd, krijg jij toch van mij die bonus!’

Het zijn incidenten die ik wel zorgelijk vind. Maar of het nou een hele generatie van verwende nietsnutten zal opleveren? Toen ik het huis uitging kon ik ook niks. Ik had nog nooit een maaltijd gekookt, een was gedraaid of een bloes gestreken. Niet omdat ik het niet wilde leren, maar omdat mijn moeder vond dat we onze tijd wel beter konden gebruiken en dat als het nodig was, we het dan wel zouden leren. En ben ik daar nou zoveel slechter door geworden? Kom, ik ga de kleren die de kinderen boven hebben laten rondslingeren maar eens opvouwen. En het vuilnis buitenzetten 😉

Als ik die van jou mag zien…

showme1

Trouble in paradise deze week. In de klas van Daan zijn foto’s gemaakt met de iPad. Porno, als je de school mag geloven. Drie jongetjes hebben tijdens de pauze (die in deze barre wintertijden altijd binnen plaatsvindt) zich in een hoekje verstopt en hebben foto’s gemaakt van hun blote buiken, piemels en billen. Met de iPad dus. Ja, daar hoef je zevenjarigen niets meer aan uit te leggen hoor, hoe de camera op de iPad werkt. Ik denk zelf stiekem dat ze mozaïekpiemels hebben gemaakt of achterwerken met röntgenfilter. Dat zou ik gedaan hebben in ieder geval. Maar het zou hier Amerika niet heten als iedereen niet tot in z’n tenen geschokt was.

Nou moet ik zeggen, ik snap dat die jongens het proberen, maar dat het dan ook nog lúkt, dat is toch best knap. Ik sta zelf ook dagelijks op kinderen te passen in een klaslokaal tijdens de pauze en natuurlijk zijn er dan ook kinderen die proberen iets te doen wat niet mag. Ze gaan half in de kast geheimen staan smiespelen, ze proberen op de laptop of iPad filmpjes op YouTube te kijken en de doorgewinterde pestkoppen proberen onder de flap van de flipover gemene dingen over die ene klasgenoot op te schrijven. Ik geef toe, ik heb ook niet alles meteen in de gaten, maar door rond te lopen en te proberen interesse te tonen in waar de kinderen mee bezig zijn (ook als dat overduidelijk niet op prijs wordt gesteld), kom je een heel eind. Dat het deze jongetjes dus is gelukt om in een klas met 20 kinderen en twee (!) begeleiders dit voor elkaar te krijgen, mag gerust vindingrijk genoemd worden.

Die twee begeleiders hadden het niet gezien, maar er was een ander jongetje in de klas die het aangezicht van al dat heidense gedrag blijkbaar niet aankon en die heeft geklikt. Terwijl sloerie Joy uit de hilarische en heerlijk foute serie ‘My name is Earl’ ons net had geleerd: ‘You can’t snitch! You know the order. Regular people, fat people, cops, Al Qaeda, stuff you squeeze out of a zit, and then snitches’, werd deze jongen als een voorbeeld voor volk en vaderland gesteld. ‘He made the right decision’. De drie jongetjes moesten daar een voorbeeld aan nemen. De ouders van de jongens zijn gebeld en van wat ik ervan gehoord heb, waren de ouders stuk voor stuk van plan om hun kinderen in te prenten NOOIT, maar dan ook NOOIT meer hun piemel tevoorschijn te halen. Ach gos.

Alle kinderen uit de klas mogen niet meer met de iPads spelen tijdens de pauze, de begeleiders in de klas mogen geen spelletjes meer doen met de kinderen maar moeten rondlopen en iedereen nog strenger in de gaten houden en de kinderen moeten een opdracht maken over ‘appropriate iPad behavior’. Iedereen dus, niet alleen die drie jongetjes.

Tsja. Het is natuurlijk niet zo slim, om dat soort fratsen in de klas uit te halen. En al helemaal niet om er foto’s van te maken. Dus daar hebben we wel even een opvoedmomentje van gemaakt met de kinderen. Maar verder… Hebben we dit niet allemaal gedaan toen we klein waren, in een of andere vorm? De school vond ze nog zo jong voor dit soort gedrag. Ze zeiden: ‘Het is een teken van de moderne tijd, de kinderen worden veel jonger aan verschillende soorten media blootgesteld.’ Nou, ik had het er met m’n moeder over en die moest erom lachen: ‘Vroeger bij ons op de kleuterschool zeiden we al: Zij laat straks haar plasser zien in de zandbak, kom je ook?’ En ik weet dat ik met mijn vriendin op de basisschool ook wel dingen heb gedaan waarvan we wisten dat onze ouders daar waarschijnlijk niet zo blij mee zouden zijn. Zou dat dan Hollands liberalisme zijn? Ik geloof er niks van. Kinderen experimenteren nou eenmaal en daar is helemaal niks mis mee.