Als het einde komt

Single-Candle-Wallpaper-520x325

Als het einde komt
En als ik dan bang ben,
mag ik dan bij jou?

Claudia de Breij zingt door de speakers en de tranen stromen over mijn wangen. Aad is dood. Die lieve Aad, het oudste lid van ‘onze’ judoclub. Er is niks van mij bij hoor, die judoclub, maar des te meer van Bas en daardoor ben ik er ook onlosmakelijk mee verbonden. Aad was de jongste oude man die ik ken. Die pretogen, waardoor je altijd het idee kreeg dat hij je in de maling nam. En ook of hij een beetje met je aan het flirten was. Je zou willen zeggen: op z’n oude dag, maar Aad is altijd ergens rond de 65 blijven steken, voor m’n gevoel. Tot zijn 79e heeft hij actief aan judo en aikido gedaan en daarnaast stond hij altijd als vrijwilliger paraat bij toernooien en om te helpen met klussen in de dojo. Boordevol energie, niet te stoppen. Een half jaar geleden heeft hij kort achter elkaar twee hersenbloedingen gekregen en na een moeilijke strijd is hij nu dan toch overleden. Zijn uitvaart was vorige week vanuit de dojo, zoals hij zelf graag wilde.

Wat is dat toch met een uitvaart, dat je vrijwel altijd, naast het verdriet om de overledene, ook over je eigen sterfelijkheid na gaat denken en vooral over die van de mensen waar je van houdt? Als voorzitter van de club heeft Bas ook gesproken tijdens de plechtigheid en mijn god, wat was ik trots op hem… Mijn rots, waar ik altijd bij mag, om te schuilen en te huilen. Het verdriet van Aad z’n dochters en zijn vrouw was bijna tastbaar. Knap, hoe zij hun vader toespraken, met een lach en een traan, ik weet zeker dat hij heel erg trots op hen was geweest. En ook bijzonder om te merken wat een fijne band die dames hadden met hun vader.

Het laatste nummer tijdens de plechtigheid was The show must go on. En dat ging het, want een week later stond er alweer een groot toernooi gepland bij de club. We hebben Aad gemist, achter de wedstrijdtafel. Ook aan het thuisfront gaat the show on, want Anne is jarig. En wie bij ons jarig is, krijgt ontbijt op bed en daar wordt voor gezongen. Met geroosterd brood met duo penotti, een beker optimel en drie brandende waxinelichtjes om uit te blazen (waarom het er altijd drie moeten zijn, weet ik eigenlijk ook niet), lopen Bas, Daan en ik ‘lang zal ze leven’ zingend haar slaapkamer binnen. Bas doet er een gek dansje bij en Anne krijgt de slappe lach. Er schiet een ander liedje in m’n hoofd, Kees, van Acda en De Munnik, over een gezin waarvan de vader overleden is. De zanger is de buurman van het gezin en het is een jaar geleden dat de buurman is overleden. De zanger mist zijn vriend, ziet dat zijn rozen niet voldoende besproeid worden en realiseert zich dat het leven gewoon doorgaat. De laatste zinnen van dat lied gaan altijd door merg en been bij mij:

En verder hoorde ik zo-even
Hiernaast het lied ‘Lang zal ze leven’
Geweldig, naar ik vrees, Kees…

Gelukkig wordt mijn door een dikke keel valse gezang overstemd door Bas en Daan en het gegiechel van Anne. En ik voel me dankbaar.

 

Advertenties

Dood

afscheid

Afgelopen maandag was ze jarig geweest. Mijn liefste oudtante. Maar ze is er niet meer. In september 2013 is ze overleden. Vlak daarna schreef ik onderstaand verhaal. Ik heb lang getwijfeld of ik het, toen ik in 2014 aan mijn blog begon, zou posten. De eerste verhalen die er op staan, had ik namelijk ook al eerder geschreven. Steeds niet gedaan, maar vandaag doe ik het toch. Als eerbetoon. Voor jou lieve tante, we missen je nog steeds!

“Onze lieve tante Sjaan is er niet meer. Die lieve tante in dat verre Amerika die elke verjaardag een kaartje stuurde en altijd ruimte te kort kwam, op die kaartjes. Want het was zo’n lief mens dat ze, ook al kende ze haar nichtjes in Nederland eigenlijk helemaal niet zo goed, altijd hele verhalen schreef, zodat het een hele puzzel was om te kijken waar ze nu weer gebleven was, tussen alle bloemetjes en schuin langs de zijkanten van de kaart gekriebelde woorden. Ze was de vrouw van de broer van mijn oma. Na de Tweede Wereldoorlog zijn ze naar Amerika verhuisd, op advies van de dokter.  Jaap, de man van tante Sjaan, had astma en ze dachten dat de lucht in Amerika schoner was. Prachtig, zo ging dat in die tijd. En dus pakten ze hun boeltje, zwaaiden alle familie uit en gingen met twee kinderen van rond de 10 jaar op de boot naar Amerika.

En nu, ruim 60 jaar later, was ze volledig veramerikaniseerd. Haar kinderen met Amerikanen getrouwd, Amerikaanse klein- en achterkleinkinderen. Haar man jaren geleden al overleden, maar zij hield stand. Ze kon nog altijd Nederlands praten en hield nog steeds van zoute drop en haring.

Vorige maand, toen mijn zus hier te logeren was, zijn ze nog op bezoek geweest. Tante Sjaan, met haar dochter en zoon, allebei ook eind 60 inmiddels. ‘Ik word 94 in november, kan je dat geloven?’ zei ze. En behalve een Amerikaans accent, kon ik ook nog een vleugje Rotterdams horen. Ze was vergeetachtig, heeft wel dertig keer gezegd: ‘Ik ben zo blij om jullie te zien.’ Ach ja, ze wordt oud, dachten we. Totdat bleek dat een agressieve hersentumor haar zo vergeetachtig maakte.

Haar dochter belde me om te vertellen dat ze naar een hospice was overgebracht. Dat er niets meer aan te doen was. Ze vertelde dat haar kleindochter was gekomen en dropjes voor haar had meegenomen. ‘Mom’, had ze gezegd, ‘opoe gave me my first dropje and I gave her her last.’ Ik moest moeite doen om niet mee te gaan huilen.  Toen ik ophing, zei Anne: ‘Wie was dat?’ ‘Dat was tante Johanna, het gaat helemaal niet goed met tante Sjaan jongens, ze gaat dood.’ En daar kwamen dan toch de tranen. De kinderen schrokken zich een hoedje, Anne sloeg gelijk haar armen om m’n nek en zei: ‘Wil je een slokje water?’. Daan rende al naar de keuken (komt voor elkaar, dat doe ik wel!) en Anne trok een pakje zakdoeken open. Ineens realiseerde ik me dat ik dat ook altijd doe als zij moeten huilen, hup, meteen die zakdoek erbij om je neus te snuiten, slokje water. Terwijl je soms ook gewoon even lekker wil huilen. Ik nam me voor om voortaan pas een zakdoek te pakken als ze zijn uitgehuild.

Een paar dagen later kwam het nieuws dat tante Sjaan nu echt overleden was. Toen ik het aan de kinderen vertelde, schoten hun ogen gelijk omhoog naar mijn ogen, om te zien of ik misschien weer moest huilen. Toen bleek dat de kust veilig was, wisten ze eigenlijk niet zo goed wat ze moesten zeggen. ‘Ik ga nog lang niet dood’, wist Daan te verzinnen. ‘Wie gaat er eigenlijk nu als volgende dood?’ Alsof het om de volgende verjaardag ging. Ik hoop dat het echte verdriet van iemand verliezen die dicht bij je staat, hen nog lang bespaard blijft. Rust zacht lieve tante.”