Vliegveldstress

schiphol-druk_0

“En waar is meneer B.?” De Schipholbeambte kijkt me over de rand van zijn leesbril onderzoekend aan. “Pardon?” “Meneer B. De vader van de kinderen? Waar is die?”

Het is vakantie. We gaan naar Amerika en Bas is twee dagen eerder al vertrokken, zodat hij alvast wat werkdagen under z’n belt kan krijgen, voordat wij aankomen. Hij had wel onze tickets geregeld, een tijdje terug en om kosten te besparen hadden we mijn ticket met airmiles betaald. Daarna waren de miles zo goed als op en voor de kinderen hebben we dus een gewoon ticket gekocht. Wat resulteerde in de volgende gang van zaken.

De avond voor vertrek. Ik besluit ons online in te checken. Volg keurig de door KLM gemailde link, check mezelf in en probeer de kinderen in te checken. Error: unaccompanied minors may not be checked in online. Please visit one of our service desks. Huh? Bel Bas. “Nou, dat is ook gek.” Probeert het ook online. Krijgt dezelfde foutmelding. “Tsja, dan moet je het toch morgen maar even bij de balie daar doen.”

De dag van vertrek. Ik kom (op de vrijdag voor de meivakantie, zonder dat we het wisten een van de drukste dagen van het jaar op Schiphol, het was zelfs op het nieuws…) aan bij de vertrekhal en probeer met de paspoorten bij zo’n terminal in te checken. Zelfde foutmelding… Ik trek een mevrouw in het blauw aan haar jasje om ons te helpen. Zij probeert het nog een keer met de paspoorten. Weer dezelfde foutmelding. Ze stuurt ons naar de incheckbalie voor mensen met honden en katten, buitensporig grote bagage en andere vreemdsoortige omstandigheden. “Oh, ik zie het al, dat komt omdat uw ticket met airmiles is geboekt en die van de kinderen niet. Nu denken alle systemen dat zij alleen reizen. Ik zal u alle drie inchecken.” “Fijn, bedankt. Zitten we dan wel naast elkaar?” “Nou, het is goed dat u het vraagt… Eens kijken, u zit op rij 43 en de kinderen…. Op rij 22. Dus nee, dat is niet naast elkaar.” Twee verschrikte gezichten kijken me aan. “Maarreh… daar is vast nog wel iets aan te doen, toch?” “Tsja, dat zult u dan even bij het boarden moeten vragen.”

Na ruim anderhalf uur wachten bij de bagagecontrole (met achter ons in de rij een peuter met een loopfiets. Met een bel. Die het echt héél goed doet.) komen we bij de bewuste Schipholbeambte aan. “Nou, mijn man is woensdag al vertrokken voor werk, en wij volgen hem nu om vakantie te gaan vieren.” Ik schenk hem mijn meest zelfverzekerde ‘kijk-ons-eens-in-vakantiestemming-zijn-glimlach’ en hoewel de bleke toetjes van de kinderen niet echt meehelpen (want: zitten we straks wel naast mamma en niet naast wildvreemde, dikke, snurkende mannen?), kom ik er volgens goed Nederlands gebruik zonder verdere vragen vanaf en mogen we doorlopen.

Volgende stop: het vraaggesprekje over het inpakken van de bagage. “Wie heeft uw koffers ingepakt? Heeft u uw bagage uit het oog verloren? Heeft u cadeautjes meegekregen?” En ik, met m’n stomme kop: “Nou, de kinderen hebben wel een pakketje van oma meegekregen.” Tot mijn afgrijzen zie ik op het hoofd van de goede man zich op verschillende plekken alarmbellen aftekenen. Zowel in zijn ogen, als op zijn voorhoofd, in zijn haargrens en zelfs op allebei zijn neusvleugels. Ik probeer het nog snel goed te maken met: “Ja, gewoon dropjes en M&M’s enzo hoor, en een tijdschrift. Het zit in doorzichtig folie, ik heb precies gezien wat erin zit.” Hij lijkt ook niet bijzonder veel zin in en tijd voor gedoe te hebben en vraagt aan de kinderen: “Klopt dat jongens? Hadden jullie het pakketje van oma al uitgepakt?” Vroeger had ik ze dan een onopvallend schopje tegen hun schenen gegeven, maar nu zijn ze gelukkig oud genoeg om aan te voelen dat je op zo’n vraag gewoon bevestigend moet knikken en blij moet glimlachen.

Bij de gate staat al ‘gate closing’ als we aankomen en dan moet ik het stoelendebacle nog regelen. Een hoop gehannes, een bijzonder vriendelijk echtpaar, een man die hetzelfde stoelnummer toebedeeld heeft gekregen als ik en een racistische oudere dame verder, zitten we geïnstalleerd, kunnen we op weg en denk ik dat het ergste achter de rug is.

Totdat we aan de overkant in Minneapolis door de paspoortcontrole moeten. Nu was daar altijd al een lange wachtrij voor, maar sinds Trump aan het bewind is, zijn ze nog veel minder happig op buitenlanders en kunnen we dus wéér anderhalf uur voetje voor voetje dichterbij de felbegeerde poortjes schuifelen, waarboven de Stars ’n Stripes toeziet op een streng doch rechtvaardig toelatingsbeleid. Anders dan zijn Nederlandse collega, is deze douanebeambte een stuk minder inschikkelijk. “Ma’am, where is your husband?” Ik zweer het, je zal gescheiden zijn. Of weduwe! Maar ik braaf weer m’n verhaal afsteken. “Do you have a document that states that you are allowed to travel with these children alone?” Come again? Ehm, het zijn toch ook míjn kinderen? Maar ik heb geleerd: don’t mess with Amerikaanse douanebeambten, die moet je vooral te vriend houden. Dus: “Oh, I’m so sorry, no I don’t…” Nou, dat het toch vooral een goed idee is om dat in de toekomst even zwart op wit van de vader te krijgen, want you never know, met child trafficking en al dat soort ongein tegenwoordig. En dan heb ik nog niet eens een hoofddoek. Niet respectloos bedoeld hoor, maar ik denk zomaar dat zo’n mevrouw nog meer het vuur aan de schenen gelegd zou worden.

Natuurlijk is het heel erg nodig dat vliegveldpersoneel hier alert op is en getraind wordt om verdachte situaties te signaleren. Achteraf gezien kan je dat allemaal beredeneren en is het echt niet erg om een paar extra vragen te beantwoorden en advies te krijgen hoe je in het vervolg kan voorkomen dat je je moet verantwoorden voor het op vakantie gaan met je eigen kinderen. Maar op het moment zelf, als je ook nog een vervolgvlucht moet halen… Leuk is anders.

We mogen verder en een zwaar vertraagde vlucht naar New York, een in het vliegtuig vergeten smartphone (door wie wil ik hier graag even in het midden laten…) en een vermiste koffer later, kunnen we eindelijk aan onze vakantie beginnen.

Zo moeizaam als de heenweg ging, zo vlotjes gaat de terugreis. Zo vlot zelfs, dat we op het vliegveld van Detroit een sprintje moeten trekken om de aansluitende vlucht naar Amsterdam te halen. En terwijl we daar, bepakt en bezakt, de handbagage op onwillige wieltjes achter ons aantrekkend en schoudertassen hotsend en botsend tegen m’n benen, langs de gates rennen, roept Daan naast me: “Hee mam, het is net of we in Home Alone zitten!” Ik schiet heel hard in de lach en denk bij mezelf: “Jongen, als Sandra Bullock beschikbaar is voor de hoofdrol, ga ik m’n eigen film regisseren.”

Advertenties

Geheime efficiëntie

victorias-secret-gift-card-giveaway-

Toen we net weer terug waren in Nederland, kreeg ik van Bas een Victoria’s Secret cadeaubon voor mijn verjaardag. “Dat is een leuke aanleiding voor jou om een keer met me mee te gaan, naar New York en dan heb ik er ook nog wat aan!” glom hij van zelfingenomenheid.

Een paar weken geleden was het dan zo ver: de kinderen en ik gingen voor het eerst weer terug naar New Jersey! Na een afwezigheid van bijna twee jaar hadden we het eindelijk zo kunnen plooien dat niet alleen ik met Bas mee kon, maar ook de kinderen, zodat we weer even naar ons andere ‘thuis’ konden. En thuis, dat was het ook meteen weer! Ik had verwacht dat we ‘gewoon’ op bezoek zouden gaan, maar het voelde allemaal onverwacht vertrouwd aan. Ook na twee jaar weer in Nederland te zijn geworteld en de relatief korte periode die we er hebben gewoond, blijft dit stukje van de wereld toch heel bijzonder voor ons. Het was mooi om te ervaren.

Op de laatste nipper had ik er thuis nog aan gedacht om die cadeaubon bij me te stoppen. Ik had al zo’n vermoeden dat er voor Bas en mij wel een avond samen in zou zitten en inderdaad, de kinderen waren bij hun beste vriendjes en vriendinnetjes nog even welkom om te blijven eten en slapen als twee jaar geleden. Waardoor wij ons op vrijdagavond kinderloos en met cadeaubon op zak, naar de mall begaven.

Nog geen twee minuten binnen bij Victoria’s Secret, kwam er een onwaarschijnlijk kleine, prachtige Indiase mevrouw op zachte slippers op ons afgeschuifeld. ‘Hi, how are you? Do you know what you’re looking for today? Bras, panties?’ Ik: ‘Ehm, a bra, I think?’ ‘Do you know your size?’ ‘Well, I know my European size, but I don’t think that’s going to help me much…’. Ergens uit haar wonderschone wikkeljurk toverde ze een meetlint tevoorschijn, dat ze tussen twee duimen en wijsvingers ter hoogte van mijn borsten omhoog hield. Met één opgetrokken wenkbrauw en een vragende blik in haar ogen, zorgde ze ervoor dat ik verbouwereerd mijn armen omhoog deed, zodat ze midden in de winkel de omvang van mijn borstkas en de omvang van mijn borsten kon opmeten. Bas deed nog net geen rondedansje.

‘Right, I think you are a 38DD, but if you go to the fitting room, they will make sure you get the right size and you can try on our different styles of bras. What’s your name?’ ‘Ehm, Karin.’ ‘Okay, my name is Meena, if there is anything you need after your fitting, please let me know.’ Ze schreef alle informatie (mijn naam, haar naam, mijn maat) binnen vijf seconden in een onberispelijk handschrift op een speciaal daarvoor bestemd kaartje, gaf het aan me en liep met me mee naar de paskamers. Daar hield de pret voor Bas op, want hij mocht plaatsnemen op een (roze pluchen, dat dan weer wel…) bankje bij de ingang van de paskamers, waar er verder geen glimp van vrouwelijk naakt meer op te vangen viel.

De dame die de scepter zwaaide in de fitting room, was in alle opzichten de tegenpool van de mevrouw die me eerder had geholpen. Denk: Big Momma’s House, maar dan jonger en met een beter gevoel voor humor. Echt, ik denk dat ik drie keer in die mevrouw had gepast. Eerst ging ze me bevragen over wat voor soort beha ik wilde (padding, no padding, push up, strapless, sportsbra?) en daarna ging ze wat modellen voor me halen, om wat te kunnen uitproberen. Ik kreeg een pashokje toegewezen en op de deur werd het kaartje met al mijn gegevens keurig in het daarvoor bestemde houdertje geschoven. In het hokje zat een knop, waarmee ik een lichtje aan de buitenkant van mijn deur kon laten branden, zodat ze wist dat ik hulp nodig had. Toen ik me in de eerste BH had gehesen, drukte ik op de knop. Binnen twee seconden stond ze aan de deur en zei: ‘I’m here, miss Karin’, netjes afwachtend tot ik zelf de deur open zou doen.

‘Oooh, I like it!’, zei ze. Ik vond hem ook wel mooi, maar, zoals bij de meeste vrouwen, zijn ook mijn borsten niet allebei even groot. Ik vond dat de ene teveel werd afgesneden, dus dat zei ik tegen haar. ‘Okay, we can do something about that, but I have to say, I like your breasts! I do, they’re nice and firm and they have a nice shape to them.’ En hoe ze het deed, deed ze het, maar ik schoot niet in de lach en ik vond het ook niet raar. Ik geloofde haar gewoon. Ik was gewoon even oprecht trots op mijn dames. Nou, dan ben je toch wel een topverkoper, als je elke dag vrouwen BH’s staat te verkopen en je kan je complimenten zó oprecht laten klinken. Ik kan er nu nog met bewondering aan terugdenken.

Ik paste nog een paar modellen, die niet allemaal even mooi zaten. Onvermoeibaar en met een ongekende snelheid kwam ze steeds nieuwe aandragen, steeds in de goede maat en dat terwijl ik absoluut niet de enige was die ze aan het helpen was. Uiteindelijk koos ik twee modellen die me bevielen. De volgende stap was de kleur uitkiezen. Ik kleedde me weer aan en ondertussen hoorde ik haar in haar oortje zeggen, waarmee ze blijkbaar in verbinding stond met de winkel: ‘Meena, she’s coming out, I repeat, she’s coming out!’. Je kan er wat van vinden, maar ik voelde me stiekem toch een beetje als Katy Perry die haar cue krijgt om het MTV Music Awards podium te betreden. Ik haalde Bas op uit de ballenbak en daar kwam Meena ons alweer tegemoet. Ze vroeg (weer met die opgetrokken wenkbrauw en dit keer een uitgestoken hand), naar het kaartje, waarop inmiddels ook mijn voorkeur voor de modellen stond geschreven en schuifelde voor ons uit om de keuze aan kleuren te laten zien.

In een laatste poging om Bas ook nog een leuke avond te bezorgen, koos ik twee verschillende kleuren uit en zei dat ik die nog even wilde passen om te zien hoe ze stonden. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van deze bijzonder efficiënte shopgebeurtenis, maar hey, de klant is koning, dus met een zakelijke glimlach werden we weer terug naar de fitting room gebracht, waar Bas weer op zijn bankje moest plaatsnemen. Ik paste de twee BH’s, deed net of ik twijfelde, drukte op de knop en vroeg met mijn liefste, onzekere vrouwenstem: ‘I have some doubts, can my husband please come have a look and help me decide?’ Zo, toen had ik het even goed verpest zeg, met m’n Europese fratsen. ‘No, he may not. That is out of the question ma’am.’ Het amicale ‘miss Karin’ was als sneeuw voor de zon verdwenen. Jammer. Toch twee mooie BH’s aan over gehouden. En een gratis boodschappentas en hemdje. Alleen zal Bas waarschijnlijk de volgende keer weer voor een bon van de Bijenkorf gaan.

Spits

ROTTERDAM-BOTLEKTUNNEL-WATEROVERLAST

Nog één mailtje. Dat was alles wat ik nog hoefde te doen. Eén kort mailtje. En toen hing Outlook. En moest ik opnieuw opstarten. En ging ik een kwartier later dan anders weg van kantoor. Het verschil tussen half vijf en kwart voor vijf. Iedere forens in de Randstad, of eigenlijk, iedere inwoner van Nederland, weet wat dat betekent…

Ik pakte snel m’n spullen bij elkaar, nam de lift naar beneden, gooide alles in mijn auto en startte. Meteen werd ik verwelkomd door een doordringende piep en een brandend benzinelampje. Hee, dat was vanmorgen toch nog niet? Lekker dan. Even denken, zit er hier bij dat Alexandrium nou ook een benzinestation? Misschien waar al die autodealers zitten. Maar daar kan je de snelweg weer niet op. En het is al zo laat… Nog twee streepjes op de teller, nou ja, ik gok het er wel op tot Barendrecht.

Nog geen drie minuten op de A20 begon het al 70 en daarna 50 te knipperen. Volgens het filenieuws op de radio was het een normale avondspits, alleen in de regio Rotterdam was het bijzonder druk. Bij Ridderkerk lag een ladder op de weg (ik verzin het niet) en op de A29 waren 3 (!) ongelukken gebeurd. Heb ik dat…

Vlak voor de Brienenoordbrug verdween mijn laatste zwarte streepje op de benzineteller en begon mijn auto zenuwachtig ‘LOFUEL’ naar me te knipperen. Kut. Ik vervloekte mijn auto en bedacht dat je in Bas z’n auto een optie hebt, dat je precies kan zien hoeveel kilometer je nog kan rijden met de benzine die nog in je tank zit. Maar ja, Bas z’n auto heeft ook stoelverwarming, stuurverwarming, blue tooth, cruise control, verwarmde buitenspiegels, ingebouwde navigatie, volumeknoppen op z’n stuur, climat control, een elektrisch bedienbare achterklep en niet te vergeten centrale deurvergrendeling. Terwijl ik voor mijn auto het goedkoopste pakket heb gekozen, waar, zo kwam ik na aankoop van de auto achter, niet eens centrale deurvergrendeling op zit. En ik dus altijd de auto moet rondlopen om met de hand alle deuren dicht te doen, dan wel de kinderen moet instrueren om dit te doen. Anne zei: ‘Ik weet niet hoor, maar hadden jullie niet allebei een beetje een tussenmodel kunnen nemen? Want nu heeft pappa een heel luxe auto en op die van jou zit niks!’ Tsja kind, als je moeder ook een auto van de zaak had gehad óf een beetje beter had opgelet bij het uitzoeken, was dat een reuze goed idee geweest. Bas z’n auto zegt zelfs, als je teveel slingert: ‘Bestuurder vermoeid, neem een pauze.’ Het moet niet gekker worden.

Ondertussen durfde ik het er niet op de gokken en ging er bij Ridderkerk al af, mezelf een seconde later vervloekend, want blijkbaar moet je dan eerst nog een heel stuk provinciale weg rijden voordat je ook maar een beetje bewoonde wereld tegenkomt. Ik reed Bolnes binnen (altijd gedacht dat dat in Groningen lag…) en kon, inmiddels lichtelijk in paniek, geen benzinepomp vinden. Ik pakte m’n telefoon en vroeg aan Siri: ‘Find a gas station near me’. Ja, ik heb een in de VS gekochte iPhone, dus Siri praat Engels met mij en ik met haar. Dat kan je vast ook omzetten naar het Nederlands, maar dan ga ik haar missen, mijn Engelse Siri. Ik hou er zo’n lekker internationaal expatgevoel aan over dat ik in ieder geval aan mijn telefoon nog kan bewijzen dat ik zo leuk Engels kan, dus… Don’t judge me.

Nadat Siri mij naar de (vanzelfsprekend om de hoek gelegen) BP had geleid en ik weer met een gerust gevoel en volle tank de weg naar huis kon vervolgen, wilde ik niet nog later komen en stelde met Google Maps de navigatie op mijn telefoon in naar huis, om zo de snelweg weer terug te vinden. Ik probeerde mijn telefoon in de (door mijzelf bij de dealer bedongen) telefoonhouder te krijgen. Het is er zo eentje die met een zuignap aan je raam vastzit, maar eigenlijk past het niet. Ten eerste heb ik nogal een groot hoesje, dus de telefoon moet daar eerst uit, en ten tweede heb ik zo’n kleine auto, dat die telefoon eigenlijk niet tussen het raam en het dashboard past. Met veel gevloek en getier en nadat mijn telefoon drie keer als een katapult uit de houder was gelanceerd en op de grond was gevallen, legde ik hem maar op de stoel naast me neer en kon ik eindelijk richting huis.

Mijn telefoon zag er de humor wel van in, want die begon spontaan de navigatie ook in het Engels te doen, waardoor ik na een minuut of vijf de A29 op moest ‘mergen, toward Burgen ap Zoem’. Ik pieste haast in m’n broek. En de volgende dag, toen ik mijn auto weer startte, kreeg ik een wel hele rare kilometerstand te zien. Wat blijkt: er zit wél een optie op om te zien hoeveel kilometer je nog kan rijden met je tank. Dat had ik in mijn Calimero moment even over het hoofd gezien. Zie je wel! Het komt wel goed, tussen mijn auto en mij.

Het goede voorbeeld

ducksIk heb er niet zo vaak last van hoor. We hebben het goed, we zijn gezond, tussen Bas en mij zit het goed, de kinderen zijn gelukkig, onze ouders leven nog en zijn gezond. Echt, niks te klagen, want ik weet donders goed dat het ook anders kan. Maar toch hè? Soms, als ik voor de duizendste keer de placemats na het eten sta af te soppen. Of als ik de vaatwasser sta uit te ruimen. Of de bedden te verschonen. Dan denk ik: Doen we het wel goed? Doe IK het wel goed? Genieten we wel genoeg van elkaar? Geven we het goede voorbeeld? Zíen de kinderen eigenlijk wat we allemaal doen, of gaan ze op in hun eigen wereld van FIFA en Musical.ly?

Zo kwam Daan afgelopen week thuis met een inschrijfformulier voor schoolvoetbal. Dat is op een woensdag in april en ze zochten ook nog begeleiders. Gelukkig hoef je het team dan niet te trainen (god, bewaar me…), maar hoef je alleen te zorgen dat de kinderen op de juiste tijd op de juiste plaats staan. Nou, dat gaat me nog wel lukken, dus ik schreef mijn naam op het strookje. Zegt Daan: ‘Ga jij je nou opgeven als begeleider?? Goed zo, mam! Eindelijk eens wat anders dan al dat huishouden!’ En ik dacht: Echt? Wat anders dan al dat huishouden? Of ik anders nooit meehelp op school! Of naar m’n werk ga, of sporten, of met z’n allen wat leuks doen of… Ik schrok er gewoon een beetje van.

Zo ongeveer tegelijkertijd zag ik dat een vriendin op Facebook, die in Canada woont, iets leuks had gepost. Een lijst met vragen die je aan je kinderen kan stellen, om eens te horen hoe goed ze je kennen. Zoals: wat is mijn lievelingseten en hoe oud ben ik, maar ook: wat maakt me blij en wat maakt me verdrietig? Haar kinderen hadden de leukste en liefste antwoorden gegeven (What do I say a lot? En beide jongens hadden geantwoord: I love you. Dat wil je toch horen, als moeder?), dus vol goede moed onderwierp ik de kinderen op een avond bij het welterusten zeggen aan een kruisverhoor.

Daan was eerst aan de beurt.

‘Wat zeg ik vaak?’

‘Nou, als jij aan het koken bent, en het gaat niet goed, dan zeg jij vaak shit.’ Denkt nog even na. ‘Ja, dat valt me echt op.’

Hmmm, niet helemaal het begin waar ik op gehoopt had. Volgende vraag.

‘Wat maakt me blij?’

‘Iets met z’n allen doen’. Kijk jongen, daar scoor je wel punten mee, heel goed.

‘Wat maakt me verdrietig?’

‘Als wij ruzie hebben.’ Klopt als een bus, dit gaat de goede kant op.

 

Eens kijken hoe z’n zus het er vanaf brengt.

‘Wat zeg ik vaak?’

Ze grinnikt. ‘Zal ik het eerste zeggen wat in me opkomt? Ga je niet leuk vinden hoor…’

‘Nou, zeg toch maar…’

‘Hoe vaak moet ik nou nog zeggen wat we eten vanavond??’

Toch fijn, als dat het eerste is wat in haar opkomt. Niet: ik vind je lief, of: ik hou van je… Béétje jammer, dit.

‘Wat maakt me blij?’

‘De sauna.’

‘Meen je dat nou? Denk je echt dat mij dat het allerblijst van alles maakt?’

‘Ja eh, ik moest toch het eerste zeggen dat in me opkwam?’

‘Oké…, volgende vraag: wat maakt dat je trots op me bent?’

Denkt even na.

‘Je bent een doorzetter. Als bijvoorbeeld een sollicitatie niet gelukt is, ga je gewoon door naar de volgende.’

 

Yes! Dat is in ieder geval één pedagogisch aspect waarop ik goed voorleef. Victorie!

 

Maar toen ik dezelfde vraag aan Daan stelde, kreeg ik als antwoord: ‘Nou, je bent handig, niet te dik en je gaat altijd voor me winkelen, zodat ik niet mee hoef. Jij kan heel goed schoenen voor mij uitzoeken.’

 

Damn… toch nog behoorlijk wat werk aan de winkel…

 

Step in de goede richting

step-aerobics “HOEVEEL SINGLE LADIES ZIJN ER IN DA HOUSE??? Eéntje maar? Nou, dan moeten alle niet-single ladies hun handen maar in de lucht doen!! Daar gaan we dames!!! Put your hands up!! Oh-oh-oh, oh-oh-oh!”

Ik stond in de sportschool. Ja. Ik. Echt. Waar ik nog niet zo lang geleden tussen de stroopwafelkruimels op m’n eigen vloerkleed lag te ploeteren, heb ik gisteren de daad bij de goede voornemens gevoegd en ben ik naar de sportschool gegaan.

Al in september vorig jaar dacht ik: dit gaat niet goed. Maar ja, om nou in september te gaan lijnen… Dan komt juist net de tijd van lekker dikke truien eraan en daar zie je toch niks onder. Bovendien hebben wij veel verjaardagen in november en december, om maar niet te spreken van al het Sinterklaaslekkers dat al vanaf half september in de winkels ligt. Tel daarbij op kerstkransjes, kerstborrels, kerstdiners, oliebollen en appelbeignets en je komt op zo’n bijna 80 kilo schoon aan de haak.

Zodra die 8 erin dreigt te komen, wordt het me allemaal te gortig. Zo in het dagelijks leven lijkt het dan allemaal nog wel mee te vallen, tot een of ander afvallig familielid een foto van je post aan de kerstdis. Holy shit, wat een onderkin! Zie ik er echt zo uit als ik lach?? En dat haar! Heb ik daardoor nou zo’n bolle kop? Dus terwijl ik me bij de schoonfamilie nog in mijn meest slank afkledende jurk durfde te vertonen, had ik het besluit al genomen: ik moet echt minder eten en weer gaan sporten.

Nu had ik van een aantal medemoeders al begrepen dat er sinds een jaar ongeveer een sportschool hier bij ons op het industrieterrein zit, die leuke groepslessen geeft. Toen ik op de website het rooster opzocht, bleek er zelfs een steples tussen te zitten. Nou wil ik niet opscheppen, maar ik ben echt een kei in steppen. Toen we nog geen kinderen hadden, deed ik dat twee keer per week bij een meisje, dat de meest fantastische choreografieën op ons losliet en daardoor ben ik nu een trained professional. Ergens in de tussentijd zijn er alleen jammer genoeg allerlei andere groepslessen veel populairder geworden, zoals zumba. Zumba heb ik dan weer nooit gesnapt. Dat wordt op een driekwartsmaat gedaan en ik was dan altijd een tel te laat. Of te vroeg. Heel frustrerend. Steps leek een uitgestorven sport waar alleen bijna- of net-veertigers met weemoed aan terugdachten. Maar deze sportschool bood het dus nog steeds aan! Ik belde en kon terecht voor een proefles.

En daar stond ik dan. Inderdaad, tussen de bijna- of net-veertigers, een enkele uitschieter naar beneden daargelaten. En één man, die later de instructeur bleek te zijn. Nou ja… man… relnicht is more like it. Voor de les zag hij eruit als Leonard uit The Big Bang Theory. Brilletje, net iets te lang haar, net iets teveel kilo’s rond z’n middel, net iets te grote boxershort en fout rood trainingsjasje. Maar zodra zijn les begon, ontpopte hij zich tot een ware Beyoncé! De bril ging af, het jackie uit en ik kon niet anders dan mee! Wat gaaf, zoveel zelfvertrouwen als die gast uitstraalde. Foute hits knalden uit de stereo en lang vergeten maar niet verleerde pasjes knalden uit mijn benen. Ik kan het nog! Wake me up before you go-go, Twilight Zone, Don’t stop the music, I wanna dance with somebody… take me home baby! Met het risico de eeuwige afgunst van de medemoeders over me af te roepen, ging ik mee in de totale over the top attitude van deze step-goeroe. Man, wat lekker! Dit wil ik minimaal elke week.

Ter compensatie zijn we vanavond uit eten geweest en heb ik twee glazen wijn en een gin-tonic gedronken. Je moet dat soort dingen wel een beetje langzaam opbouwen, natuurlijk.