Humans of America

NM_124_and_US_66_WB_near_Budville_NM

Ik vind het nu al leuk, onze road trip. Aan de verhuizing wil ik niet teveel woorden vuil maken. Verhuizen is stom. Het is als de avond voordat je op vakantie gaat, maar die stress over vier weken uitgesmeerd. Tel daar nog bij op alle einde schooljaar activiteiten, afscheid nemen van drie lieve collega’s op het werk, spullen verkopen en mensen die op het laatst toch niet op komen dagen voor de koop, een afscheidsfeestje thuis voor 60 man, de kinderen die hun beste vriendje en vriendinnetje gedag moesten zeggen, mijn beste vriendin hier huilend gedag zeggen, een verhuisploeg die elke stap teveel lijkt en doodleuk vraagt of ik even Chinees kan gaan halen voor de lunch en je begrijpt dat het weer kantje boord was, qua geestelijke gezondheid. Maar nu zijn onze spullen op weg naar Nederland en zijn wij op weg naar het zuiden van de VS. Een road trip van drieëneenhalve week die eindigt in Miami, vanwaar we naar Schiphol vliegen en hopelijk tegelijk met onze meubels thuiskomen.

We zijn een dag op weg, op vijf uur rijden van Waldwick en allemachtig, wat hebben we de afgelopen jaren in een luchtbel geleefd! Een wereld van mooie mensen, slanke, afgetrainde lijven, yoga studio’s, Let’s Yo! bars, salade restaurants, smoothie drive throughs, gepolijste tenen, gekapte hoofden en perfecte gebitten. Je zou haast denken dat de gewone wereld er ook zo uitziet. Maar de gewone wereld ziet eruit zoals in Luray, Virginia.

Toen we aankwamen op de camping, zag ik bij de tent naast die van ons een mevrouw die zat te roken. Ik keek nog een keer goed, maar echt, ze rookte een sigaret. Een sigaret! Die heb ik al jaaaaren niet meer gezien, mensen die roken. Ik vond het wel iets ouderwets gezelligs hebben. We maakten een praatje, ze had haar drie kleinzoons meegenomen voor het weekend. Dinsdag moest ze weer werken. Ze lachte verontschuldigend, waarbij ze probeerde haar vergeelde tanden te verbergen: ‘I work in the deli section at Walmart’.

De volgende dag gingen we een wandeling maken om een meer. Vanaf de parkeerplaats zagen de kinderen een grote opblaasglijbaan staan. ‘Kijk! Mogen we daar heen?’ Ik zei nog: ‘Dat is misschien wel voor een feestje hoor, eerst even kijken’ en ja hoor, met afgezakte schouders kwamen ze weer onze kant op. Totdat een dame ze terugriep. ‘We are celebratin’ my granddaughter’s birthday, but y’all are more than welcome to play on the slide if you want to?’ Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen en Bas en ik gingen bij de verjaardagsvisite zitten. De man naast me leek qua leeftijd bij de oma van de jarige te passen, dus ik vroeg op goed geluk: ‘Is it your granddaughter’s birthday?’ ‘No, that’s my son over there, he’s nine. I had him with my third wife.’ Daar doe je toch een moord voor, voor zo’n openingszin?

De man, die wel wat weg had van Paul Sr. uit de reality serie ‘Orange County Choppers’, vertelde in de tien minuten die volgden, dat hij de verhuurder was van de glijbaan. Hij had 31 jaar bij het postkantoor gewerkt, was nu gepensioneerd en was dit als ‘side business’ begonnen. Trots als een pauw, want er was niemand anders met zo’n bedrijf en al helemaal niet met 13 verschillende glijbanen. ‘The only cat in town!’ Hij liep zelf inmiddels met een rollator, maar zijn zoon (uit zijn eerste huwelijk) hielp hem met het zware werk. Hij was in het gewone leven vuilnisman, woog ‘280 pounds’ en had vanmorgen ’11 tons of garbage’ opgehaald. De imposante zoon in kwestie zat naast zijn vader, had een vervaarlijk verwilderde blik in zijn ogen en zei: ‘The best thing about working for my dad is: I can be late and still be on time!’

En terwijl de kinderen ondertussen flesjes water mochten pakken (omdat wij natuurlijk weer zonder water én insectenspray van huis waren gegaan…), kreeg ik spontaan zin om een eigen Humans of New York pagina op te richten. Humans of America…. Ik wil dat deze vakantie nog heel lang duurt.

Magie

magic-trick

“My mom used to have a dog as a pet. It died, but then they brought it back to life!” De kinderen en ik zitten in de auto, samen met Emily, ons buurmeisje van 7, dat sinds ongeveer twee maanden elke dag met ons meerijdt naar school. We hebben het over huisdieren en ineens komt ze hiermee op de proppen. Anne en ik kijken elkaar ongelovig aan en zeggen tegelijk: “That’s impossible.” “No really, my mom said so, it’s really true.” Anne gaat er nog even over door, maar het buurmeisje houdt voet bij stuk. Haar moeder zei het en dus is het waar.

Een tijdje geleden had ze een tand eruit en ging het over de tandenfee. Daar hebben wij met de kinderen nooit aan gedaan. Ik vond dat altijd zo’n Amerikaans fenomeen… Toen Anne d’r eerste tand eruit was op de kleuterschool, vroeg haar juf: ‘En, is de tandenfee nog geweest?’, waarop Anne zei: ‘Nee joh, dat doen je vader en moeder gewoon hoor! En wij doen daar niet aan.’ De juffrouw kon er wel om lachen, maar toen wij eenmaal besloten hadden om een paar jaar in Amerika te gaan wonen, heb ik de kinderen toch wel even moeten inprenten dat de kinderen in Amerika wel heilig in de tandenfee geloven en dat ze dus heel goed mee moesten helpen om niet te verklappen hoe het echt zit.

Met de Kerstman: zelfde verhaal. In Nederland hebben we altijd open kaart gespeeld. Sinterklaas brengt kadootjes voor de kinderen, met Kerst leggen wij zelf de kadootjes onder de kerstboom en dan zijn de meeste kadootjes voor de volwassenen. Eén zo’n man met witte baard in de maand vonden wij wel welletjes eigenlijk. Dus ook met Kerst hebben de kinderen al hun discretie in de strijd moeten gooien om de pret voor hun gelovige klasgenootjes niet te bederven. En dan toch zelf nog steeds onomstotelijk in Sinterklaas blijven geloven hè? Mooi is dat.

Soms denk ik wel eens: zouden wij misschien té nuchter zijn? Hebben we de kinderen wel genoeg magie meegegeven, toen ze nog kleiner waren? Sinterklaas is eigenlijk het enige fabeltje dat we ze ooit op de mouw hebben gespeld. Was het niet veel leuker geweest om wel aan de Kerstman en de tandenfee te doen? En hier in de VS kun je ook nog doen aan ‘The Elf on the Shelf’. Dat is ook met Kerst. Dan koop je een voorleesboek met een pop van een van Santa’s elfjes, waarbij de elf zogenaamd elke avond van plek verandert. Maar ja, daar moet je dan dus als ouder wel elke avond aan denken. Ik hoor rond Kerst genoeg verhalen van gestreste vaders die ’s morgens voor dag en dauw door hun vrouw het bed uit worden geschopt om nog gauw de elf van de vensterbank naar de keukentafel te verplaatsen, omdat ze het de avond ervoor weer vergeten waren. Ik moet bekennen dat mij dat met de schoen rond 5 december ook wel eens is overkomen…

Maar verhalen over huisdieren die weer tot leven worden gewekt, dat gaat me echt te ver hoor. Alles leuk en aardig, maar dood is dood en ik vind dat kinderen dat ook moeten leren, hoe hard dat ook is. Nu is het een huisdier, maar wat als er bijvoorbeeld een oma doodgaat? Dan gaan ze toch ook vragen of die weer levend kan worden gemaakt?

En dan geloven we ook nog eens niet in God. Dat geeft weer een heel andere dimensie in de gesprekken met Emily. Vorige week vertelde ze: “My godmother came to visit us yesterday and she brought me this necklace.” En terwijl Anne geïnteresseerd vroeg: “What’s a godmother?” en Emily geduldig uitlegde: “Well, if, God forbid, something were to happen to my mother, then she is going to take care of me.”, zag ik dat Daan bij het woord ‘godmother’ allang was afgehaakt en in zijn hoofd allerlei theorieën aan het bekokstoven was over de betekenis van dit nieuwe woord. “So… is it something like Godzilla?”.

Dat krijg je er nou van, met van die heidenen als ouders…

Goedgelovig

Goedgelovig

Ik ben zo iemand die je altijd in de maling kan nemen. Als kind was ik supergevoelig en ik kon er slecht tegen als iemand een grap met me uithaalde. Ik kan me dat gevoel nog zo goed herinneren, als ik maar dácht dat ik werd uitgelachen. Eerst die trillip, terwijl je nog probeerde je in te houden. Dan kon ik nog net met een piepstem uitbrengen ‘Daar moeten jullie niet om lachen!’, om vervolgens toch in hartverscheurend huilen uit te barsten, waar ik dan alleen nog maar bozer van werd. Als de kinderen daar nu wel eens last van hebben, spat ik haast uit elkaar van herkenning. Ik snap het jongens, ik snap het! Het lot heeft alleen bepaald dat ik de jongste ben van drie meiden, dus ik ontkwam natuurlijk niet aan de nodige plagerijen en grappen. En hoe jammer ook, ik ben er nooit mijn goedgelovigheid door kwijtgeraakt, want ook nu als volwassene heb ik het nooit door. Ik trap overal in.

Het is natuurlijk reuze schattig, zo iemand die alles gelooft. Maar ik wil niet schattig zijn. Ik wil een vrouw van de wereld zijn met een killer instinct voor leugens en andere onwaarheden. Kijk, de mensen die ik goed ken, daarvan weet ik inmiddels wel wat voor vlees ik in de kuip heb. Toen ik nog in Nederland werkte, had ik een collega, en die zei eigenlijk nooit iets serieus, ook al kwam het er heel serieus uit. Zolang ik maar voorbereid ben, is er niks aan de hand. Dan kan ik soms zelf ook nog best gevat uit de hoek komen. Maar in de supermarkt bijvoorbeeld, als je 6 pakken wc papier koopt en de man achter de kassa zegt: ‘Per 12 zijn ze in de aanbieding hoor!’ en ik dan zeg: ‘Oh ja? Bedankt! Dan ga ik nog wat pakken halen!’ en dat de hele rij achter je dan in de lach schiet en de man achter je opmerkt: ‘Virusje onder de leden?’ Dat dus. Daarom heb ik besloten om maar eens wat minder goedgelovig te worden. Toughen up!

Zo kon het gebeuren dat ik afgelopen zaterdag naar de autodealer ging voor een servicebeurt. De parkeerplaats stond hartstikke vol en daarom moest ik helemaal achteraan parkeren, best een stuk van de service ingang vandaan. En natuurlijk was ik weer vergeten om thuis mijn auto leeg te ruimen, dus al mopperend begon ik aan de tour de force om alle KitKat wikkels, afgebroken stukken cracker, lege waterflesjes, haarelastiekjes, takjes, gedroogde bladeren, losse M&M’s, Goldfish (kaascrackertjes ter grootte van een stukje popcorn, in de vorm van een visje) en chipszakjes uit de deuren en onder de stoelen vandaan te halen. Bij gebrek aan een vuilnisbak op het parkeerterrein propte ik alles maar in mijn tas.

Eenmaal binnen, zat daar een wat oudere man, die vroeg waar ik mijn auto geparkeerd had. Hij was duidelijk het hulpje van de garage, de laagste in de pikorde. Triestigheid hier in de VS, hoe lang mensen moeten doorwerken om nog een beetje rond te kunnen komen. Maar goed, ik zei dat ik helemaal achter stond en hij bood heel vriendelijk aan om de auto wel even te gaan halen. Terwijl ik de papieren stond in te vullen, kwam hij na een tijdje weer binnen en zei: ‘We hebben een probleem. Ik kwam achteruit de parkeerplaats uit en er was een auto achter mij komen staan die ik niet had gezien en daar ben ik tegenaan gereden.’ En ik dacht: huh huh, natuurlijk, dus ik zei: ‘Pffffwhahaha, you’re kidding, right?!’ De goede man kromp terplekke vijf centimeter in elkaar en zei zacht: ‘Eh nee, dat is echt gebeurd. Ik vind het heel erg. Misschien kunt u even mee naar buiten lopen om te komen kijken?’ Nou, lekker dan, bitch die ik er was. Nu had ik precies gedaan wat ik probeer te voorkomen door zelf geen mensen voor de gek te houden: iemand gekwetst.

Toen ik thuiskwam, was ik wel toe aan een borrel, maar het zou niet zo’n soort dag zijn als de wijn niet op was. Ook nog maar even naar de wijnhandel dan. Bij de kassa stalde ik mijn flessen uit, trok mijn portemonnee uit mijn tas en tegelijkertijd vlogen er twee Goldfish en een zwart-wit gestreept Halloween armbandje met daaraan een zwarte kat over de toonbank. Met heksenhoed op. Ik schoot in de lach en keek de jongen achter de kassa verontschuldigend aan. ‘Hey, I don’t judge what comes out of other people’s wallets’, zei hij. ‘Although I have to say, I think that was a first.’

Ik weet nu nog niet of hij een grapje maakte.

Verstoppen voor je leven

usagun

Vandaag was het visitation day op school. Dat heeft gelukkig niets met visitatie te maken, maar wel met visite. Je mag namelijk een half uurtje in de klas van je kind kijken, een vlieg aan de wand zijn, zogezegd. En vandaag werd ik wéér geconfronteerd met de onwerkelijke staat van paraatheid waarin de school continue verkeert.

Om te beginnen kun je niet zomaar de school binnen lopen. Je moet buiten aanbellen en je gezicht naar de camera draaien, vervolgens je naam zeggen en waar je voor komt. Daarna moet je naar de ‘main office’ om in te loggen, krijg je een bezoekerspas die je zichtbaar moet dragen en vertel je de dames van de administratie nog een keer waar je heen gaat. Zomaar even binnenlopen of een praatje met de juf maken is er dus niet bij. De kinderen gaan ’s morgens ook alleen naar binnen, een van de juffen staat hen bij de deur op te wachten, je mag niet mee de school in.

Ik snap het wel hoor. In 2014 waren er op Amerikaanse scholen 23 schietincidenten, met 7 dodelijke slachtoffers als gevolg. In 2013 waren dat er 19, maar toen waren er 17 (!) doden te betreuren. Dus ik begrijp heel goed dat er maatregelen worden genomen, het is alleen zo’n enorm contrast met de Hollandse kneuterigheid waar we uitkomen.

Terwijl ik aan het kijken was hoe de juf van Daan de klas iets probeerde te vertellen over schildpadden, wilde een andere moeder ook het lokaal binnen. Die moesten we van binnenuit toelaten, want de deuren van de klaslokalen kunnen alleen van binnenuit worden opengemaakt. Wat me deed denken aan een paar weken terug, toen ik ging helpen in de schoolbibliotheek, en er een oefen ‘lock down’ was. Ik was nog buiten toen ik de stem van het schoolhoofd over het schoolplein hoorde schallen: ‘Your attention please, this is a lock down’. Gelukkig was er vlak daarvoor iemand naar buiten gekomen die me had verteld dat het om een oefening ging, dus ik wachtte rustig voor de deur tot het voorbij was. Er kwam nog een moeder bij staan en die zei: ‘Ik vind het zo eng klinken voor die kinderen, een lock down… Kunnen ze daar niet iets vrolijkers van maken, een safety closing ofzo?’.

Toen we weer naar binnen mochten, liepen we het schoolhoofd tegen het lijf en mijn assertieve medemoeder legde het idee meteen aan haar voor. Maar het schoolhoofd was hier heel duidelijk in. De kinderen móeten juist bang zijn. Dat is de enige manier om hen te beschermen als er echt iets aan de hand is. Tijdens een lock down gaan de kinderen met hun juf zo dicht mogelijk bij elkaar op de grond zitten, in de hoek van de klas waar ze door het glas in de deur niet gezien kunnen worden. De handarbeidjuf heeft ervoor gezorgd dat alle ruitjes van de deuren binnen 10 seconden verduisterd kunnen worden. En kinderen die op de wc zitten tijdens een lock down, wordt geleerd dat ze op de bril moeten gaan staan… Ik kreeg er een behoorlijke knoop van in mijn maag.

’s Avonds aan tafel zei ik tegen de kinderen:
‘Ik hoorde dat er een lock down was op school vandaag, wat vonden jullie daarvan?’
‘Nou, het ging hartstikke goed, de juffen hadden ons nog nooit zo snel verstopt!’
‘En weten jullie dan eigenlijk wel waarom je dat moet oefenen?’
Daan: ‘Ja, voor als er bijvoorbeeld een hert of een beer per ongeluk de school binnengelopen is, dan is het hartstikke gevaarlijk om de gang op te gaan!’
Anne: ‘Nee joh, dat is voor als er een man met een geweer in de school rondloopt!’

Dus…

Thank you for the music

ce4f940e6e06a37a53e77ff4b06cbd7f_i-love-music

Anne heeft voor haar verjaardag van onze familie in Nederland een iPod Nano gekregen. Zo eentje waar je geen sms’jes mee kan sturen of op internet kan, maar alleen muziek mee kan luisteren. We hadden gemerkt dat ze steeds meer interesse ging krijgen voor de muziek op de radio en de muziek die we thuis draaien. Is er net een lekker nummer op de radio, krijg je ineens: ‘Pff, deze effe niet hoor’ en voor je kan protesteren staat er een andere zender op. Ik kan soms zo verlangen naar de tijd dat ze nog met een autostoeltje achterin moesten zitten…

Maar goed, tijd voor autonome beslissingen op muziekgebied dus. Het grappige is dat haar smaak stiekem helemaal niet zoveel verschilt van die van ons. Nu scheelt het ook dat de grote Amerikaanse zenders gemiddeld maar een liedje of tien in het dagelijks repertoire hebben zitten, dus mocht je Taylor Swift of Mr. Probz op de een hebben gemist, dan zijn ze op een andere zender nooit ver weg. Thuis draai ik graag singer-songwriter muziek of jazz zoals Norah Jones en ‘Swing when you’re winning’ van Robbie Williams. En juist die jazz wilde ze ook op de playlist voor haar iPod. Verder hadden we haar achter onze muziekcollectie in iTunes gezet en gezegd dat ze zelf de nummers die ze wilde op haar iPod mocht zetten. Wat een kloeke collectie van 59 nummers opleverde.

Ik voel me werkelijk stokoud als ik terugdenk aan hoe ik zelf vroeger aan mijn muziek kwam. Ik had een cassetterecorder waar je ook radio op kon ontvangen en als er eentje op de radio kwam die je wilde hebben, dan nam je dat op. Met de recordknop. En de kunst was dan om precies op tijd weer op ‘Stop’ te drukken, voordat je de stem van de DJ achteraan je liedje had staan. Toen ik ouder was, kocht of kreeg ik ook wel eens een cassettebandje. Zo heb ik het eerste album van Neneh Cherry en ‘But, seriously’ van Phil Collins helemaal grijs gedraaid. En ik leerde alle songteksten uit m’n hoofd. Want een taalfreak ben ik altijd al geweest en ik luister altijd naar waar een liedje over gaat. Toen mijn Engels op de middelbare school steeds beter werd, schreef ik zelfs hele teksten uit.

Een tijdje geleden had Anne al tegen me gezegd: ‘Weet je wat ik zo leuk vindt van dat we nu in Amerika wonen? Dat ik alle Engelse liedjes kan verstaan.’ En ik dacht: ‘Jaaaa, ik snap dat!’ Nu ze die iPod heeft is de romantiek er alleen wel een beetje vanaf. De technologie staat voor niets, want als je op de titel van een nummer klikt, verschijnt de songtekst van het liedje op het schermpje. En ik moet zeggen, daar word je als ouder nou niet altijd even vrolijk van.

‘You’re like a drug that’s killing me
I cut you out entirely
But I get so high when I’m inside you.’
(Animals, Maroon 5)

of

‘Oh I lie here in the wet patch
in the middle of the bed
I’m feeling pretty damn hard done by
I spent ages giving head’
(Not fair, Lily Allen)

Allemachtig… Zou ze dat allemaal al snappen? Volgens verantwoord ouderschap hebben we haar natuurlijk wel al van alles verteld over de bloemetjes en de bijtjes, maar dit is wel erg plastisch. Wat me eraan doet denken dat ik pas met een andere moeder stond te praten, die zei dat haar dochter (die een half jaar jonger is dan Anne) al het begin van borsten kreeg. Zij had voor haar dochter een boek gekocht van American Girl (de fabrikant van die poppen die dezelfde kleren voor zowel het meisje als haar pop maakt), wat voorlichting geeft aan meisjes die nog geen tiener zijn over de aanstaande veranderingen in hun lichaam. Ik was daar eerst nogal sceptisch over, maar binnen een week hoorde ik er nog iemand over en zij had het zelfs in huis. Best een aardig boek over puistjes, ongesteld worden, hormonen, lichaamsverzorging en zelfvertrouwen.

Pfff, het gaat beginnen. Ik weet niet of ik daar al wel klaar voor ben hoor. Maar aan de andere kant: we hebben wel meer uitdagingen meegemaakt in de opvoeding van de kinderen, dus ik vertrouw er maar op dat dit, met het nodige vallen en opstaan, ook goed zal komen. En ik ben ook zo benieuwd hoe ze over tien of twintig jaar zijn. Hoe zullen ze eruit zien, hoe is hun karakter ontwikkeld, hoe staan ze in het leven?

Pas geleden was er op school een lasershow, waarbij de lasers bewogen op hits als ‘Happy’ en ‘Firework’. Al die kids uit volle borst meezingen. Ik zag haar zitten, tussen haar vriendinnen en uit 300 kinderkelen, waaronder die van haar, klonk:

‘You just gotta ignite the light and let it shine
Just own the night like the 4th of July
‘Cause, baby, you’re a firework
Come on, let your colors burst
Make them go, “Aah, aah, aah”
You’re gonna leave them all in awe, awe, awe’

Mijn keel kneep dicht en mijn ogen vulden zich met tranen terwijl ik dacht: ‘Ja, dat is precies wat ze gaat doen.’