Robot

Image

Het is zondagochtend. Daan staat voor me, in zijn pyjama, met een serieuze donderwolk boven zijn hoofd. En hij heeft zijn schoenen aan. ‘Waarom heb jij je schoenen aan?’, vraag ik. ‘Ik ga naar Nederland, mijn witte robot die kan lopen halen!’ O. Als ik even een stilte laat vallen, vervolgt hij boos: ‘Waarom heb je die eigenlijk niet meegenomen?’

‘Nou… die paste niet meer in de koffer. Die robot heb je gekregen toen de container al weg was, en die robot was te groot voor in de koffer.’
‘Dan had je mijn vliegtuig thuis moeten laten en op dat plekje de robot!’

Tsja… Dat zo’n moeder dat nou niet snapt hè?

Ik denk dat Daan zich een beetje hetzelfde voelt als ik me al de hele week voel. Ter illustratie even een dag uit deze week op een rijtje.

7.00 uur: wakker. Het heeft heel hard gesneeuwd en er is mail van de school over ‘delayed opening’: Anne hoeft pas om 10.10 uur op school te zijn.
8.00 uur: iedereen in de auto
8.30 uur: Bas afzetten op kantoor
9.00 uur: Daan afdroppen op school
9.05 uur: thuis met Anne
9.10 uur: huisbaas belt over de reparatie van de droger, er komt een klusjesman, of ik die wil bellen om een tijd af te spreken
9.20 uur: buuv belt om te zeggen dat ze hun sneeuwschep tegen hun garage aan hebben gezet, dat we die mogen lenen (alle sneeuwscheppen waren nl. uitverkocht…)
9.25 uur: mamma belt, zeg dat ik haar later terugbel
9.30 uur: Anne helpen met haar Engelse website die ze voor school moet doen
9.50 uur: Anne naar school brengen
10.05 uur: sneeuwschep oppikken bij de buren en oprit schoonscheppen (in de regen)
10.30 uur: plof oververhit en met doorgezakte rug op de bank, bel mamma terug. Die heeft onderzoeken gehad in het ziekenhuis en heeft zich heel rot gevoeld. Wou dat ik daar was.
11.15 uur: weg om Daan op te halen
11.35 uur: weer thuis, gauw washok opruimen, want klusjesman komt
11.45 uur: klusjesman staat voor de deur
12.00 uur: boterham eten met Daan
12.45 uur: klusjesman is klaar en vertelt en passant zijn levensverhaal
13.15 uur: met Daan naar het postkantoor
13.25 uur: kom er halverwege de rij bij het postkantoor achter dat ik mijn portemonnee vergeten ben…
13.40 uur: opnieuw in de rij bij het postkantoor
14.00 uur: weer thuis, afwassen ($#%@! vaatwasser doet het nog steeds niet)
14.30 uur: was aanzetten om daarna te kunnen kijken of droger het ook echt doet
15.00 uur: weg om Anne op te halen
16.30 uur: Anne moet een kwartier lezen en tien minuten rekenen elke dag, dus ik zet haar daar aan en ga met Daan Loco doen.
16.45 uur: tijd om te koken
17.15 uur: met z’n allen in de auto om Bas op te halen
17.45 uur: Bas oppikken
18.15 uur: thuis, eten.

Onder het eten zit Anne alsmaar op haar hoofd te krabben en ineens denk ik: ze zal toch geen luizen hebben? Boven een wit kussensloop roskam ik met een borstel door haar haar. Er valt een zwart stipje op en… dat loopt weg… WTF??!! Snel pak ik het tussen m’n vingers, knijp het fijn, stop het in een tissue en zeg: ‘Kom mee, wij gaan naar de apotheek!’ Daar komt een vriendelijke dame op ons af die vraagt of ze ons kan helpen. Als ik vraag of iemand ons kan helpen na te gaan of mijn dochter luizen heeft, deinst ze achteruit en zegt: ‘I’ll get the pharmacist’. Ik hoop met heel mijn hart dat Anne het niet gezien heeft. Als ik de tissue openmaak, is het zwarte stipje een bruine veeg geworden, waar de apotheker niet zoveel van kan maken. ‘That could be anything.’ Maar als ik vertel dat het bezig was aan de 100m sprint van het kussensloop af, krijgen we luizenshampoo en een kam mee.

En dus word ik de afgelopen dagen geleefd door stofzuigen (elke dag), bedden verschonen (elke dag), haren wassen en twee koppies handmatig op luizen en neten checken. Want die kam is leuk, maar echt effectief is anders. En dat terwijl ik nauwelijks voorover kan buigen.

Nee, het was leuk bedacht, dat hele Amerika avontuur, maar laat mij anders die witte robot die kan lopen maar even gaan halen!

Vrijheidsbeeld

Vrijheidsbeeld

Dit is het dan. Gewapend met fototoestel, iPhone met GPS en een rugzak vol pakjes drinken en het Amerikaanse equivalent van Liga (je blijft toch een Nederlander), stappen we in de auto op weg naar New York. Voor het eerst met de kinderen naar New York! Het vrijheidsbeeld, hebben we ze beloofd en daar varen we dan met een bootje langs. ‘Kunnen we er dan ook op klimmen?’, is de vraag vanaf de achterbank. ‘Nee, je kan er normaal gesproken wel in, dan moet je heel veel trappen lopen, maar dat gaat nu niet. Er is hier namelijk een heel erge storm geweest en daardoor doet de elektriciteit het nog niet, daar op dat eiland waar het beeld staat.’ ‘Oh.’

We rijden met de auto naar het treinstation en gaan verder met de trein. Daan stapt voor het eerst van zijn leven in de trein, maar doet er net zo blasé over als de gemiddelde forens. Terwijl ik het eigenlijk best spannend vind. Hoe dichterbij de stad komt, hoe meer ik de neiging krijg om ze allebei aan hun capuchon vast te houden. Op het laatste moment bedenk ik ineens nog: oh ja, een briefje in hun zak, voor als ze ons kwijt raken. My name is Daan. When lost, please call enz.. ‘Jongens, wel heel goed bij ons blijven hè?’ ‘Jahaa, mam…’

Van de trein in de metro en dan uitstappen bij Bryant Park. Het is een prachtige dag, de zon schijnt volop, strak blauwe lucht, een graadje of 10. In het park struikel je bijna over de eekhoorntjes, er klinkt muziek en er staan mime-spelers. Op slag is de onrust verdwenen en overspoelt mij het vakantiegevoel. Wat is het hier leuk! Twee minuten later staan we aan de oever van de Hudson en daar staat ze dan: het vrijheidsbeeld. Nog best ver weg, maar toch! ‘Jongens, kijk, daar heb je het vrijheidsbeeld!’ De kinderen staan met hun schoenen figuurtjes te trekken in het zand en kijken even op: ‘Oh ja, mooi.’ Ik vind het fantastisch, kan niet stoppen met ernaar te kijken.

Kom op, naar die ferry! De Staten Island Ferry is de grootste veerboot die ik ooit heb gezien. Dat valt nog niet eens zozeer op als je ‘m in het water ziet liggen, maar vooral als je ziet hoeveel mensen erop gaan. We gaan beneden binnen zitten, bij het raam, zodat we goed uitzicht hebben. En dan doemt ze op, aan de rechterkant. Vol in de zon, de Amerikaanse vlag wappert ernaast. Het is een magisch moment. Nu ben ik echt in Amerika! Ik denk terug aan al die mensen, vluchtelingen, die hier naartoe zijn gekomen voor een beter leven. Geen onderdrukking, geen oorlog, gelijke kansen. Al die mensen die hier aan kwamen varen, dat beeld zagen en dachten: nu ben ik vrij, ik begin opnieuw. Toen ik jong was, wilde ik altijd al graag naar Amerika. Ik keek veel films en het leek mij het beloofde land. Snel groot worden en erhéén. En ook al ben ik niet als stoere twintiger met backpack in mijn eentje hierheen gekomen, hier sta ik dan toch maar. Ik ben er! Tranen prikken achter mijn ogen als Daan naast mij zegt: ‘Ik vind het maar een stom beeld.’

Tsja…. Dat kan natuurlijk ook.