De keuzes die je maakt

treinspoor

‘Soms kies je de langste weg en je vindt ’t naast de deur, soms heb je te ver gezocht, maar het antwoord schijnt in al z’n kleur.’ Is uit een liedje van Van Dik Hout. Prachtig, altijd al gevonden. Deze week werd ik ineens onverwacht ook geconfronteerd met keuzes die ik heb gemaakt. We moesten naar het Nederlandse consulaat in New York omdat Daan z’n paspoort bijna verloopt. En hoewel we ervan overtuigd zijn dat hij inmiddels met gemak voor een Amerikaan door kan gaan (… and then I was like, no Cole, you have to kick the ball that way and then Cole was like, no way man, and then I went like, really??…) willen we hem toch wel graag weer mee terug nemen naar Nederland volgende zomer, dus, op naar de vaderlandse vertegenwoordiging in den vreemde.

Honderd jaar geleden heb ik ook voor het ministerie van Buitenlandse Zaken gewerkt en ik was aangenomen als overplaatsbaar ambtenaar. Dat was niet wat ik altijd al had willen worden natuurlijk. Ik wilde eigenlijk ballerina worden. Bleek ik na een paar jaar helemaal geen talent te hebben. Of het juiste postuur. En holy shit wat deden die spitzen zeer! Ik ben er nu nog van overtuigd dat de balletjuf heeft gedacht: laten we dat kind in godsnaam maar op spitzen doen, kijken of het kwartje dan eindelijk valt. Nou, ik kan je vertellen, hij kwam binnen als de jackpot…

Nadat ik de jaren daarna nogal ambitieloos in het leven had gestaan (mijn leraar Economie verleiden was eigenlijk het enige dat telde in die jaren, arme man…), kwam aan het einde van de middelbare school uit de beroepskeuzetest dat ik iets met talen, dienstverlening of gastronomie moest gaan doen. Een mooie combinatie van die drie was de hotelmanagementschool. Niet gehinderd door enige kennis van zaken, meldde ik me aan in Maastricht en Den Haag. Het selectiegesprek ging ongeveer zo.

– ‘Waarom wil jij in het hotelwezen werken?’
– ‘Nou eh, dat lijkt me wel leuk.’
– ‘Hoe denk je over ’s avonds en ’s nachts werken?’
– ‘Geen probleem!’
– ‘En later, als je bijvoorbeeld kinderen hebt?’
– ‘Ja, dan wordt het natuurlijk een ander verhaal!’

Om een lang verhaal kort te maken, ze hadden een karrevracht aan kandidaten die er wel klaar voor waren.

Na nog een paar omzwervingen en twee jaar Schoevers kwam ik uiteindelijk bij het ministerie van Buitenlandse Zaken terecht, als afdelingssecretaresse. En overplaatsbaar dus. Dat wil zeggen dat je elke twee jaar naar een ander land kan worden uitgezonden. Wat een avontuur leek me dat! Heel de wereld zien! Mensen van verschillende culturen leren kennen! Ik zag me al op een compound in Nairobi op een feest bij de ambassadeur op het balkon staan, uitkijkend over grazende olifanten. De eerste twee jaar moest ik jammer genoeg in Den Haag werken, maar daarna lag de wereld aan mijn voeten!

En toen kwam Bas voorbij. Juist. Die was ook net aan zijn carrière begonnen en had een studie van 8 jaar in het vooruitzicht. Niet handig om dan naar het buitenland te verhuizen. We hebben nog overwogen of ik overplaatsing naar Brussel, Parijs of Londen zou aanvragen, dat kon toch ook best werken? Wat, of eigenlijk, wie uiteindelijk de doorslag heeft gegeven voor mij om niet te gaan, was de secretaresse van de staatssecretaris. Een ontzettend lieve vrouw van tegen de zestig, die haar hele leven op ambassades over de hele wereld had gewerkt. Zoveel mooie ervaringen, zoveel geleerd en gezien en toch… Nu woonde ze alleen in een flat in Den Haag met alleen haar poezen als gezelschap. Ik heb gekozen voor de liefde.

Tsja en daar stonden we dan van de week, de kinderen en ik, bij het Nederlandse consulaat in New York. Grappig, hoe je je daar altijd een romantische voorstelling van maakt. Kroonluchters, antiek houten meubels, fluwelen bekleding, gouden ornamenten, dames in mantelpak en mannen met sigaren. Maar het was gewoon een kantoor. Op de 18e verdieping van een doorsnee kantoorpand. Met een heuse kantoortuin. Waar een Nederlandse dame in spijkerbroek met zwaar Amerikaans accent mij heel vriendelijk te woord stond, terwijl Willem-Alexander en Maxima vanaf de plastic scheidingswand lachend toekeken. Ik zei nog tegen haar: ‘Wat leuk, om hier te zijn, ik ben ook ooit overplaatsbaar ambtenaar geweest, maar het is uiteindelijk nooit zover gekomen.’ ‘Echt waar?’, zei ze, ‘wat toevallig. En nu woon je dan toch in het buitenland!’

Ja, verrek, het is wel zover gekomen. En zo is deze deur die ik had gesloten, via een omweg toch weer opengegaan. Van Dik Hout, eat your heart out!

Advertenties

Vrijheidsbeeld

Vrijheidsbeeld

Dit is het dan. Gewapend met fototoestel, iPhone met GPS en een rugzak vol pakjes drinken en het Amerikaanse equivalent van Liga (je blijft toch een Nederlander), stappen we in de auto op weg naar New York. Voor het eerst met de kinderen naar New York! Het vrijheidsbeeld, hebben we ze beloofd en daar varen we dan met een bootje langs. ‘Kunnen we er dan ook op klimmen?’, is de vraag vanaf de achterbank. ‘Nee, je kan er normaal gesproken wel in, dan moet je heel veel trappen lopen, maar dat gaat nu niet. Er is hier namelijk een heel erge storm geweest en daardoor doet de elektriciteit het nog niet, daar op dat eiland waar het beeld staat.’ ‘Oh.’

We rijden met de auto naar het treinstation en gaan verder met de trein. Daan stapt voor het eerst van zijn leven in de trein, maar doet er net zo blasé over als de gemiddelde forens. Terwijl ik het eigenlijk best spannend vind. Hoe dichterbij de stad komt, hoe meer ik de neiging krijg om ze allebei aan hun capuchon vast te houden. Op het laatste moment bedenk ik ineens nog: oh ja, een briefje in hun zak, voor als ze ons kwijt raken. My name is Daan. When lost, please call enz.. ‘Jongens, wel heel goed bij ons blijven hè?’ ‘Jahaa, mam…’

Van de trein in de metro en dan uitstappen bij Bryant Park. Het is een prachtige dag, de zon schijnt volop, strak blauwe lucht, een graadje of 10. In het park struikel je bijna over de eekhoorntjes, er klinkt muziek en er staan mime-spelers. Op slag is de onrust verdwenen en overspoelt mij het vakantiegevoel. Wat is het hier leuk! Twee minuten later staan we aan de oever van de Hudson en daar staat ze dan: het vrijheidsbeeld. Nog best ver weg, maar toch! ‘Jongens, kijk, daar heb je het vrijheidsbeeld!’ De kinderen staan met hun schoenen figuurtjes te trekken in het zand en kijken even op: ‘Oh ja, mooi.’ Ik vind het fantastisch, kan niet stoppen met ernaar te kijken.

Kom op, naar die ferry! De Staten Island Ferry is de grootste veerboot die ik ooit heb gezien. Dat valt nog niet eens zozeer op als je ‘m in het water ziet liggen, maar vooral als je ziet hoeveel mensen erop gaan. We gaan beneden binnen zitten, bij het raam, zodat we goed uitzicht hebben. En dan doemt ze op, aan de rechterkant. Vol in de zon, de Amerikaanse vlag wappert ernaast. Het is een magisch moment. Nu ben ik echt in Amerika! Ik denk terug aan al die mensen, vluchtelingen, die hier naartoe zijn gekomen voor een beter leven. Geen onderdrukking, geen oorlog, gelijke kansen. Al die mensen die hier aan kwamen varen, dat beeld zagen en dachten: nu ben ik vrij, ik begin opnieuw. Toen ik jong was, wilde ik altijd al graag naar Amerika. Ik keek veel films en het leek mij het beloofde land. Snel groot worden en erhéén. En ook al ben ik niet als stoere twintiger met backpack in mijn eentje hierheen gekomen, hier sta ik dan toch maar. Ik ben er! Tranen prikken achter mijn ogen als Daan naast mij zegt: ‘Ik vind het maar een stom beeld.’

Tsja…. Dat kan natuurlijk ook.