Storm stress

hurricane

Vlak voordat wij naar New Jersey verhuisden, heeft orkaan Sandy hier enorm huisgehouden. Meer dan twee miljoen huishoudens zaten langer dan een week zonder stroom, 346.000 huizen gingen verloren en 37 mensen kwamen om. De totale schade bedroeg 30 miljard dollar. Afgezien van de enorme menselijke tragedie, die je je niet kan voorstellen tenzij je zoiets zelf een keer hebt meegemaakt, is het toch ook enigszins beangstigend als je weet dat je je o zo veilige huis in Nederland gaat omruilen voor een houten huis, op de top van een heuvel, omgeven door grote bomen, in een orkaangevoelig gebied. Gelukkig ben ik een expert in mijn kop in het zand steken en is mijn antwoord op bijna alle belangrijke levensvragen: ‘Dat zien we dan wel weer!’. Het klinkt ook altijd zo lekker opgeruimd.

Maar goed, nu we hier alweer een half jaar wonen, de herfst zijn intrede doet en mij via verschillende media berichten bereiken dat het ‘hurricane season’ eraan komt, lijkt het toch niet onverstandig om de mailing van de gemeente eens wat uitgebreider te bestuderen. ‘PREPARE FOR THE NEXT EMERGENCY – BE STORM INFORMED!’ kopt deze mail luid en duidelijk. De hoeveelheid informatie waar ik vervolgens op stuit doet mij al bijna besluiten om toch maar die paar overhemden nog te gaan strijken (en daar is héél wat voor nodig, om mij zin te laten krijgen in strijken…), maar ik dwing mezelf om verder te lezen. Als je alleen al leest welke soorten rampspoed hier blijkbaar geregeld de revue passeren, zou je spontaan met hangende pootjes terug naar het vaderland afreizen: tropical storm, hurricane, high winds, storm surge, flooding, tornadoes, rip currents… Hadden we Anne nou toch maar haar C-diploma laten halen.

Qua voorbereiding is het eigenlijk het belangrijkste om ervoor te zorgen dat je weet waar je zaklamp ligt (en dat daar dan ook batterijen in zitten) en dat je een voedselpakket samenstelt. Dit voedselpakket moet bestaan uit houdbare voedingsmiddelen, zoals gedroogd fruit, noten en groenten in blik. Het is ook belangrijk dat je probeert zoveel mogelijk vertrouwd voedsel in te slaan, zodat je, wanneer je met je gezin bij het licht van de zaklamp in een donkere schuilkelder een blikje koude worteltjes moet gaan zitten eten, je kinderen je dankbaar aankijken dat je niet voor de artisjokharten hebt gekozen. Nou… dat wordt nog lastig! Vorige week had ik het lef om een blik sperziebonen op te warmen in plaats van verse sperziebonen klaar te maken, toen had je het commentaar moeten horen. En gedroogd fruit?? Ben ik nou een hele slechte moeder als ik zeg dat wij dat eigenlijk nooit eten?

Maar het wordt nog mooier. Als je nog even verder leest in het stukje over noodvoedsel en watervoorraad, krijg je zelfs instructie om het water uit je waterbed en wc te filteren (uit het reservoir, níet uit de pot…). Voor lange termijn noodvoorraden, wordt het volgende aangeraden (per persoon, per maand): 10 kilo tarwe, 10 kilo poedermelk, 10 kilo maïs, 1 pond zout, 5 kilo sojabonen en 15 gram vitamine C. En dan: ‘Als deze ingrediënten uw enige voedsel zijn, dan moet u ze allemaal eten om gezond te blijven. Om ernstige darmproblemen te voorkomen, moet u het maïs en de tarwe tot meel vermalen en het koken, net als de bonen. Verzeker u ervan dat u een handmolen koopt die ook maïs kan malen. Mocht u zonder molen komen te zitten, vul dan een grote bak met een laagje tarwe, houdt deze vast tussen uw voeten en sla het tarwe fijn met een pijp of buis.’ Ik verzin het echt niet. Dit komt niet uit de ‘bereid je voor op Expeditie Robinson survival gids’, dit is een serieuze overheidswebsite.

Nog even verder klikkend kom ik op de site van het Amerikaanse Rode Kruis, waar een vriendelijk glimlachende Jamie Lee Curtis ons in een filmpje vertelt dat het allemaal zo moeilijk niet is. Met een grote plastic Curverbox voor haar neus en alle benodigdheden voor het gemak onder handbereik, laat ze ons zien dat je met een paar ontbijtrepen, een EHBO-kit en een radio ook een heel eind komt. Oh ja, en een enorme fles bleek. Ik nog denken: mocht je het helemaal niet meer zien zitten, dan kan je die nog leegdrinken, maar nee, dat is om het water te zuiveren. Moet je ook maar weer net de juiste verhoudingen bij de hand hebben, waarvoor iedereen normaliter naar z’n telefoon zou grijpen, maar om het moreel niet verder naar beneden te halen, gaat vrolijke Jamie ons natuurlijk niet toevertrouwen dat je een internetverbinding onder zulke omstandigheden wel op je buik kunt schrijven, en laat ons (nog steeds blakend van gezelligheid) verder in het ongewisse over hoe die bleek dan verder te gebruiken.

We zullen toch aan de bak moeten, vrees ik. Hoe handig zouden de buren zijn in het vermalen van tarwe? Pff…. Ik ga die overhemden strijken.

Pappa en mamma hébben geen ruzie!

quarrel

De Tomtom is de allerbelangrijkste uitvinding van onze tijd. Ik zeg: geef de man die dat bedacht heeft de Nobelprijs voor de vrede. Want zeg nou zelf, hoe zouden de scheidingspercentages eruit hebben gezien als er geen navigatiesystemen waren? Twee op de drie huwelijken kapot? Het zou me niets verbazen.

Maar zelfs met die handige Tomtom app is enig routegehakketak bij ons schijnbaar niet te vermijden. Als ik in mijn eentje rij, bereik ik altijd feilloos, zonder omwegen en keurig op tijd de plaats van bestemming. En mocht het toch een keer mis gaan, dan dirigeert mijn Tomtommevrouw mij vriendelijk en efficiënt naar de eerstvolgende afslag. Helaas gaat het met mijn gewaardeerde echtgenoot op de bijrijder stoel soms toch nog mis.  ‘HIER moet je al naar rechts! Ja, nu, NU!!’ En als je dan met gierende banden en schreeuwende claxons om ons heen, nog net de bocht kan maken zonder de vangrail mee te nemen, klinkt het ‘Oh, het was toch de volgende’ toch een stuk minder efficiënt. Waarna het fijntjes vanaf de achterbank toegevoegde ‘Geen ruzie maken!’ kan rekenen op een nét iets te hard ‘Pappa en mamma hébben geen ruzie!’

Maar goed, de ellende die onze ouders hebben meegemaakt, blijft ons gelukkig bespaard. Ik kan me die ruzies in Zuid-Duitsland nog maar al te goed herinneren, met mijn moeder die de voorruit blokkeerde met de Michelinkaart en mijn vader met stoom uit zijn oren over de zoveelste met rechts verwisselde links. Het huwelijk van mijn ouders heeft het tragisch genoeg niet overleefd.

Dus toen wij een paar weken geleden voor een lang kampeerweekend naar Washington DC vertrokken, waren wij eens te meer in onze nopjes met het fantastische fenomeen van het navigatiesysteem. Zo jammer dat niemand nog iets bedacht heeft op dat andere verschijnsel dat de eerste vakantiedag zo finaal in het honderd kan laten lopen: file. We hadden het eigenlijk wel kunnen weten. Memorial Day, een van de grote feestdagen in de VS. Natuurlijk zijn er dan meer mensen die een paar dagen weg gaan. En ook al waren we best vroeg vertrokken, er was geen redden aan: een rit die normaal gesproken 3,5 uur zou moeten duren, kostte ons nu 7 uur. Gelukkig hadden we genoeg doeboeken, zoekboeken, leesboeken, kleurtjes, loco en spelletjes op onze telefoon voor een weeshuis op de achterbank, zodat de kinderen het allemaal wel best vonden. Maar wij zagen de tijd verder tikken richting de avond en… richting de tent opzetten in het donker.

Een tent opzetten an sich is voor de meeste relaties al een uitdaging, maar in het donker een (let op) nieuwe tent opzetten, dat is toch wel de goden verzoeken. Gelukkig zijn we allebei bijzonder beschaafde mensen, die zelden of nooit schelden. De frustratie en irritatie komen er bij ons dan ook altijd zeer beheerst uit. ‘Ja, lieverd, maar als je die haring er zo insteekt, dan blijft hij natuurlijk nooit vastzitten.’ ‘Nou, LIEVERD, als jij die haringen dan gewoon even lekker zelf doet, dan ga ik de luchtbedden pakken.’ Verder heeft Bas de gewoonte om, als het donker is, hij zijn handen vrij moet hebben en óók nog iets moet kunnen zien, de zaklamp in zijn mond vast te houden. Waardoor de goedbedoelde aanwijzingen ongeveer zo klonken: ‘Hie sok hoet eh ach gag’ (die stok moet in dat gat) en ‘Ge ogening hig ang hie kang’ (de opening zit aan die kant). Het is dat het droog is gebleven die avond, anders had ik het zo net nog niet geweten…

Toen ik later onze bezoekingen aan mijn chiropractor uit de doeken deed, zei zij: ‘Nou, dan weet je meteen een goed Vaderdag cadeau: een hoofdlamp!’ Hadden we jáááren eerder moeten doen!

Ladies Night

wine

‘Are you coming to Ladies Night tomorrow night?’ Met die vraag is de definitieve inburgering bij de schoolmoeders begonnen. Ladies Night? Het blijkt een jaarlijks festijn waarbij alle moeders van de Lincoln school met elkaar eten en waarbij er een loterij wordt georganiseerd. Ik heb geen idee of het wat voor me is, maar omdat ik niet onbeleefd wil zijn (en het zeker geen kwaad kan om nog wat mensen te leren kennen), beloof ik dat ik zal komen.

De twijfel die ik voel, komt door een andere avond, vorige week, toen ik werd uitgenodigd voor een kledingparty bij iemand thuis. Anders dan in Nederland (wanneer je bij zo’n gelegenheid in een kringetje bij iemand in de huiskamer gaat zitten, koffie met een koekje krijgt en de verkoopster aan iedereen tegelijk vertelt wat ze aan de vrouw wil brengen), stapte ik hier een kast van een huis binnen, waar in alle kamers wel iets stond. Kleding in de ene, make-up en overige smeersels in de andere en in de keuken een hele tafel met sieraden. Ik kreeg een glas wijn in m’n handen gestopt en met een vrolijk: ‘Go ahead, take a look around!’ werd ik aan mijn lot overgelaten. Wat me wel de gelegenheid gaf om eens op m’n gemak de lokale omgangsvormen te bestuderen.  De meest voorkomende uitspraken:

  1. (met stip) I LOVE that dress (top, blouse, etc.)
  2. Oh… my… gosh… That’s SO cute!!!!
  3. That is SO your color!!

Ik weet niet, maar het kwam allemaal een beetje gekunsteld op me over. Verder was het me al opgevallen dat bijna alle vrouwen (tenminste hier in dit deel van New Jersey) lang steil haar hebben en niemand heeft een bril. Op elke hoek van de straat zit een ‘nail salon’ en er zijn ook heel veel kappers. Uiterlijk is dus blijkbaar erg belangrijk. En als je dan als enige met kort haar en een bril (want contactlens gebroken) rondloopt, voel je je toch een vreemde eend in de bijt, maakt niet uit hoe stevig je normaal gesproken ook in je schoenen staat.

Met enige gezonde tegenzin sta ik dus voor de kledingkast. Overigens ook met klotsende oksels want om Bas te helpen heb ik alvast gekookt en de kinderen onder de douche gedaan, zodat ze meteen kunnen gaan eten als hij thuis komt en de kinderen dan naar bed kunnen. Met niet heel veel tijd om erover na te denken, trek ik een lange witte linnen broek en een zwart topje uit de kast, graai m’n telefoon met TomTom van de tafel, schrijf nog snel even de cheque om te betalen voor vanavond en race dan weg. Eenmaal aangekomen stap ik de hal van het restaurant binnen en dan weet ik het zeker: ik ben verhuisd naar Stepford. Ik zweer het! Alle vrouwen zien er hetzelfde uit. Hetzelfde lange haar, dezelfde perfecte make-up, dezelfde onberispelijk gemanicuurde handen, dezelfde schilferloze, glanzend gelakte teennagels, hun jurken op dezelfde lengte en dezelfde soort schoenen. Van de 500 vrouwen zijn er nog twee met een broek aan en één met een boblijn.

Maar wat een fantastische avond heb ik gehad…! Je kon voor $20 50 lootjes kopen. Over diverse tafels verspreid stonden 90 manden met prijzen, met daarbij een bakje. Als je kans wilde maken op de prijs, moest je een lootje in het bakje doen dat erbij stond. Simpel zat. Tijdens het eten werd van iedere prijs bekend gemaakt wie hem gewonnen had. En 90 keer hoorde je hetzelfde gilletje: ‘Aaah! That’s me!’ Het was net slapstick!

Het mooiste van de avond was nog wel, dat ik met acht vrouwen aan tafel zat, waarmee ik gedurende de avond best geanimeerde gesprekken heb zitten voeren. In mijn beste Engels, waar ik me volgens mij toch niet voor hoef te schamen. Kom ik de volgende morgen op het schoolplein een van die vrouwen tegen, en die zegt (op die harde toon die mensen gebruiken als ze denken: als ik maar heel hard praat compenseert dat misschien dat ze mijn taal niet spreken): ‘HI, HOW ARE YOU? YOU AND ME: FRIENDS?’

Robot

Image

Het is zondagochtend. Daan staat voor me, in zijn pyjama, met een serieuze donderwolk boven zijn hoofd. En hij heeft zijn schoenen aan. ‘Waarom heb jij je schoenen aan?’, vraag ik. ‘Ik ga naar Nederland, mijn witte robot die kan lopen halen!’ O. Als ik even een stilte laat vallen, vervolgt hij boos: ‘Waarom heb je die eigenlijk niet meegenomen?’

‘Nou… die paste niet meer in de koffer. Die robot heb je gekregen toen de container al weg was, en die robot was te groot voor in de koffer.’
‘Dan had je mijn vliegtuig thuis moeten laten en op dat plekje de robot!’

Tsja… Dat zo’n moeder dat nou niet snapt hè?

Ik denk dat Daan zich een beetje hetzelfde voelt als ik me al de hele week voel. Ter illustratie even een dag uit deze week op een rijtje.

7.00 uur: wakker. Het heeft heel hard gesneeuwd en er is mail van de school over ‘delayed opening’: Anne hoeft pas om 10.10 uur op school te zijn.
8.00 uur: iedereen in de auto
8.30 uur: Bas afzetten op kantoor
9.00 uur: Daan afdroppen op school
9.05 uur: thuis met Anne
9.10 uur: huisbaas belt over de reparatie van de droger, er komt een klusjesman, of ik die wil bellen om een tijd af te spreken
9.20 uur: buuv belt om te zeggen dat ze hun sneeuwschep tegen hun garage aan hebben gezet, dat we die mogen lenen (alle sneeuwscheppen waren nl. uitverkocht…)
9.25 uur: mamma belt, zeg dat ik haar later terugbel
9.30 uur: Anne helpen met haar Engelse website die ze voor school moet doen
9.50 uur: Anne naar school brengen
10.05 uur: sneeuwschep oppikken bij de buren en oprit schoonscheppen (in de regen)
10.30 uur: plof oververhit en met doorgezakte rug op de bank, bel mamma terug. Die heeft onderzoeken gehad in het ziekenhuis en heeft zich heel rot gevoeld. Wou dat ik daar was.
11.15 uur: weg om Daan op te halen
11.35 uur: weer thuis, gauw washok opruimen, want klusjesman komt
11.45 uur: klusjesman staat voor de deur
12.00 uur: boterham eten met Daan
12.45 uur: klusjesman is klaar en vertelt en passant zijn levensverhaal
13.15 uur: met Daan naar het postkantoor
13.25 uur: kom er halverwege de rij bij het postkantoor achter dat ik mijn portemonnee vergeten ben…
13.40 uur: opnieuw in de rij bij het postkantoor
14.00 uur: weer thuis, afwassen ($#%@! vaatwasser doet het nog steeds niet)
14.30 uur: was aanzetten om daarna te kunnen kijken of droger het ook echt doet
15.00 uur: weg om Anne op te halen
16.30 uur: Anne moet een kwartier lezen en tien minuten rekenen elke dag, dus ik zet haar daar aan en ga met Daan Loco doen.
16.45 uur: tijd om te koken
17.15 uur: met z’n allen in de auto om Bas op te halen
17.45 uur: Bas oppikken
18.15 uur: thuis, eten.

Onder het eten zit Anne alsmaar op haar hoofd te krabben en ineens denk ik: ze zal toch geen luizen hebben? Boven een wit kussensloop roskam ik met een borstel door haar haar. Er valt een zwart stipje op en… dat loopt weg… WTF??!! Snel pak ik het tussen m’n vingers, knijp het fijn, stop het in een tissue en zeg: ‘Kom mee, wij gaan naar de apotheek!’ Daar komt een vriendelijke dame op ons af die vraagt of ze ons kan helpen. Als ik vraag of iemand ons kan helpen na te gaan of mijn dochter luizen heeft, deinst ze achteruit en zegt: ‘I’ll get the pharmacist’. Ik hoop met heel mijn hart dat Anne het niet gezien heeft. Als ik de tissue openmaak, is het zwarte stipje een bruine veeg geworden, waar de apotheker niet zoveel van kan maken. ‘That could be anything.’ Maar als ik vertel dat het bezig was aan de 100m sprint van het kussensloop af, krijgen we luizenshampoo en een kam mee.

En dus word ik de afgelopen dagen geleefd door stofzuigen (elke dag), bedden verschonen (elke dag), haren wassen en twee koppies handmatig op luizen en neten checken. Want die kam is leuk, maar echt effectief is anders. En dat terwijl ik nauwelijks voorover kan buigen.

Nee, het was leuk bedacht, dat hele Amerika avontuur, maar laat mij anders die witte robot die kan lopen maar even gaan halen!

Vrijheidsbeeld

Vrijheidsbeeld

Dit is het dan. Gewapend met fototoestel, iPhone met GPS en een rugzak vol pakjes drinken en het Amerikaanse equivalent van Liga (je blijft toch een Nederlander), stappen we in de auto op weg naar New York. Voor het eerst met de kinderen naar New York! Het vrijheidsbeeld, hebben we ze beloofd en daar varen we dan met een bootje langs. ‘Kunnen we er dan ook op klimmen?’, is de vraag vanaf de achterbank. ‘Nee, je kan er normaal gesproken wel in, dan moet je heel veel trappen lopen, maar dat gaat nu niet. Er is hier namelijk een heel erge storm geweest en daardoor doet de elektriciteit het nog niet, daar op dat eiland waar het beeld staat.’ ‘Oh.’

We rijden met de auto naar het treinstation en gaan verder met de trein. Daan stapt voor het eerst van zijn leven in de trein, maar doet er net zo blasé over als de gemiddelde forens. Terwijl ik het eigenlijk best spannend vind. Hoe dichterbij de stad komt, hoe meer ik de neiging krijg om ze allebei aan hun capuchon vast te houden. Op het laatste moment bedenk ik ineens nog: oh ja, een briefje in hun zak, voor als ze ons kwijt raken. My name is Daan. When lost, please call enz.. ‘Jongens, wel heel goed bij ons blijven hè?’ ‘Jahaa, mam…’

Van de trein in de metro en dan uitstappen bij Bryant Park. Het is een prachtige dag, de zon schijnt volop, strak blauwe lucht, een graadje of 10. In het park struikel je bijna over de eekhoorntjes, er klinkt muziek en er staan mime-spelers. Op slag is de onrust verdwenen en overspoelt mij het vakantiegevoel. Wat is het hier leuk! Twee minuten later staan we aan de oever van de Hudson en daar staat ze dan: het vrijheidsbeeld. Nog best ver weg, maar toch! ‘Jongens, kijk, daar heb je het vrijheidsbeeld!’ De kinderen staan met hun schoenen figuurtjes te trekken in het zand en kijken even op: ‘Oh ja, mooi.’ Ik vind het fantastisch, kan niet stoppen met ernaar te kijken.

Kom op, naar die ferry! De Staten Island Ferry is de grootste veerboot die ik ooit heb gezien. Dat valt nog niet eens zozeer op als je ‘m in het water ziet liggen, maar vooral als je ziet hoeveel mensen erop gaan. We gaan beneden binnen zitten, bij het raam, zodat we goed uitzicht hebben. En dan doemt ze op, aan de rechterkant. Vol in de zon, de Amerikaanse vlag wappert ernaast. Het is een magisch moment. Nu ben ik echt in Amerika! Ik denk terug aan al die mensen, vluchtelingen, die hier naartoe zijn gekomen voor een beter leven. Geen onderdrukking, geen oorlog, gelijke kansen. Al die mensen die hier aan kwamen varen, dat beeld zagen en dachten: nu ben ik vrij, ik begin opnieuw. Toen ik jong was, wilde ik altijd al graag naar Amerika. Ik keek veel films en het leek mij het beloofde land. Snel groot worden en erhéén. En ook al ben ik niet als stoere twintiger met backpack in mijn eentje hierheen gekomen, hier sta ik dan toch maar. Ik ben er! Tranen prikken achter mijn ogen als Daan naast mij zegt: ‘Ik vind het maar een stom beeld.’

Tsja…. Dat kan natuurlijk ook.